Over vicieuze cirkels, het handhaven van de status quo en andere stoorzenders

In een ver verleden leerden we het tijdens de les natuurkunde, een voorwerp in rust wil in rust blijven, een voorwerp in beweging wil in beweging blijven… en het kost verdomd veel kracht om een voorwerp te doen versnellen, vertragen of van richting te veranderen. De leraar vergat er destijds bij te vertellen dat dit zeer waardevolle levenslessen waren die veel verder reikten dan de toets aan het einde van het semester. Vandaag besef ik dat het wellicht de belangrijkste woorden waren die ik in heel het middelbaar gehoord heb. (Op “Goeiemorgen Bolleke” na, de dagelijkse begroeting van mijn echtgenoot. En ook daarvan besefte ik pas véél later de waarde.)

Als ik me slecht voel ben ik geneigd rotzooi in mijn mond te stoppen terwijl ik zeer goed weet dat ik me beter zou voelen na een appel, een wortel of een bord gestoomde groenten met quinoa.
Maar weten volstaat niet. Op zulke momenten is het lichaam baas en het wil energie en wel nu meteen. Liefst een snelle hap dus, met een heleboel ongezonde vetten en nog meer snelle suikers. Bij voorkeur iets met chocolade. Geeft die rotzooi energie? Niet dus. Integendeel. Voel ik me dan beter? Au contraire.
Wat geeft er wel energie? Rennen, lachen, stoeien, dansen, zingen, tuinieren, biologische maaltijden, verse sapjes,… Jammer genoeg heb je energie nodig om aan die dingen te beginnen. God was vast in een conservatieve bui toen hij de inertie invoerde.

Die traagheid treft ook de schrijver. Een niet-schrijvend voorwerp is geneigd niet-schrijvend te blijven.
Gaan zitten en wachten op inspiratie is dus niet de manier om woorden op het scherm te zien verschijnen. Niet verwonderlijk dat schrijven zelden in de buurt van de computer gebeurt. Wel tijdens het wandelen, bij het droedelen, tijdens het poetsen, aan het fornuis en laatst terwijl ik de aardbeiplantjes aan het bevrijden was uit de greep van het kleefkruid. Kortom, als ik in beweging ben. Het nadeel is dat datgene wat ik aan het doen ben dan halverwege stilgelegd wordt omdat de woorden voorrang krijgen. Sorry H, ik ruim die gesnoeide lavendel morgen wel op. En de rest van de strijk komt vanavond aan de beurt. Of morgenavond. Tenzij ik dan weer door een idee overvallen word…

25 mei 2014

Kleur kennen

Een bolletje kleuren kan je nauwelijks schrijven noemen, en toch schrijven we zondag met z’n allen een nieuw stukje toekomst. Als elk woord in een tekst met zorg gekozen wordt – het juiste woord op de juiste plaats- verwacht ik van mezelf natuurlijk niet minder bij de plaatsing van dat ene bolletje. Maar wat is op dit ogenblik het juiste?

Er was een tijd dat het makkelijker was om mijn kleur te kennen en bekennen. Eerst was er rood, de kleur van mijn nest. Ik ontgroeide het nest en kleurde mezelf groen. Maar de laatste jaren ben ik zoekende. Op vestimentair vlak heb ik eindelijk het zwart en het wit durven overstijgen, maar op politiek vlak ben ik in een grijze zone terecht gekomen. Ik weet niet meer wat me staat en de debatten helpen me niet echt om het helder te krijgen. Om me heen lijken heel veel mensen het wel te weten, maar bij navraag blijken ze vooral te weten wat ze niet willen.

Het probleem is dat niet willen niet werkt. Hoe meer ik aan iets niet willen denk, hoe meer last ik er net van heb. Ik ging de afgelopen maand niet snoepen en ik ben me meer dan tevoren te buiten gegaan aan chocolade, neusjes en chocotoffs. Ik was tegen lanterfanten, luieren en nietsdoen, maar pijn en een laag energiepeil zorgden ervoor dat net dat het enige was waar ik de afgelopen maand in uitblonk.

Daarom zie ik zondag als een uitnodiging om na te gaan wie ik ben, nu, op dit ogenblik, wat ik belangrijk vind voor de toekomst en welke kleur me echt staat. Misschien kies ik voor het ruime sop en hul ik me in een piratenoutfit…

Welke kleur draag jij zondag? Kijk eens goed in de spiegel en kies iets moois. Je moet het immers een paar jaar dragen.

23 mei 2014

Moe van het moeten

Ongevraagd was het op een moment van onoplettendheid weer in mijn leven geslopen, het mokerharde moeten.

Er moest weer zoveel. Om te beginnen… opstaan, elke ochtend, veel te vroeg. Naar bed gaan, elke avond, veel te vroeg. Werken, en het liefst graag of anders niet. Gezond eten, en dat 3 keer per dag, elke dag. Groenten zaaien, het onkruid uittrekken, het huis poetsen, vaten, sporten, er goed uitzien, er beter uitzien, brood bakken, lezen, schrijven, tekenen, dansen, tevreden zijn, blij zijn, gelukkig zijn.

Ik werd er moe van, van al dat moeten.

Tijd dus om het leven weer wat eenvoudiger en luchtiger te maken.

Van moeten naar mogen…

In de eerste plaats betekent dat ironisch genoeg minder lezen. Hoezeer ik ook houd van woorden, ze hebben – bij overdaad – de neiging mijn ontevredenheid te voeden. Wie wel nood heeft aan woorden mag gerust mijn boekenkasten komen plunderen. Ze mogen uitvliegen, het nest uit. En met de boeken ook andere spullen die ooit nuttig leken of dat ook echt waren, maar die nu vooral plaats innemen. Weg met die meuk. Alleen al dat voornemen geeft me meer ruimte. Straks in huis, nu al in mijn hoofd – ruimte die mijn personages mogen innemen.

5 mei 2014