Not a Stepford wife

Paarse handen en een keuken die dronken is van een warme, stroperige geur… het moet wel eind augustus zijn. Oogsttijd; een vriezer vol bessen en groenten, leggers die krom staan onder het gewicht van confituur, notenporto, steriliseerbokalen en 12 flessen nog warme vlierbessenjenever. Over enkele weken is de sleedoorn klaar om likeur van te maken en dan is de zomer officieel voorbij.

Het voelt goed om het huis winterklaar te maken met lentekleuren en zomersmaken, alsof ik daarmee gehoor geef aan een oeroude hamsterdrang. Even waan ik me de perfecte huisvrouw en droom van altijd thuis zijn en niets anders te hoeven doen dan koken, poetsen en tuinieren, om mijn man en kinderen met een buitenmodel glimlach, petticoat en perfect gemanicuurde handen op hun wenken te bedienen. Tot ik door Stepford ogen om me heen kijk. Vuile ramen, een keukentafel die chronisch vol naaispullen ligt, hondenkwijl op mijn kleren, een aanrecht vol vaat en verwelkte bloemen in een vaas. Hmmm, misschien toch niet zo perfect?

Soms lijkt het op spelen. Ik, de tienerjaren amper ontgroeid, speel moedertje en vadertje, met echte kinderen, in een echt huis en – Thank God! – een echte man. Elk ogenblik kan de bel weerklinken om het einde van de speeltijd aan te kondigen… Enkel de spiegel spreekt me tegen. Volwassen zijn… het is een vreemd concept. Wat vroeger oud leek, voelt nog steeds jong, nog steeds ik. En ondertussen staat er nieuwe jeugd in de startblokken, trappelend van ongeduld om die schim van volwassenheid na te jagen.

De bel gaat, de echte. Een man in rood en geel staat voor de deur. Heel volwassen teken ik voor ontvangst terwijl het kind in mij jubelt om een pakje dat opengemaakt mag worden.

Het zijn schoolboeken, voor Y1. Zij heeft geen interesse. Ik wel. Ik open de doos en snuif, lang en diep. De geur van nieuwe boeken, wat kan daar tegenop? Enkel de geur van oude, bestofte boeken.

Aardrijkskunde, geschiedenis, technologie,…ik wou dat ik terug kon naar die schoolbanken. Om H deze keer wél te zoenen op de betonnen trap in plaats van achtentwintig jaar te wachten, maar ook om ten volle gebruik te maken van de kansen die het onderwijs biedt. Toen had ik teveel haast, om te worden wie ik toch al was.

Ik kaft haar boeken – wat van ouders verwacht wordt – en werp ondertussen met kinderlijk verlangen een blik op de informatiebrochure van syntra die op de overvolle tafel ligt. Wat zal ik dit jaar eens gaan studeren? Een vervolg op de naailes? Een nieuwe taal? Tekenles? Of een schrijfcursus om mijn gebrek aan discipline te maskeren? Of, en dat zou nieuw zijn, eens niets, om die tijd te besteden aan dat wat ik al zo lang wil doen, mijn boek schrijven.

22 augustus 2014

Betreden op eigen risico

“Wie zou ik geweest zijn, als ik niet ik was?”

Leegte wordt met vragen gevuld, vragen waar ik niet altijd meteen een antwoord op heb.

Vaak wel. “Wat gaan we eten? Waar ligt mijn rugzak? Hoe bereken je de omtrek van een cirkel? Is de chocolade op? Wat kan ik doen?”

Vaak niet. “Wat eten we morgen? Hoe lang blijf je leven? Kan je het heelal verlaten? Gaat het morgen regenen?”

Deze is een nieuwe, ik heb niet meteen een antwoord paraat.

“Als jij jij niet was?”

“Ik zou Bas geweest zijn,” zegt haar vriendin om me op weg te helpen.

De vraag blijkt minder filosofisch van aard te zijn dan ik dacht.

“Als je een jongen was, heette je ook Y. Of Noah. Of…”

En dan maak ik een vergissing, ik haal het uit de kast, het dagboek dat ik schreef toen ik zwanger was. Alle namen staan er in, het zijn er niet veel.

Maar na de namen blijf ik plakken aan de andere woorden. Woorden als pek.

