Vroeg begonnen is half gewonnen.

Wij zijn een gezin van briefjes. Voor elke gelegenheid geven we elkaar woorden. Sorry briefjes worden onder deuren geschoven, ik hou van je briefjes gaan heen en weer in brooddozen, de wc-muur is gevuld met zwarte bordverfvlekken waar iedereen krijtgewijs zijn zegje op mag doen, bij de badkamerspiegel liggen whiteboard stiften en als ik er eens niet ben rond bedtijd ligt er geheid van een of beide dochters een briefje op mijn kussen. Kampkoffers worden gevuld met kleren en briefjes en tussendoor gaan er ook nog mailtjes heen en weer.

Niet verwonderlijk dus dat Y2 een grote hap uit haar vrije namiddag besteed heeft aan het schrijven van een verhaal. Het gaat over prinses Y, dappere ridder Wolf en Russen die het land willen bezetten. Natuurlijk komt alles goed, Wolf brult, trapt deuren in en redt haar en het land van de vijand waarna ze nog lang en gelukkig leven.

Ze schreef hem tot held en morgen gaat ze het aan hem voorlezen. Ik ben benieuwd of hij daaraan zal kunnen weerstaan… Liefde gaat misschien wel door de maag, maar het neemt vaak ook een omweg langs mooie woorden. Of was dat lust?

Zal ik het haar afraden? Zal ik zeggen dat ze de muze niet buiten zichzelf moet zoeken, dat ze voor zichzelf moet schrijven? Of houd ik mijn mond tot ik die les zelf geleerd heb?

26 februari 2014

Write me, write me to the end of love

Laatst ging ik met de meisje naar Anna van Bronks, een mooie, poëtische voorstelling van Joke Devynck. De meisjes genoten en ik genoot mee. Ze lachten, werden stil, slikten tranen weg en giechelden en dat alles om woorden. Woorden over vriendschap, anders zijn, dood gaan en seks, vooral over seks. Want volgens Zina en Joske kan zowat alles seks zijn. Had je er al eens bij stilgestaan hoe sexy het woord pimpelmees is? Toe, probeer het eens. Voel hoe het woord je lippen beroert, keer op keer, om dan op je tong langzaam uit te doven. Pimpelmees…

Ik hou van woorden. En van punten. En komma’s. Op de juiste plaats kunnen ze mijn ziel raken.

Het zal je vast niet verbazen dat ik voor mijn man viel tijdens het verbale baltsen, nog voor we elkaar live ontmoetten. We waren het er over eens, het was geen paringsdans, in geen geval, maar onze woorden spraken een andere taal.

Niets zo intiems als iemands taal ontdekken, het is als een vingerafdruk, uniek. Woorden die door miljoenen mensen dagelijks gebruikt worden, krijgen plots meer kleur omdat ze door die ene persoon tot jou gericht werden. En dat ene ogenschijnlijk banale woord kan je terugvoeren in de tijd, een tijd waarin elk woord nieuw was. De magie van woorden…

En net zo magisch is het om de taal van een personage te ontdekken en door de taal het karakter. Caro, Elise, Alex, Karlijn, Mathias, Lieve, Simone, Raphaël… binnenkort zijn ze me lief. Natuurlijk niet zo lief als mijn lief.

23 februari 2014

Iedereen schizofreen

“Wie is die schrijver waar je het gisteren over had? Heeft hij al veel gepubliceerd?”

Wel… een schrijver is het niet, eerder iemand die on- en offline geen blad voor de mond neemt. Bovendien deed hij iets wat geen schrijver hem ooit voor- of nadeed, met een enkel woord zette hij me dagenlang aan het nadenken.

Surrender

In rode letters schreef hij het, op mijn rug, tot bloedens toe. Dit ben ik niet, schreeuwde alles in mij toen ik het zag. Zo hard, zo agressief. De aanblik deed me haast kokhalzen, niet omdat ik het lelijk vond, maar vanwege de impact die het op mijn wezen had. Er volgden nachten vol verzet en steeds in overgave trachten te gaan. Een van de stevigste uitnodigingen tot meditatie die ik de laatste jaren kreeg… Ik geloof niet in spijt en toch was net dat de emotie die toen vaak de kop opstak. Maar op een ochtend hervond ik mijn rust en keek ik met een leeg hoofd naar mijn rug. Niet meer naar wat ik vond dat er moest staan, en meer nog dan naar wat er stond, naar wat het zou worden als het klaar was.

Geen paniek, ondertussen ben ik er blij mee. Er zijn bloesems aan toegevoegd, want ik zou ik niet zijn als ik niet op zoek zou gaan naar evenwicht, als ik niet zou schipperen tussen twee uitersten – hard en zacht.

