Zelfde weg, andere camino

Lago – Negreira

“Er staat je morgen een vervelende, saaie etappe te wachten,” zei een pelgrim me gisteren. Ze had naar eigen zeggen een baaldag. Te veel asfalt, te weinig te zien.

Vreemd, ik kon me niet herinneren dat er vervelende stukken Camino waren, toch niet tussen Porto en Finisterre. Had mijn geheugen een roze sausje over die hele tocht gegoten?

Buen Camino gaf haar in ieder geval op één punt gelijk, 2/3 van de afstand zou ik op straat wandelen.

Bij het verlaten van de herberg mocht ik meteen langs een bospad een heuvel op en voor die inspanning werd ik beloond met een prachtige view. 360° zo ver je kon zien niets dan groen, op een minuscuul strookje grijs na. Het viel enkel op als je recht naar beneden keek, want daar lag inderdaad asfalt. Ik geef toe, ik loop ook liever op andere paden, maar vervelend en saai zou ik het met een dergelijk uitzicht niet noemen. Het is maar waar je je op focust… Als je een hele dag haast geen huizen ziet, en bossen en weilanden elkaar voortdurend afwisselen, dan mag je niet klagen.

Over het weer viel trouwens ook niet te klagen. De dag begon bewolkt, maar tegen de middag was het aangenaam warm, al is dat natuurlijk relatief. Net op het ogenblik dat ik eraan begon te denken om mijn broekspijpen af te ritsen, kruiste ik pelgrims in muts en anorak. Wie meer objectieve weersinformatie wil… het bord bij een apotheek gaf aan dat het 19° was.

Nu ik het toch over de temperatuur heb… Vandaag besefte ik dat ik me deze Camino vrijer voel. Ik ben minder in de greep van de dictatuur van de gele pijl. Als ik ergens een mooi plekje zie, maak ik wel eens een omweg. Tegendraads op de omgekeerde camino. Meer nog dan vorige keer gaat het nu om onderweg zijn, niet om ergens toekomen. Dat het niet de eerste keer is en ik sowieso de pijlen niet echt volg, heeft er wellicht iets mee te maken, maar het ligt vooral aan de temperatuur, aan het verschil tussen aangenaam warm en smoorheet. Ik hoef niet meer bij langere tochten al voor zonsopgang te vertrekken om voor de ergste hitte ‘binnen’ te kunnen zijn. Geen haast, geen stress. Maar jammer genoeg ook geen vijgen en geen kastanjes.

Tenslotte de rubriek ‘the Camino provides’:

Net voor de deur van de herberg raakte gisteren een van mijn stokken klem in de opening van een duikerdeksel. Hij was snel weer los, maar het dopje was ik kwijt. De herbergier had geen reservedoppen, de aanwezige pelgrims al evenmin. Ik nam me dus voor om in Santiago een wandelstokkendopjeswinkel te zoeken en het tot die tijd zonder te doen. Niet zonder stok, wel zonder dop. De Camino is niet van dien aard dat stokken onontbeerlijk zijn, maar voor wie kraakbeen in een knie mist is die extra schokdemping is wel zo handig. Op het bospad viel dat doploos stappen wel mee maar op straat ergerde ik me mateloos aan het getik. Misschien vind ik er onderweg wel eentje, dacht ik. Je raadt het natuurlijk al, nog geen tien meter verder lag er een rode dop langs de kant van de weg. Het was niet de juiste maat, maar dat was snel opgelost en de rest van de dag was ik blij dat irritante geluid niet meer te horen.

Een vervelende dag gehad? Ik denk het niet!

31 maart 2023

Valse start

Cee – Lago

Op de gewone camino moet je al heel erg je best doen om verloren te lopen. Een omgekeerde camino zou, naar verluidt, iets minder evident zijn.

