Bedankt voor het advies!

Het was zondag 23 maart 2014 om 11h48. Ik herinner het me alsof het gisteren was… Niet alleen omdat het amper een uur geleden gebeurde, maar vooral omdat het een belangrijk moment in mijn leven was – een aha-erlebnis om U tegen te zeggen.

Plots is het me duidelijk waarom het schrijven niet altijd even goed wil vlotten. En wel hierdoor:

Schrijven en naaien, dat is vast één pot nat…
Hoe kon ik zo dom zijn te denken dat ik mijn hoofd vrij had om te schrijven terwijl de vaat van gisteren nog op het aanrecht staat, het hele huis smeekt om een lenteschoonmaak en ik rondloop in een broek die door onze hond met slijm en modder gepersonaliseerd is. Mijn haar mag dan wel geknipt zijn, maar van poeder of lipstick is nog helemaal geen sprake.
Hoe kon ik zo naïef zijn te denken dat ik één letter op papier zou kunnen krijgen terwijl mijn lakens niet strakgespannen over het bed liggen.
Natuurlijk breekt het angstzweet me uit bij de gedachte dat er straks bezoek zou kunnen komen! Ik was er me alleen niet van bewust, tot nu. Waarvoor mijn oprechte dank.
Hoewel… wat is dringend? Dringende huishoudelijke taken…. Is dat geen contradictio in terminis?

23 maart 2014

Schrijf of lees drama, leef het niet

Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt…

Zo hoorde een leven te zijn – dacht ik – zo en niet anders, vol pieken en dalen, want zo voelde je de hartslag van het leven in je eigen aders kloppen. Pas dan had je iets te vertellen, pas dan had je woord diepgang en het daaruit voortvloeiende bestaansrecht.

Ze waren er, de pieken.

Ze waren er, de dalen.

Het kwam er niet, het boek.

Als ik terugblik zijn dat niet de momenten van waarlijk leven, wel van geleefd worden door het drama. Ik geef toe, af en toe schonk dat drama me mooie woorden, proza gedrenkt in tranen, poëzie vervuld van verrukking, maar veel vaker slorpte het al mijn tijd op en schonk het me enkel een nieuw litteken, onderhuids. En met elk litteken vergrootte de noodzaak tot loslaten. Ik leerde het – dacht ik. Ik liet pijn los, ik liet verdriet los, ik liet verwachtingen los. Wie niets verwacht wordt niet teleurgesteld… Dat klinkt goed, op papier. Maar in een universum waarin gedachten een scheppend vermogen hebben zit je dan niet bepaald gebeiteld. Verwacht niets en krijg precies dat – niets.

Nee, de oplossing lag elders, in het loslaten van het drama. Drama hoort thuis op papier of op het scherm, niet in het leven.

21 maart 2014

Nieuwe woorden, nieuwe ik

Onlangs uitte ik mijn ongenoegen over te korte dagen. Ik was zelfs bereid mijn ideologisch kader bij te sturen in functie van het bereiken van dit utopische doel.

Vandaag twijfel ik. Heb ik echt meer uren nodig? Zou ik die tijd dan wel optimaal benutten? En waarom die tijd wel en de huidige niet? Het is makkelijk structuur te brengen in hypothetische tijd, net zoals het makkelijk is om dromen te verwezenlijken met denkbeeldig lotto-geld, of kinderen te laten luisteren in de tijd dat ze nog enkel in gedachten bestaan. Ik sta mezelf een gedachte toe, rebels en gevaarlijk, misschien is het niet zo dat ik te weinig tijd heb om alles te doen wat er gedaan moet worden, maar dat ik teveel meen te moeten doen in de tijd die ik heb…

“Multitasken biedt slechts de mogelijkheid meer dan één ding tegelijk te verknallen.” Ik las het enkele dagen geleden en het is blijven nagalmen. Vooral toen iemand vanochtend mijn hoofd beschreef als een hoofd dat zich niet van gedachte naar gedachte haast maar er kan rondwandelen als rond een modern kunstwerk in een zonnig park.

Nee, dacht ik, je hebt het mis, dat is niet mijn hoofd. Mijn hoofd is rennen, springen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. In mijn hoofd vindt zich een constant gevecht plaats, een gevecht om mijn aandacht en focus, of om mijn schuldgevoel, want dat schijnt het best te werken. Wie het hardst roept, wordt het vaakst gehoord.

