Met poncho en muts

Een schrijversretraite, dat leek me wel wat, een reisje naar een warme plek, een rustige, inspirerende omgeving, liefst all-inclusive. Een plek waar ik me met niets anders hoefde bezig te houden dan met mijn boek. Totaal onverwacht deed de gelegenheid zich voor en ik kon dus niet anders dan ze met beide handen aangrijpen. Resultaat… ik verblijf gedurende 4 nachten aan de Belgische kust in een kamer zonder verwarming terwijl het buiten -10° is, zonder warm water en zonder hapjes en drankjes à volonté. Het enige dat inbegrepen is, is het uitzicht op de achtergevel van een ander hotel, een krakend bed en een donsdeken dat eerder geschikt is voor de zomer dan voor deze polaire temperaturen. Maar ondanks het feit dat dit geen verblijf is in een tropisch resort en dat ik de eerste nacht door een boekingsfout zelfs mijn toevlucht moest nemen tot een gedeelde kamer in een jeugdherberg, is deze vakantie aan zee toch een succes. Mijn boek begint namelijk vorm te krijgen.

Vroeger, met de liefdesromannetjes, was het makkelijk. Enkele dagen rustig warmlopen en dan in een marathon van één à twee nachten de finish halen. De grote lijnen lagen vast en de personages waren zo vlak dat ze in één enkele zin te omschrijven waren. Ik hoefde enkel het verhaal in 12 stukjes te verdelen en dan elk stukje in te kleuren. Er werd afgeteld naar het beoogde aantal woorden en ik wist precies hoeveel ik er op een uur kon schrijven. Tegen dat de zon opkwam en de kinderen gewekt moesten worden, was de roman de deur uit. Maar zonder dit kader leek ik het vermogen om te schrijven te zijn kwijtgeraakt. Ik had nog wel verhalen in mijn hoofd, maar ze raakten niet meer op papier. Tot ik eergisteren dit boek opensloeg:

 

Het lijkt verdomd veel op wat ik vroeger deed: lijnen trekken en inkleuren. En dat is wat ik hier de afgelopen dagen aan zee deed, hoofdstukken lezen en het vervolgens telkens toepassen.

Als men me vroeger vroeg hoe ik verhalen schreef zei ik meestal dat ik eerst mijn personages moest leren kennen. Zodra ik hen kende, vertelden zij me het verhaal. En net die raad had ik al die tijd in de wind geslagen. Ik was teveel met het verhaal bezig en te weinig met de helden. Hier aan zee nam ik de tijd om hen te leren kennen, ik nam hen mee uit voor een kopje thee, leerde hun ambities kennen, hun waarden, hun angsten en hun verlangens. En nu zijn ze klaar om hun verhaal te vertellen. En ik ben klaar om weer naar huis te gaan. De retraite zit er op. Volgende keer toch eentje in de zon!

27 februari 2018

Van kluns tot kundig

Ik ben een pathologische starter. Ik stort me met de regelmaat van de klok op nieuwe passies met een gedrevenheid en een honger alsof mijn leven er van af hangt die ene vaardigheid onder de knie te krijgen. Maar enkele maanden later kan de honger al gestild zijn.

Ik dacht dat het wispelturigheid was, een teveel aan interesses, of een schrijnend gebrek aan discipline. Vanochtend ontdekte ik echter dat ik…. normaal ben. Een hele opluchting zou je kunnen denken. Ware het niet dat ik er nooit naar gestreefd heb normaal te zijn. Hoe dan ook, blijkbaar is het normaal om af en toe een abonnement te nemen bij een fitnessclub en na enkele maanden af te haken. Blijkbaar is het normaal een talencursus te starten maar de eindmeet niet te halen. Blijkbaar is niets in de natuur constant. Alles ontwikkelt zich trapsgewijs. Planten, dieren, kinderen,… allemaal maken ze groeispurten door, afgewisseld met rustfases. Het is dus perfect normaal om je gedurende enkele weken ergens in te verdiepen om vervolgens alle interesse weer te verliezen.

Wat ben ik nu met deze informatie? Misschien, heel misschien kan ik me -nu ik dit weet ik- net lang genoeg op de nieuwe vaardigheid toeleggen om ze me in voldoende mate meester te maken. Misschien kan ik de groeispurten gebruiken om een doel te bereiken in plaats van hen mijn leven te laten bepalen.

Hoeveel tijd heb je nodig om iets te leren? Hoe lang duurt de gemiddelde groeispurt?

De meningen zijn een beetje verdeeld. Sommigen spreken over 20 uur van geconcentreerd en gericht oefenen, anderen hebben het over 21 dagen, nog anderen beweren dat 30 dagen volstaan om iets te leren. Het gaat hier niet over meesterschap, maar over ‘kunnen’. Mmm, interessant. Dat moet uitgetest worden!

Wat heb ik altijd al willen leren? Piano, Russisch, cello, koorddansen, small talk, tekenen, patroontekenen, Italiaans, gitaar, diepzeeduiken, pottenbakken, …

Welke vaardigheid zou me op dit ogenblik het meest helpen? Tekenen! Want in mijn hoofd is er al een poosje een boek dat er om smeekt om geschreven te worden. Ik zie het al helemaal voor me! Er is maar één klein probleempje… in het boek worden stukken tekst afgewisseld met tekeningen. En ik kan jammer genoeg absoluut niet tekenen. Absoluut niet! Waarom dan een boek met tekeningen? Geen idee… Misschien net omdat ik het niet kan?