Gisteren merkte ik daar weinig van. De weg wees een beetje zichzelf uit. Het hielp natuurlijk dat ik een groot deel van de tijd de kust kon volgen, maar ook uit het zicht van de zee ging het verrassend vlot. Er waren hier en daar blauwe pijlen (richting Fatima) en af en toe zelfs een gele met SC als toevoeging (Santiago de Compostela). Bovendien waren er ook de gewone pijltjes en palen om me de weg te wijzen. Niet door hun richting, wel door hun plaatsing bij kruispunten. Een pijltje aan de linkerkant, dan moest ik naar rechts. Makkelijk zat. De enkele keren dat er twijfel mogelijk was, kwam er toevallig telkens een pelgrim uit de andere richting. De camino wijst de weg.

Bevestigd in mijn uitzonderlijk richtingsgevoel verliet ik vanochtend de herberg zonder vooraf de weg te bestuderen. Ik had die omgekeerde camino immers onder de knie.

Hoogmoed komt voor de val…

Terwijl ik apps-gewijs keuvelde met de beste vriendinnen die een mens zich kan wensen, kwam er een man wild gebarend naar me toe.

Het was duidelijk dat hij dacht dat ik de verkeerde kant op liep, wat in mijn geval de juiste was.

“Santiago,” zei ik. Dat zou alles moeten verduidelijken.

“Si, si, Santiago,” zei hij gevolgd door wat aanwijzingen.

“Rechtsomkeer maken en de eerste straat rechts,” zeiden zijn gebaren.

Waarschijnlijk de pijl gemist door naar mijn schermpje te kijken, dacht ik. Dat kan de beste overkomen. Ik bedankte hem en volgde zijn instructies.

Een half uur later zag ik plots de zee. Aan de linkerkant! Dat kon niet kloppen. Mijn hoofd zei stop maar mijn benen liepen toch door tot aan het volgende kruispunt. Het kleurrijke gebouw op de hoek kwam me wel zéér bekend voor. Ik was er gisteren op weg naar mijn herberg voorbijgelopen. Nog eens een half uur later stond ik terug bij het startpunt. Als ik monopolie aan het spelen was, zou dat een goede zaak zijn geweest. Nu iets minder.

Google maps zette me op het juiste spoor, dacht ik, voor even. Vreemd genoeg kan je het soms voelen als je niet op de camino loopt. Er wringt dan iets. De mensen zijn minder vriendelijk, je ziet abnormaal lang geen pijlen en als een weg plots snelweg lijkt te worden, kan je wel zeker zijn.

De Buen camino app werd dus geopend en wat bleek…. ik liep inderdaad niet op de juiste weg, wel in de juiste richting. Niet het einde van de wereld…. (pun intended) Ik had geen zin om nog eens om te keren en besloot van deze wandeling te genieten, camino of geen camino. Snackpauze in een bushokje met de zoetste sinaasappel die ik ooit at. Enkele blaadjes verse munt in de drinkbus, even schudden en met een beetje fantasie had ik een mojito for the road. De dag plukken is zo makkelijk onderweg.

Zodra ik van Google de drukke baan mocht verruilen voor veldwegen met prachtige vergezichten kon mijn dag al helemaal niet meer stuk. Het werd er eentje van klimmen en dalen, van holle wegen, omwalde paden, kabbelende beekjes en open vlaktes waar de ijzige wind me vooruit joeg. Het werd er eentje van jas aan, jas uit of toch maar weer aan.

En plots was hij daar, de eerste pijl. Mijn glimlach werd zo mogelijk nog breder. Een pelgrimshand is gauw gevuld. Vanaf dan waren er weer tegenliggers met de bijhorende “buen camino”. Grappig dat sommigen er onmiddellijk van uitgingen dat zij in de verkeerde richting liepen.

Een caminofamilie opbouwen zit er deze keer niet in door mijn afwijkende richting. Toch heb ik geen enkele keer het gevoel gehad alleen onderweg te zijn. Vooral niet bij aankomst in een volle herberg zoals vandaag. Hopelijk zijn er geen snurkers in de zaal.

Sleep tight, don’t let the bedbugs bite!