Ja, dacht ik, je hebt gelijk, ook dat is mijn hoofd, een kuierend hoofd. En woord werd waarheid. Mijn gedachten verstilden, namen de tijd om tijdloos te worden, leeg te worden. En weg was ik, opgenomen in het onbestemde alles. Tot er nieuwe woorden waren om mij af te bakenen en vorm te geven, telkens opnieuw, opgebouwd, uit woorden. Mijn woorden nu. Vroeger leek ik slechts te bestaan bij de gratie van andermans woorden. Een kameleon was ik die zijn kleuren afstemde op woorden uit mijn omgeving, met in het bijzonder oog voor de onuitgesproken woorden. Wie ik werkelijk was, was onduidelijk. Ik had bewondering voor zij die wel over een duidelijk omlijnd ik leken te beschikken. Waarom kon ik dat niet? Ik had de anderen en het andere nodig. Ze waren mijn spiegel – zo ben ik. Ze waren mijn contrast – zo ben ik niet. Vroeger overheerste het contrast, nu de spiegel.

Als ik zoek was, zelfs voor mezelf, was er één plaats waar ik mij kon vinden, in mijn eigen woorden, en nog steeds is dat de plek waar ik me het meest ik voel.

Waarom dan multitasken, als er toch slechts dat ene is…

Gedaan met af te vinken lijstjes. Je hebt mijn woord 😉

18 maart 2014

Een beestenboel

Voor L, want hij zag ze vliegen.

En daar zag ik wel wat woorden in

Hommelrijm (Toon Hermans)

Laatst vroeg ik aan een hommel:
‘waar gaat gij heen met spoed?’
ze zei: ‘ik ga naar Zaltbommel,’
ik dacht: ‘wat rijmt dat goed’

toen riep een tweede hommel:
‘en ik moet naar het Gooi’,
ik dacht: ‘wel-voor-de-drommel
ook dát rijmt wederom mooi.’

Zo zie je maar

dat dit kleine dier

zonder gevaar

zorgt voor vertier

 

Leraar en inspiratiebron

voor menig dichter

De weg naar de zon…

we doen het gerichter

 

Vanaf nu niet meer dralen

noch oneindig verdwalen

Duisternis toont de weg

maar pas op met wat pech

 

luidt het niet je tijdperk der vrijheid in

en plak je weldra aan ‘t web van ’n spin

 

Moraal van het gedicht

talm, twijfel noch zwicht

kijk goed uit je doppen

en weet op tijd te stoppen

 

geniet van de rit

geniet ook van het pad

geef je leven wat pit

want ‘t is niet in ‘t klad

 

PS: bij het plaatsen van deze woorden,

klonken er vele valse akkoorden,

het programma weigerde blanco lijnen

ze bleken na het plaatsen te verdwijnen

dus geen esthetisch leidende gaten

de perfectionist in alle staten…

ik verontschuldigde me voor het ongemak

van dit halfslachtig geknip en geplak

wie wist hoe ik het beter zou doen

kon rekenen op een dank-u-zoen

maar na wat prutsen en zoeken

en gefrustreerd innerlijk vloeken

werd de oplossing in <br> gevonden

waarna er mooie lege lijnen stonden

16 maart 2014

De kleren maken de man, maar ook de schrijver

In de dagen dat ik stationsromannetjes schreef had ik een schrijfbroek. Zwarte velours, ongelooflijk zacht, heerlijk comfortabel, maar lelijk als de nacht. Op schrijfdagen liep ik dus bruisend van woorden over romantiek en begeerte alles behalve flatteus te wezen. Dat kleinood was zo geweldig dat het twee zwangerschappen meegroeide met mijn buik en nadien toch weer perfect zat, in de mate dat een dergelijk gedrocht perfect kon zitten. Ze werd het slachtoffer van haar eigen succes en toen ze kale ouderdomsplekken begon te vertonen heb ik met pijn in het hart afscheid van haar moeten nemen. Mijn huisgenoten haalden opgelucht adem, maar het duurde een paar romannetjes voor ik weer echt mijn stem gevonden had in andere kleren. Een nieuwe schrijfbroek heb ik nooit meer gevonden maar comfort bleef wel de belangrijkste eigenschap van alle volgende schrijfoutfits.

Comfort, het klinkt haast als een belediging nu ik haar heb. Ze hangt al enkele dagen in mijn kast, een jurk met een naam: Hell Bunny Vanity

“Haal me er uit,” fluistert ze ’s ochtends. “Trek me aan. Je weet dat je me wil. Geef er nou gewoon aan toe. Jij en ik, wij horen samen.”

Maar ik ben -vooralsnog- te laf. Ik werp haar een steelse blik toe en haal toch weer mijn jeans uit de kast. Zij blijft achter in de duisternis, wachtend op het feest, om er nadien weer in te verdwijnen, wachtend op een nieuw feest. Zij, geboren om te schitteren zal voortijdig dof worden door het vergaarde stof.

