2B or not 2B?

Zouden mijn zinnen beter klinken als ze getypt waren op een Underwood? Zouden de dialogen sprankelender zijn als ze uit een Remington kwamen? Als ik in een romantisch-nostalische bui ben denk ik van wel. Maar ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat het instrument niet de schrijver is, dat ik het knippen en plakken zou missen en dat ik waarschijnlijk al na enkele uren typen gek zou worden van het geratel en gedreun.

Waarom me dan afvragen waarmee ik vandaag zou tekenen? Een 2B? Een HB? Houtskool? Alsof een ander potlood een betere tekening zou geven…

Gisteren had ik het over het feit dat het plezier van het tekenen de drijfveer hoort te zijn, niet het resultaat. Waarom dan een medium kiezen dat de perfectiedrang aanwakkert? Als juist of fout niet aan de orde is, dan zijn er geen verkeerde lijnen en is er bijgevolg niets dat verwijderd of gecorrigeerd moet worden. In theorie klinkt dat goed. In de praktijk heb ik meestal wel een mening en een gom klaar. Er is dus nog werk aan de winkel. Een les in non-judgmental drawing… En waarmee kan je dat beter doen dan met een gewone blauwe balpen? Elke lijn is definitief. En dat is prima. Het resultaat is misschien minder ‘juist’, het plezier is minstens even groot. En dat is uiteindelijk toch de bedoeling van een hobby.

                                                           

28 maart 2018

30 dagen tekenen

Ik kan tekenen, ik kan niet tekenen,…

De 30 dagen zitten er op.

Is het mogelijk te leren tekenen in 30 dagen? Hmmm… Daar ben ik nog niet uit. Dan moeten we wellicht eerste overeenkomen wat ‘kunnen tekenen’ betekent. Moet je iets kunnen natekenen van een tekening of van een foto? Moet je iets of iemand kunnen tekenen die voor je staat? Of … heet het pas echt tekenen als je het zonder referentie kan, gewoon uit het hoofd en de losse pols? Moet je alle wetten over schaduw, anatomie en perspectief kennen en kunnen toepassen?

Dan is het antwoord nee. Nee, ik kan niet tekenen.

Maar… soms lijkt het of al die regels over wat juist is en wat niet, over wat wel kunst is en wat niet, niets te maken hebben met kunde en schoonheid maar met de kunst van het uitsluiten. Men creëert elitaire clubjes om zich superieur te kunnen voelen aan wie zich buiten die cirkel bevindt. Ik sta buiten, niet eens bij de rand. Maar dat geeft niet. Ik heb het niet zo voor clubjes.  Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot het credo van Willem Kloos en ‘de tachtigers’;  kunst als aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’. Volgens mij zou tekenen net zo min als schrijven, schilderen, beeldhouwen of boetseren aan regels gebonden moeten te zijn. Tekenen hoort om het tekenen te gaan, niet om de tekening. Schrijven hoort om de expressie te gaan, niet om het gedicht, de tekst of het boek. Al tekenend vergeet je de naam van het object, je dringt door tot de essentie, je laat het resoneren met iets in jezelf en je trekt de lijn. En met elke lijn die op papier komt, heb je een stukje van jezelf ontdekt en naar buiten gebracht. Dat is waar het om gaat voor mij. Bij tekenen én bij schrijven.

Is het experiment geslaagd? Absoluut! 30 dagen smaakt naar meer. Mijn schetsboek zal me nog een poosje vergezellen. Want ik wil ze wèl leren, al die technieken, die regels en wetten. Zodat ik nadien de vrijheid heb om ze aan mijn laars te lappen.

 

 

27 maart 2018

Neuze-neuze

Wat me de laatste dagen opvalt… overal zie je ze! Je kan de straat niet opkomen of ze duiken te pas en te onpas op. Je zet de tv aan en hup, daar heb je ze! Vorige week vielen ze me niet op en nu blijkt iedereen er eentje te hebben. Ie-de-reen! En eens je ze begint te zien, kan je er niet meer naast kijken. Ze zijn behoorlijk ‘in-your-face’. De ene vangt al wat meer licht dan de andere, de ene werpt al wat meer schaduw dan de andere. Er zijn er grote, kleine, dikke, scherpe, ronde, kromme,… Hun variatiemogelijkheden lijken oneindig.