30 maart 2023

Voor twee kijken

Finisterre – Cee

In een herberg slapen, was toch weer even wennen. Vooral omdat de stapelbedden langs drie zijden bekleed waren met golfplaten. Het geheel oogde bijzonder mooi, maar het oor wil ook wat ’s nachts – stilte – en dat kregen ze niet. De geringste beweging veroorzaakte een kletterconcert. Één persoon wakker, iedereen wakker, al heb je er altijd wel die door alles heen slapen. Jammer genoeg waren dat vannacht de snurkers in de kamer.

No problem, een beetje slapeloosheid hoort nu eenmaal bij de camino. Vanavond wordt dat wel goedgemaakt, ik heb een slaapzaal helemaal voor mezelf. Maar nu ben ik op de zaken vooruit aan het lopen…

Ik denk dat ik in een vorig leven een huisjesslak moet zijn geweest. Zodra ik vanochtend mijn rugzak over mijn schouder gooide, voelde dat als ‘thuis’. Soms besef je niet dat je iets mist, tot het er eindelijk wél is, dat heb ik met mijn Deuter. (Nee, dit bericht wordt niet gesponsord.) Hij zat meteen weer goed en mijn voeten leken onmiddellijk het perfecte ritme te pakken te hebben, alsof ik moeiteloos kon inpikken waar ik een half jaar geleden was gestopt. Om dat echt te kunnen doen, was er eerst nog een busrit nodig. Tweeëneenhalf uur, langs een kronkelende kustlijn, bergop, bergaf.

Ik schrijf onderweg wel een blogstukje, dacht ik voor vertrek, maar dat was buiten mijn maag gerekend, die had andere plannen.

Bij deze voel ik me dus verplicht iets recht te zetten. Ik dacht in september dat ik misselijk werd omdat ik toen vijf weken niet meer in een voertuig had gezeten. Het lag blijkbaar vooral aan de weg. In Finisterre kon ik niet snel genoeg die bus uit zijn om vaste grond onder mijn voeten te voelen en de berg te beklimmen naar het 0 km paaltje. Ik werd aangemoedigd door glunderende tegenliggers die me zeiden dat ik er bijna was, dat het eindpunt in zicht was. Wisten zij veel…

Halverwege begon het vechten tegen de wind en er had geen toepasselijker standbeeld kunnen staan.

Het meest bijzondere aan de klim was dat ik meteen merkte dat ik voor twee aan het kijken was, voor mezelf en voor Joaquin, het hoofdpersonage uit mijn verhaal. Ik voelde zijn vermoeidheid terwijl ik mijn innerlijke berggeit voelde ontwaken, ik berekende hoeveel keer de lengte van zijn huis in 3km zou gaan omdat dat zijn enige referentie is. Ik zag dingen die ik een half jaar geleden niet had gezien, omdat ik nu door zijn ogen naar de weg keek en terwijl hij uitgeput neerzakte bij het paaltje en wat tijd nodig had om op adem te komen, liep ik nog een stukje verder tot op het punt waar je niet meer verder kan. Ik voelde zoveel dankbaarheid, dat ik dit opnieuw mag beleven, hetzelfde en toch heel anders.

De rest van de dag was het heerlijk wandelen door vertrouwd gebied.

Hier hebben we gegeten, daar stonden we met onze voeten in het zand, hier zocht een man naar zijn hond…. Ik liep in het nu en toch ook een beetje in ‘toen’.

Dat hield op zodra het weer omsloeg. Eerst voelde het als lopen onder een vernevelmachine, best aangenaam, tot die fijne druppels dikker en talrijker werden en zelfs de meest positief ingestelde persoon op een bepaald ogenblik zou moeten toegeven dat een dergelijke ‘machine’ meer op een douche begon te lijken. De regenjas werd uitgehaald en vanaf dat ogenblik was het doorstappen om zo snel mogelijk in de herberg te zijn.

Daar zit ik dus nu, warm en droog, in een lege zaal, klaar om enkele uurtjes gemiste slaap in te halen. Slaap lekker!

29 maart 2023

One cable to rule them all.