“We gaan dansen,” hoor ik in de verte. Ik knik. Ik begrijp het. Even niets doen… nee, dat kan niet. In een tienerdag moet vaart zitten. Elke wakkere minuut moet volgestouwd met actie. Het moet vooruit gaan, en wel meteen. Ze willen groot zijn, groter dan ze zijn en ouder, vooral ouder, liefst zo snel mogelijk.

Zij zit met haar hoofd in de toekomst, ik leg een hand op een verleden buik. En ik voel het weer, de blijdschap, de misselijkheid, de hoop, maar meer dan dat alles de eenzaamheid.

Ik klap het schrift toe, maak me los van de woorden, los van wat nu niet meer is en neem me voor om ze niet meer te lezen, nooit meer. Sommige woorden zijn te sterk, op sommige schriften zou een waarschuwing moeten staan: Betreden op eigen risico. De kartonnen doos waarin papier verzameld wordt om op een koele zomeravond een vuurtje mee te stoken lonkt, het is de ideale plaats voor woorden die me koude bezorgen. Mijn hand gaat niet open. De woorden blijven in de lucht hangen.

20 augustus 2014

De wereld van Sofie

We zijn op vlierbessenjacht met honden en kinderen. De honden zijn enthousiast, de kinderen minder. De oudste moppert. Het is te warm, de zak is te zwaar, het is te ver, de hond trekt te hard, haar voeten doen pijn en die regenbui is er echt teveel aan. Ik probeer geen opmerkingen te maken. Het is moeilijk om bijna 12 te zijn en te denken dat je hip gekleed met elegante ballerina’s een wandeling door de velden moet maken.

Mijn kinderen zijn als communicerende vaten. Als de ene moppert en mokt gaat de andere in superlievevrolijketater-modus. Y2 wordt Sofie, die andere, de krokodil. Haar mond staat geen minuut stil. Over alles heeft ze een mening en als er niets is om een mening over te hebben vertelt ze wel een droom, een herinnering of een weinig waarschijnlijke toekomst.

“Jij bent wel een stilleke,” zegt ze tussen twee verhalen door. “Jij zegt alleen iets als je echt iets wil zeggen. Ik bedoel…” Ze stopt, met praten én met wandelen en begint te lachen. “Als ik veel praat, kan jij natuurlijk niets zeggen. Er moet toch iemand luisteren.”

Ze slaat de nagel op de kop. Ik ben stil, praat alleen als ik echt iets wil zeggen en in conversaties ben ik eerder de luisteraar dan de spreker.

Waarom wil ik dan perse op papier mijn zegje doen? Het is zelfs mij een raadsel.

En ook daar ligt het niet voor de hand. Het kleine zwarte schriftje staat vol met blogtitels: A trip down memory lane – Forty & fabulous? Yeah Right! – Seks& censuur – Mangoestan & ramboutan – Tuinfilosoof in wording – Rock around the block – …

Je vindt ze hier niet terug omdat het er die respectievelijke avonden niet van gekomen is om de laptop aan te zetten. Te lui, te moe, te… je weet wel…

Zodra het moment voorbij is, verdwijnt de motivatie om het de wereld in te sturen. Het is verworden tot een oude koe. Voor de introvert is het een dunne lijn tussen nieuwtje en niets.

Toch moet ik me – tenminste op papier – de kunst van de small talk eigen maken. Ik kan de extraverten niet bannen uit mijn verhalen.

Gelukkig kom ik er af en toe tegen, zoals zaterdag. Het was een prachtexemplaar, het observeren meer dan waard, met een monoloog als een wandeling door een steeds veranderend landschap. Ze stopte bij de hond van een nicht, wierp een blik door de vuile ramen van een vervallen kasteel, bewonderde de motorhome van vreemden, maakte me attent op wind en wolken, laveerde me moeiteloos door parkpaden tussen hondenpoep en gemeentebudgetten. Ik zou niet één van die onderwerpen zelf aangekaart hebben omdat ik zou denken dat het mijn gesprekspartner geen moer kan schelen. Toch luisterde ik, met veel interesse en de nodige aanmoedigende knikken en klanken.

Zij was mijn held, mijn rolmodel. Aan haar ga ik me de komende weken spiegelen, om beter te worden.

Dus als je me morgen tegenkomt, schrik vooral niet als ik plots meer dan drie zinnen zeg. Als ik te lang uitweid over de braakballen van de honden of iets teveel details geef over de darmoperatie van de kat, geef dan discreet een seintje. Een smalltalker in spe maakt nu eenmaal beginnersfouten.

14 augustus 2014