En tussen die twee schipper ik vandaag opnieuw. Mijn psychopaat wil nu eindelijk eens zijn zegje doen, maar ik snoer hem vooralsnog de mond. Wat als de lezer geen onderscheid kan maken tussen schrijver en personage? Of erger nog… wat als ik het onderscheid niet kan maken? Wat als…

“Wat als je nu eens gewoon gaat schrijven in plaats van te zeuren!!!”

 

21 februari 2014

Anything you write can and will be used against you

“Alles goed met jou?”

Meer nog dan de woorden is het de blik die me doet vermoeden dat de vraagsteller mijn blog gezien heeft, een combinatie van zichtbaar medelijden en verdoken hoogmoed.

“Arm schaap,” lees ik in haar ogen. “Je moet je wel heel erg slecht voelen als je over melancholie en tranen schrijft.”

“Prima,” antwoord ik zo luchtig mogelijk. “Zo erg was het niet hoor. Dichterlijke vrijheid, weet je wel…”

“Oh… ondertussen gaat het dus al beter.”

Bespeur ik daar teleurstelling? Heeft ze mijn slecht-voelen nodig om zich goed te voelen? Is je goed voelen een wedstrijd geworden met winnaars en verliezers waarin het geluk van de ene gewogen wordt ten opzichte van het verdriet, de woede, de angst of zelfs de melancholie van een ander?

Hoe dan ook… ze is niet de eerste vraagsteller en zal vast niet de laatste zijn. En hoe vaker ik de vraag hoor, hoe slechter ik me voel. Misplaatst medelijden heeft de neiging een mens klein en zwak te maken. De grijze bui van gisteren is al lang over. Het is een andere die nu in mij raast, donker en rebels.

Een boek op de rand van de tafel zorgt voor olie op het vuur, Jij bent mijn mes van David Grossman. Het ligt te wachten op de les Art Journaling. Je lievelingsboek, was de opdracht. Daar hoefde ik geen seconde over na te denken. Een liefdesverhaal zeggen recensenten. Een verhaal over verlangen, waarheid en leugens, zou ik zeggen. Het inspireerde me ooit tot het schrijven van Huidloos, anoniem. Jaren later is het makkelijk om te zeggen ‘dit schreef ik’, want de schrijver in 2014 hoeft toch geen verantwoording af te leggen voor de schrijver die dit in 2008 neerpende. Het zijn woorden uit een ander tijdperk, geschreven door een andere ik.

Voor mijn woorden van gisteren moet ik me blijkbaar wél nog verantwoorden en op momenten als deze ben ik jaloers op Mike, die schrijft met zijn middenvinger. Crapule de luxe…

Misschien neem ik beter een voorbeeld aan Y2, die gewoon op de muur schrijft wat ze denkt: Pipi doen is kak!

Wie nog nooit een baaldag heeft gehad werpe de eerste blik vol medelijden.

Schrijf vandaag – al is het voor één keer – eens iets anders op je profiel; het wit, het zwart en het grijs van je leven.

En ik, ik ben helemaal klaar om me enkele bladzijden in te leven in mijn psychopaat, met dank aan de vraagstellers.

20 februari 2014

A page a day keeps the shrink away

Er zijn nuttige woorden, mooie woorden, harde woorden, te vermijden woorden, woorden met pit of woorden met een vertraagde werking. Er zijn ook woorden die je – ondanks hun schoonheid – haast nooit hoort. Stoethaspel, instignatie, soebatten, dissonant.

En dan zijn er nog woorden van een andere orde, woorden die je proeft, die aan je blijven kleven nog voor je ze uitgesproken hebt.

Melancholie…

Zonder zichtbare reden is het er plots, het woord en het gevoel, geniepig op een afstand en haast ongemerkt sijpelt het je huid binnen zodat je het nauwelijks nog van je af kan schudden; een onwelkome gast die koude om je botten blaast en tranen naar buiten duwt.

“Te weinig zon”, zegt men. “Teveel regen,” zegt men. “De hoogste tijd voor vakantie.”

Te weinig woorden, weet ik ondertussen. Writing is how we ‘right’ our life.

Dus nestel ik me in de zetel, rug tegen verwarming, laptop op schoot en schrijf ik mijn personages -en mezelf- tot leven.

 

19 februari 2014

Mening-itis

(De woorden waren nog niet rijp.)

Het gebeurde op nog geen meter bij me vandaan. Y1 viel, als een blok, voor een pen. Ik kon haar geen ongelijk geven, het was een prachtexemplaar. Een zwarte, glimmende veer met een scherpe, zilveren punt. Een en al belofte…

Thuisgekomen haal ik mijn oude liefde uit de kast. Mijn Pelikan, al jaren werkloos, maar nog steeds gekoesterd, draagt de herinnering aan honderden brieven en gedichten in zich. Terwijl ik hem in de inktpot doop, krijg ik heimwee naar de tijd van handgeschreven brieven, van inkt zien vloeien, van schrijven, scheuren en herschrijven, van postzegels likken en wachten op een antwoord, dagen of weken.