Ik had het er enkele jaren geleden al eens over in deze post: Nee, ik ben geen mismatcher. Maar ook toen waren er al gauw andere interesses die mijn aandacht opeisten. Er is echter een groot verschil tussen ‘leren tekenen’ en ‘gedurende 30 dagen tekenen’. Het eerste is te vaag, te overweldigend. Het tweede is haalbaar. 30 dagen kan ik me wel engageren. Dus bij deze ga ik de uitdaging aan. Vandaag is dag 1 en dit is het resultaat van de eerste opdrachten:

    

Ik zit duidelijk in de 2e fase van het leerproces: ik ben bewust onbekwaam, met andere woorden ik ben een slechte tekenaar en ik weet het.

Benieuwd wat er over 30 dagen uit het potlood zal rollen…

25 februari 2018

Proust en eau de passé

“En cours de livraison” zegt de bestelstatus. Straks valt het dus in de brievenbus, een flesje met bijna vergeten inhoud. Het voelt alsof er een oude vriendin op bezoek komt. Je weet hoe het toen was,  niet hoe het nu zal zijn.

17 was ik, toen ik in een luchthaven een staaltje van haar kreeg; een lichtgele vloeistof in een smal, doorschijnend buisje met sierlijke, witte, handgeschreven letters: Quelques fleurs. Een parfum mag dan wel mannelijk of onzijdig zijn, zij was vrouwelijk, daar bestond geen twijfel over. En ik… niet echt. Toch was er die klik. Ze was anders dan alles wat ik ooit had geroken. Ze was op een zonnige dag op je rug liggen in het midden van een bloemenweide dromend van de zee, ze was één bloeiende witte lelie in een door oorlog verwoest gebied, ze was een bloemenwinkel om middernacht. Ze was… perfect.

30 jaar later kan ik haar geur niet meer precies omschrijven, maar ik weet nog exact waar ik dat buisje voor het eerst heb geopend en hoezeer ik toen het gevoel had dat hem ‘mijn’ geur was. Het buisje werd gekoesterd, het vloeibare lentelicht slechts spaarzaam gebruikt en toen de voorlaatste druppel een wolk van geur om mijn hals had gelegd, vulde ik het buisje met water en de ijdele hoop haar nog wat langer vast te kunnen houden. Maar een geur laat zich niet vangen in water. Ze vervaagde en met haar ook de herinnering. Haar naam is me wel altijd bijgebleven en in elke parfumerie waar ik sindsdien ben binnengestapt, heb ik haar gezocht. Ik heb ondertussen een nieuwe ”Inge’- geur gevonden, maar telkens als er zo’n flesje op is, kan ik het niet laten even te kijken of ik haar niet toevallig zie staan. Ze is er nooit.

Tot gisteren! Ik was online op zoek naar de beste prijs voor een flesje Gaultier Classique en dacht weer aan haar. Zonder al te veel te verwachten typte ik haar naam. En daar stond ze goudgeel te schitteren. Dat ik daar niet eerder aan gedacht had! Het internet; archief, magazijn en rommelzolder van de wereld, de plek waar je alles vindt, zelfs de perfecte echtgenoot, maar dat is een ander verhaal.

Blijkbaar ben ik niet de enige die lang naar Quelques fleurs heeft gezocht. Het is een oudje onder de parfums, in 1912 gecreëerd en gedragen door heel wat beroemde dames. De ene noemt het een victoriaanse teletijdmachine, de ander vergelijkt het met het dragen van een stukje geschiedenis, haast iedereen vindt het vrouwelijk en gesofisticeerd. Voor mij was ze ‘gewoon’ een geur uit het verleden.

Ik ben niet À la recherche du temps perdu maar wel benieuwd of zich straks bij het openen het Proust-fenomeen zal voordoen.

Vitamine D en synchroniciteit

Je gaat op restaurant, geniet ontzettend van de smaakexplosies in je mond en je denkt bij jezelf: “Zo wil ik ook leren koken! Die technieken wil ik leren.” De volgende dag wandel je door de supermarkt en in de koopjesbak ligt er nog één kookboek, Le renouveau de la cuisine Française. Puur geluk? Een cadeautje van het universum? Een voorbeeld van ‘vraag en gij zult krijgen’ ?

Je hebt het gevoel wat ter plaatse te trappelen. De dagen glippen door je vingers zonder dat je er vat op lijkt te hebben. En dan valt er bij het opruimen een boek uit je kast. Precies het boek dat je nodig hebt om structuur te geven aan je dagen. Toeval?

Je voelt de drang om opnieuw te gaan schrijven. Er wordt een nieuwe website gemaakt, elke ochtend wordt er trouw geschreven, maar het volstaat niet. Er moet meer zijn dan alleen maar blogposts de wereld in sturen. En dan dient er zich een verhaal aan dat geschreven wil worden. Wat een toeval! Ja toch?

Of is het synchroniciteit? Een kompas dat ons de weg wijst.

Ik heb op dit ogenblik een tekort aan vitamine D, misschien kan synchroniciteit me een handje helpen en het nuttige aan het aangename koppelen. Bijvoorbeeld een schrijversretraite in Bali, een weekje Portugal, een hutje op een strand in Thailand… Liefst all inclusive zodat ik mij met niets anders hoef bezig te houden dan mijn personages te laten spreken. En kan synchroniciteit er dan meteen ook voor zorgen dat er iemand voor de kinderen, voor H. en de honden komt zorgen zodat ik zonder schuldgevoel de deur uit kan?

Of is er ook zoiets als teveel vragen? Vraag en gij zult krijgen. Vraag teveel en gij krijgt een deksel… op uw neus. Maar wanneer is het teveel?

Eigenlijk heb ik mijn schrijversretraite al gekregen. Vijf jaar Elzas. Geen zee in de buurt, maar wel een zee van tijd om te doen wat ik wil. Dank je universum! Dank je H! Nu nog een beetje zon deze kant op sturen en dan komt het met die vitamine D ook wel in orde.

1 februari 2018