Waarom kan het niet elke dag een Vanity-dag zijn? Waarom die weemoed en dat wachten? Welke woorden zouden er uit mijn handen rollen als zij mijn schrijfjurk zou worden? Een nieuwe stem, zwierig, elegant en scherp…

We hebben al Casual Friday, laten we er Machtig Mooie Maandag aan toevoegen!

14 maart 2014

Schrijven en eenzaamheid

In de dichte mist liep ik er eentje tegen het lijf, een ander woordwezen. Het zocht zijn weg, op de tast, naar oude woorden in een nieuw jasje. De woorden raakten aan de praat. Ik zie je, zeiden ze, ondanks de mist. Ik lees je. Ze raakten een snaar, die woorden, een snaar van herkenbaarheid, van eenzelfde taal spreken, van niet langer alleen zijn – ook al was het wezen niet eenzaam. Ik wil je, zeiden ze, ik wil je hoofdletters en je kleine letters, ik wil je cursief en onderlijnd. Ze toonden zich – groot, zo groot dat er slechts ruimte was. Ze toonden zich – klein, zo klein dat er niets anders meer was dan tranen en snot. En zelfs dan hoorden ze: ik zie je, ik lees je, ik herken je. En de woorden werden warmte die de mist deed verdwijnen.

Schrijven vraagt om stilte, om het solitaire, zegt men. Waarom zijn het dan de gedeelde woorden die het langst nagalmen?
Ik denk dus ik ben.
Ik schrijf/lees dus ik ben… niet meer alleen.

13 maart 2014

Schrijven, naaien, lijnen… & the power of momentum.

Alle begin is moeilijk, zegt men. Onzin, beginnen is makkelijk. Vooral in dit start to- tijdperk. Start to run, start to swim, start to veggie, start to lens… Zelfs Goedele trad in Evy’s voetsporen met Start 2 sex.

Beginnen stelt je vrij van perfectie en geeft je een alibi voor uitspattingen. Wie gaat er zich niet nog even te buiten aan chocolademousse of tiramisu net voor de start van een dieet? Welke roker kan een nicotine-indigestie weerstaan voor hij zijn laatste sigaret uitdrukt? Want nu mag het nog, nog even, een laatste, een allerlaatste.

Veel moeilijker is het om vol te houden, om alle wolfijzers en schietgeweren uit de weg te gaan en door te bijten. Er waren er veel de afgelopen weken. Ik trapte in de ene en werd omvergeblazen door de andere. Zo was er om te beginnen carnaval. Geen feest waar ik gek op ben, mensen lopen al een heel jaar met een masker rond. Waarom dan perse nog eens gaan overdrijven in februari? Maar mijn dochters zagen in dat feest wel het perfecte excuus om een jurk te laten maken. Dus kroop ik achter de naaimachine en verwerkte onvoorstelbare hoeveelheden stof tot minuscule jurkjes.

Dan was er de vakantie, negen dagen de tijd om te doen waar we zin in hadden. 216 lange uren van niets hoeven en alles mogen. Klinkt dat niet hemels? Ok, het is misschien iets minder, een mens moet nu eenmaal slapen. Trek er 63 uur af en dan blijven er nog 153 heerlijke uren over om helemaal zelf in te vullen. Of toch niet helemaal. Trek er nog 9 uur af om de hond uit te laten, 12 uur in de keuken, ruim 9 uur om te eten, 3 uur in de badkamer, 4 uur om taxi te spelen voor de meisjes, 7 uur om naar een feestje te gaan en 10 minuten om te poetsen net voor er bezoek komt. Dan blijven er toch nog voldoende lege uren over. En inderdaad, er was tijd om naar het boekenfestijn en het stoffenspektakel te gaan met de meisjes. Tijd om Flut te maken (de nieuwe knuffel van Y2). Tijd om voor zowel Flut als de meisjes leggings en T-shirts te naaien. Zelfs tijd om de zetel, poefen en kussens van een nieuw kleedje te voorzien.
Dan spreekt het toch voor zich dat er geen tijd meer over was om te schrijven. Je zou je, geheel terecht, kunnen afvragen waarom ik geen naaiblog maak in plaats van een schrijfblog… De schijn is misschien tegen mij, maar ik wil echt wel schrijven. Alleen was naaien nu even wat makkelijker. Het vraagt iets minder concentratie en is dus beter bestand tegen de aanwezigheid van spelende en praatgrage kinderen. Maar het was vooral makkelijker omdat beginnen, in tegenstelling tot wat men beweerd, héél gemakkelijk is. Wat naaien betreft beschouw ik mezelf als een beginner. Het mag al eens fout gaan en als ik mijn tornmesje boven moet halen, ontsnapt er zelfs geen zucht aan mijn lippen.

Schrijven… dat is een ander paar mouwen.

Althans, dat was zo. Want ik ga er gewoon mee beginnen. Elke dag opnieuw.

11 maart 2014