Woorden moeten nu te snel rijpen, meningen moeten te snel gevormd worden. Op een sms verwacht men binnen het uur een antwoord, op een mail nog dezelfde dag. En dan zijn er al die profielen om te liken en van grappige commentaar te voorzien. De ondraaglijke snelheid van het bestaan anno nu…

Maar soms is het woorden-winter, dan heb ik (nog) geen mening, laat staan een grappige. Als ik ze wel heb, is ze vaak of te banaal of te persoonlijk om publiek te maken.

En dan ben ik blij en trots dat mijn dochter de traagheid van een pen verkiest boven het klavier en schenk ik haar mijn inktpot.

Om haar een uur later te zien tuinieren… op de laptop. “Ik heb supermest gekocht, dan is mijn graan op een seconde klaar om te oogsten.”

17 februari 2014

Geleende woorden

If You Forget Me

I want you to know
one thing.

You know how this is:
if I look
at the crystal moon, at the red branch
of the slow autumn at my window,
if I touch
near the fire
the impalpable ash
or the wrinkled body of the log,
everything carries me to you,
as if everything that exists,
aromas, light, metals,
were little boats
that sail
toward those isles of yours that wait for me.

Well, now,
if little by little you stop loving me
I shall stop loving you little by little.

If suddenly
you forget me
do not look for me,
for I shall already have forgotten you.

If you think it long and mad,
the wind of banners
that passes through my life,
and you decide
to leave me at the shore
of the heart where I have roots,
remember
that on that day,
at that hour,
I shall lift my arms
and my roots will set off
to seek another land.

But
if each day,
each hour,
you feel that you are destined for me
with implacable sweetness,
if each day a flower
climbs up to your lips to seek me,
ah my love, ah my own,
in me all that fire is repeated,
in me nothing is extinguished or forgotten,
my love feeds on your love, beloved,
and as long as you live it will be in your arms
without leaving mine.

Pablo Neruda

 

14 februari 2014

Echt of waar?

“Dat ga je toch niet in je blog zetten,” krijst Y2 nadat ze met een opmerking iedereen aan onze tafel -en vast nog enkele tafels verder- de slappe lach heeft bezorgd. Haar gezicht kleurt roder dan het behangpapier van het Aziatisch restaurant.

“Nee liefje,” zeg ik geruststellend terwijl ik de tranen van mijn wangen veeg, “niemand zou geloven dat een meisje van negen tussen de loempia’s en de gebakken eend een gesprek voert over een verbod op het likken van ballen.”

Het is niet eenvoudig om op een geloofwaardige manier een gesprek weer te geven. Wat waar is, lijkt niet noodzakelijk echt en wat echt lijkt, is zelden waar.

Vijftien jaar geleden was het me al duidelijk, nadat ik een eerste poging tot een manuscript liet lezen aan een gewillig slachtoffer.

“Je moet iets doen aan je dialogen,” opperde hij voorzichtig. “In het echt praat niemand zoals je hoofdpersonages.”

Twee uur en vijf kopjes thee later moest hij zijn mening herzien. “Jij praat zo!”

Het boek steeg daardoor in zijn achting en hij daalde meteen in die van mij… ‘Voorbijgangers’ stierf een snelle dood.

Veel woorden later blijft het soms nog steeds zoeken naar de juiste woordenschat, de juiste zinsbouw, de juiste stem. En nog steeds duikt er af en toe een personage op dat praat zoals ik, al kan ik er nu voor kiezen. Denk ik… want is het eigenlijk wel mogelijk om als schrijver, acteur, zanger, schilder… iets naar buiten te brengen van buiten ons? Kan ik iets anders schrijven dan mezelf? En moet ik dus om mijn hoofdpersonage ‘te horen’ naar de psychopaat in mezelf luisteren? Of volstaat het om naar anderen te luisteren? Het helpt in ieder geval. En bij deze weet je het dus…

Ja, je komt in mijn boek, misschien je neus, misschien de manier waarop je je haar achter je oren stopt, misschien het achterdochtige zoeken in een gsm, misschien je onvermogen om op tijd te zijn of de ongelovige blik in je ogen als iemand je een compliment geeft. Ja, je komt in mijn boek, misschien alleen je naam, of de kleur van je behangpapier, de boodschap op je toilet. Maar of je het nu wil of niet, je komt in mijn boek, want je bent een deel van mijn wereld.

Misschien volg ik wel de raad op van een medeblogger en maak ik een T-shirt om voorbijgangers te waarschuwen: Wik en weeg je woorden, ik blog!

