Dog versus treadmill

Een hond als loopmaatje, het heeft zo zijn voordelen. Hij is altijd even enthousiast, even snel, even onstuimig, ongeacht tijdstip, weer of route.

Een hond als loopmaatje, het heeft zo zijn nadelen. Hij is altijd even enthousiast, even snel, even onstuimig, ongeacht tijdstip, weer of route.

Als ik wandel hangt er een houten klaas aan de andere kant van de leiband, zo sierlijk als een tachtiger na een heupoperatie. Maar aan wat voor mij een aangenaam looptempo is, lijkt hij slechts te kuieren, elegant, met het grootste gemak. Regelmatig kijkt hij naar me op en op me neer, met de blik van een snoever, een praalhans. “Is dit alles wat je kan? Kijk naar mij! Zie me hier trippelen! Ben ik niet prachtig?” En dat is hij. Hem zien lopen is een heerlijk schouwspel. Daarom gun ik hem af en toe de snelheid die zijn ware aard toont, de snelheid die hem bij elke stap even laat zweven… de snelheid die mijn longen onder druk zet, spieren laat branden en mijn hartslag in mijn slapen voelbaar maakt. Je zou het intervaltraining kunnen noemen, met wat goede wil fartlek. Het juiste woord is wellicht masochisme. En daar had ik vanochtend geen zin in. Geen getrek, geen wind, geen regen, geen modder, geen voeding voor mijn minderwaardigheidscomplex. Vandaag een indoortraining, in mijn eentje. Het klonk zalig.

Constante temperatuur, constante snelheid, zelfgekozen helling, muziekje op de achtergrond, eventueel een tv-programma op het scherm, een gezellig praatje met medesporters…

De realiteit: veel te warm, saai, te luide muziek, onscherpe beelden, verplicht getuige zijn van een helse bruid die het nodig vind haar toekomstige te taseren. Na een uur houd ik het voor gezien. Al die zogenaamd praktische toestellen kunnen me gestolen worden. De weg en een hond volstaan. Even later loop ik weer tussen de velden, de wind bijt in mijn oren, de modder kleeft aan mijn schoenen, Yoshi trekt alsof hij nooit eerder een leiband om heeft gehad. En het is zalig.

Dog vs Treadmill: 1-0

17 november 2015

Wie de schoen past trekke hem aan

Mijn naam is Inge en ik ben oppervlakkig.

Ik pleit schuldig. Ik ben een hokjesmens, een labelklever. De belangrijkste keuzes in mijn leven maak ik impulsief op basis van uiterlijke kenmerken.

Bloemen horen wit te zijn, kleding liefst zwart. Ik verkies witte wijn, zwarte chocolade, bruin brood, blauwe tandpasta, rode appels en groene zeep. Peren en perziken kunnen niet te hard zijn, een sjaal en trui nooit zacht genoeg.

Vraag me welke auto ik verkies en ik antwoord in termen van kleur en vorm. Bij merknamen verschijnt er al een denkrimpel op mijn voorhoofd en zodra je over pk begint ben ik enkel nog fysiek bij het gesprek aanwezig.

Met honden is het niet anders. Je hebt er witte, zwarte, bruine of gevlekte, ze kunnen groot of klein zijn, mooi of lelijk. De beste exemplaren kwijlen, haren noch blaffen. Nu ik mijn leven en mijn zetel met 3 honden deel zijn er enkele nuances bijgekomen, maar in grote lijnen worden honden nog steeds in deze categorieën ingedeeld. Sorry H, een buldog zit in het hokje lelijk en komt daar echt niet uit.

Loopschoenen waren hetzelfde lot beschoren. Keuzes werden gemaakt op basis van budget, kleur en vorm. Tot ik runners’ lab binnenstapte…

“Hebt u uw oude schoenen bij?”

Dat had ik. Ik kwam voorbereid.

“Oh, u bent een free-loper. En wilt u dat blijven?”

Ik was er me tot op dat ogenblik niet van bewust dat mijn persoonlijkheid door mijn schoenkeuze in een bepaalde richting was gestuurd, laat staan dat ik de drang voelde om daaraan vast te houden.

“Niet noodzakelijk.”

Dat was blijkbaar het juiste antwoord, de man lichtte op als een kerstboom.

“Prima, trek je schoenen maar uit en neem baan 2.”

De verdere details zal ik jullie besparen, maar het kwam er op neer dat de verkoper de beste schoenen voor me koos op basis van… kleuren. Niet mijn kleurpreferenties maar de kleuren die op zijn scherm verschenen.

En dit werd de winnaar: lichtblauw met fluoroze. Ik had er mijn twijfels over. Uiteraard. Lichtblauw? Fluoroze?! Dat kon toch onmogelijk de beste schoen voor mij zijn. Ik zou ze nooit vrijwillig uit de doos hebben gehaald, maar zodra ze aan mijn voeten zaten was het duidelijk, dit zijn mijn schoenen. Niet zwart, niet wit, maar ze zitten geweldig.

12 november 2015