(Titel © Frank C. 😉 ere wie ere toekomt)

Mijn rugzak was sinds september in een hoek van de slaapkamer blijven staan. Hij leek de weg naar de zolder maar niet te kunnen vinden. Haast alles zat er nog in: hoofdlampje, slaapzak, wasknijpers, regenjas, bestek, zakmes, … Enkel nog wat kleren en toiletartikelen en ik kon vertrekken.

Dat was waarschijnlijk de reden dat hij er de dag voor vertrek nog steeds zo stond, ongepakt, half ingezakt. De inhoud zat wel al in mijn hoofd. (Tijdens de vorige camino had ik immers niets bij dat niet gebruikt werd én ik had geen enkele keer het gevoel iets essentieels te missen.) Het was dus enkel nog een kwestie van het in die zak te krijgen. Tijd zat …

Mensen om me heen werden nerveus, maar ik voelde de pakdrang niet, meer nog, ik voelde de ‘camino’ niet. Niet dat ik er geen zin in had, het leek gewoon niet echt.

Procrastination is my middle name, maar maandagochtend kon zelfs ik het echt niet langer uitstellen. Een T-shirt, een short, twee slipjes, vier paar sokken, een sport-bh, een vestje, slippers, een mini handdoek, buff en klaar! Waar maakte iedereen zich toch druk om?

Oké, misschien toch nog niet klaar. Een toilettas met daarin een half blokje zeep, goed voor hoofd, haar en kleren, een tube tandpasta, ook gehalveerd (met ducttape weer afgesloten) en een tandenborstel (heel). Wat heeft een mens meer nodig onderweg? Niets toch.

Oh ja, nog wat electronica. Een waterdicht zakje met fototoestel, oplader en laadkabels… en daar liep het mis. De laadkabel voor mijn fototoestel was spoorloos. De lade werd leeggekieperd, je weet wel, die ene lade waarin je alles gooit wat je niet onmiddellijk nodig hebt en waar je nooit iets in terugvindt, de bermudadriehoek van elke keuken.

Een uitgebreid aanbod aan kabeltjes om uit te kiezen en niet één paste. Zelfs niet bij een tweede en derde poging. Dan maar naar de dichtstbijzijnde electrozaak. In de rekken hing niets bruikbaars.

“Geen paniek,” zei de winkelbediende. “De mogelijkheden zijn nog lang niet uitgeput.” Hij verdween en kwam terug met drie Curverboxen vol losse kabeltjes. Winkels beschikken blijkbaar ook over zo’n laadkabelkeukenlade.

Ondanks hun ruim aanbod ging ik veertig minuten later toch zonder kabel naar buiten.

“Als je het vroeger had ontdekt, hadden we er nog op tijd eentje kunnen bestellen.” Vrij vertaald… eigen schuld, dikke bult.

Ik besloot het fototoestel toch mee te nemen. Met een beetje geluk zou ik in de luchthaven alsnog een geschikt kabeltje kunnen vinden.

In Zaventem had ik dat beetje geluk niet. Bij de tussenlanding in Madrid misschien?

Een vriendelijke man bekeek de onderzijde van het toestel, draaide het vervolgens een kwartslag en opende een minuscuul klepje aan de zijkant. Terwijl hij dat deed, herinnerde ik me die handeling. Natuurlijk! Hoe had ik dat kunnen missen? Ik had een excuus, veel haast en bril niet opgezet. Maar hoe hadden al die anderen dat kunnen missen?!

Hoe dan ook, zonder het te weten had ik dus al die tijd de juiste kabel al bij. Ik bedankte de man en verdween met een rood hoofd.

Op dat ogenblik besefte ik dat er weldegelijk een goede reden bestaat om vroeger je koffers te pakken, om een dergelijke blunder te voorkomen.

Enkele uren later, in Santiago op weg naar de bagagecarrousel, zag ik dit op de grond en drong het plots door dat het echt was. Instant was het er, dat camino-gevoel. Geconditioneerd door de gele pijl…

Na de busrit richting centrum toch nog even langs de kathedraal en vervolgens een eerste stempel laten zetten om het nieuwe avontuur te laten bezegelen. Waar kan je dat voor een ‘omgekeerde’ camino beter laten doen dan in The last stamp…

28 maart 2023