13 februari 2014

Vrijheid vs. Perfectie

Strak, zwart en rood, zo zag het er donderdag uit. Vandaag ging het een heel andere kant op… Net als een verhaal gaat een pagina uit een art journal blijkbaar soms een eigen leven leiden. Wat gesso, mod podge, aquarel, stiften, post-it en de pagina is heerlijk onherkenbaar verminkt.

“Mama, het was zo mooi, waarom maak je het nu lelijk?” Y2 kijkt me met een blik vol afgrijzen aan. Als ze het eerder had gezien, had ze vast mijn schrift uit mijn handen gerukt om mij en mijn schrift tegen mezelf te beschermen.

Ik voel me akelig weinig beledigd, niet zelfs.

“Kunst hoeft niet mooi te zijn liefje,” leg ik uit terwijl ik een puntje op de j zet, “soms is het net nodig om iets lelijks te maken zodat de boodschap duidelijk is.”

“Maar je zei net dat je géén kunst wou maken!?”

“Euh … als kunst al lelijk mag zijn, mag niet-kunst toch zeker lelijk zijn.”

Mijn huisgenoten zijn het er duidelijk niet mee eens.

Ze zouden vast niet zo afkeurend kijken als ze konden voelen wat het interne effect is van dit uitwendige geklieder. Bruisend, vol energie en ‘goesting’ om een nieuw blad te vullen, en nog een… In tegenstelling tot met woorden voel ik me hier volledig vrij. Ik wou haast schrijven ‘vrij om fouten te maken’ maar het gaat nog verder. Terwijl ik bezig ben bestaat het concept fout niet eens. Bij art journaling weet ik (nog) niet wat goed is -voor mij-, laat staan wat perfect, de lat is nog niet gelegd, dus hoe kan het dan fout zijn…

8 februari 2014

Not an addict

Of toch een beetje… aan pennen, gelstiften, boeken, stofjes, linten, wol, papier, stempels… aan hobbymateriaal in het algemeen, aan notitieboekjes in het bijzonder.

Bij alle andere voorwerpen in huis heb ik een heldere opruimregel: als ik het een jaar niet gebruikt heb, is de kans klein dat ik het ooit nog zal gebruiken en mag het naar een nieuwe eigenaar. Je zal op mijn zolder geen dozen vol baby- of peuterkleren vinden, geen servies voor als de bomma komt eten, geen jeans voor die waterkans dat ik mijn voornemen te gaan sporten in de praktijk gebracht heb. In de kelder staat geen voorraad eten, geen oude fietsjes, zelfs geen sandalen die wel mooi zijn maar die je maar eens in de 10 jaar draagt. Ik kan makkelijk afstand nemen van dat wat niet dienstbaar (meer) is.

Maar …

Eén zijde van de eettafel ligt chronisch vol schriften, pennen, boeken,… en zowel zolder als kelder zijn een schatkamer voor wie wil naaien, breien, beeldhouwen, zilveren, schrijven, verven, vilten, kleien en kliederen. Nieuw, onaangeroerd materiaal heeft iets bedwelmends. “Koop mij,” fluistert het met een hese, donkere stem. “Je hebt me nodig. Met mij wordt je leven anders, mooier, beter, voller. Door mij zal tot uiting komen wie je werkelijk bent.”

Je loopt er voorbij, vastberaden, want je hebt niet nóg een notitieboekje nodig. Twee stappen later aarzel je want voel je al toekomstige spijt. Had ik toch maar… Zou ik niet beter… En je keert terug om de winkel te verlaten met een buitenmodel glimlach én lege bladzijden heerlijk ruikend gebonden papier – haast te mooi om ooit te gebruiken. En net dat is het probleem. Mooi materiaal verhoogt de druk, legt de lat te hoog zodat je niet eens de moeite doet om langs de lat heen te lopen.

Gisteren kregen we in de les een eenvoudig exemplaar om een Art Journal te starten en vanochtend voelde ik even de impuls om het door een mooier exemplaar te vervangen, om me door allerlei nieuw, inspirerend materiaal te omringen zodat ik écht aan de slag zou kunnen. Mijn titel weerhield me gelukkig van een dergelijke daad van creatieve zelfmoord. No Art Journal mag in een gewoon schrift blijven. Gewoon is goed genoeg, gewoon is beter.

Soms droom ik van een veranda met uitzicht op de velden, een ouderwetse schrijftafel met schuine zijde en geheime vakjes, een jaar niet hoeven werken en dagen schrijvend doorbrengen. Maar gewoon is goed genoeg, dus zit ik in het STUKcafé op een vrije middag met tegenover mij een partner in crime. Mijn vingers moeten wel in beweging blijven, anders krijg ik zodadelijk geen nieuwe kop thee.

7 februari 2014