Finisterre – Santiago de Compostella

Een donker wolkendek belemmerde het zicht. We wisten dat de zon opkwam, maar we zagen ze niet. Dan maar geen zonsopgang in Finisterre. Na wekenlang zoveel moois te hebben kunnen zien en beleven zou het haast hebberig zijn om ook nog zo’n mooi slotbeeld te willen. Toch klom de zon langzaam boven de wolken uit en op dat ogenblik was ik klaar om naar huis te gaan.
Er waren nog wat noodzakelijke tussenstops voor het zover was, zoals de chaos bij de bushalte waar op hetzelfde uur twee bussen vertrokken met dezelfde bestemming. Na wat onduidelijkheid stapte ik op de juiste, zocht een plekje aan de rechterkant – de kant met het mooiste uitzicht hadden we net vernomen – en wachtte op het vertrek. De bus volgde de kustlijn, langs zandstranden, duinen, rotsstranden, havens, huizen, bushaltes en bomen, bomen, bomen. Het uitzicht was inderdaad prachtig, maar veel heb ik er niet van gezien. Na 31 dagen wandelen was mijn brein gewend geraakt aan een landschap dat slechts stapvoets veranderde. In de bus ging alles te snel en mijn hoofd stuurde noodsignalen naar mijn maag. Ik sloot dus mijn ogen voor de voorbijrazende bomen. Een uur eerder had ik nog de kans om hen te ruiken, hun schorstextuur te voelen en hun vruchten te proeven voor ze weer uit het zicht waren verdwenen. Dat voelde normaal, natuurlijk, alsof we eigenlijk gemaakt zijn om ons wandelend voort te bewegen, alsof we op die manier pas echt goed functioneren en dus gelukkiger kunnen zijn, als wandelende mens.
We deden 3 uur over een tocht die we over 4 wandeldagen hadden gespreid. Het zal vast weer wennen, die snelheid, maar voorlopig nog niet.
Het eerste wat ik zag na het uitstappen was een reclamebord voor een fastfoodketen. Op 5 minuten afstand, stond er. Maar voor wie?
Na een gezondere laatste lunch liepen we nog even naar de kathedraal. Ze zag er hetzelfde uit, maar het voelde anders, omringd door pas aangekomen pelgrims leken we daar niet thuis te horen. Wij hadden ons kathedraalmomentje al gehad, dus namen we afscheid, van het plein en van elkaar. Tot gauw camiga!
Later op de avond keerde ik toch nog terug, in een opwelling, om de pelgrimsmis bij te wonen. Ik ga de botafumera zien, wist ik, ook al was het geen logische gedachte. Dat gigantische wierrookvat, laten ze maar af en toe over de hoofden van de pelgrims zwieren en hoogst zelden tijdens de avondmis. Een bijzonder schouwspel. De beelden moet je maar eens online bekijken, filmen was niet toegestaan, niet dat de meerderheid zich aan die regel hield, maar naast me zat een securitydame. Eigenlijk was dat een voordeel. Zij keken door hun lens naar iets wat ik vlak voor mijn ogen zag gebeuren.




26 september 2022




































