Het Baader-Meinhof fenomeen in actie. Nooit van gehoord? Misschien niet, maar je kent het vast wel. Je bent een beetje uitgekeken op je oude wagen en droomt van een nieuwe. Je zet je zinnen op type x van merk y, wacht (on-)geduldig tot hij geleverd wordt en maakt dan glimmend van trots en carwax je eerste ritje. En wat zie je zodra je de hoek om bent? Type x van merk y. En nog een. En nog een!

             

Bij mij zijn het dus de neuzen. Zelfs in mijn dromen zie ik ze. Ze zijn trouwens een nachtmerrie om te tekenen! Vroeger volstond een enkele lijn, nu is het klooien met cirkels, schaduw en highlights. Ik zal er nog minstens honderd moeten tekenen voordat ze er een beetje natuurlijk zullen uitzien.

En wat gebeurt er op de dag dat ik neuzen aan het tekenen ben? Ik stap uit de douche, glijd uit en val… recht op mijn neus. Er moet dringend een waarschuwing komen te staan op potloden: Tekenen kan de gezondheid ernstige schade toebrengen!

 

Ik denk dat ik me maar een poosje met oren ga bezighouden. Dat lijkt me veiliger.

 

 

Potlood naar de haaien?

Met elke nieuwe hobby vergroot je je wereld. Je treedt toe tot een clan met andere gebruiken, andere voorwerpen en een heel nieuwe woordenschat.

Zo realiseerde ik me afgelopen week plots dat potloden op kunnen raken. Het zijn niet de onuitputtelijke grafietbronnen waar ik ze voor aanzag. In een ver verleden heb ik natuurlijk wel eens potloden weten slinken. Maar ik vrees dat ze nooit een natuurlijke dood stierven. Het had minder met een overmatig gebruik te maken dan met de fascinatie ze al slijpend te zien krimpen. En nog vaker omdat de potloden in kwestie al zo vaak op de grond waren gevallen dat de punt er voortdurend afbrak. Hoogst irritant! Je slijpt, haalt je versgeslepen punt tevoorschijn en ziet niets ander dan een lege krater. Vervolgens moet je het afgebroken stukje uit de slijper prutsen en opnieuw beginnen. De zin om te kleuren was meestal al lang verdwenen tegen dat er een bruikbare punt aanzat.

Hoe dan ook, de vaststelling dat potloden ook al tekenend opgebruikt kunnen worden zorgde voor een haast existentiële crisis. Kan je ergonomie boven milieu en economie plaatsen? Is het verantwoord om 1/3 van een potlood weg te gooien enkel en alleen omdat het niet meer zo goed in de hand ligt? En waarom wordt dat onderste deel überhaupt gevuld?

Nieuwsgierig als ik ben ging ik op zoek naar antwoorden en vond ze onder de vorm van… een potloodverlenger!

Briljant in zijn eenvoud en toch had ik er voor vanochtend nog nooit een gezien. Meer nog, ik had zelfs het woord nog nooit gehoord.

Maar er zijn nog opties voor wie zijn stompjes niet in de prullenbak wil gooien. Is je potlood uitgetekend? Dan stop je het toch gewoon in de grond.

Een beetje water, een beetje geduld… en een poosje later heb je een plantje. En dat kan je dan weer tekenen. Met een nieuw potlood, uiteraard.

20 maart 2018

20 dagen tekenen

 

Tekenen is leerbaar, zoveel is ondertussen duidelijk. Niet dat ik ooit even goed zal worden als Raphaël, Dali of Vermeer, die pretentie heb ik niet (de ambitie ook niet trouwens) maar een stoel begint op een zitbare stoel te lijken en dat is meer dan ik twintig dagen geleden kon zeggen. De enige vereiste om het te leren is bereid zijn er tijd in te stoppen. En wat misschien nog belangrijker is, erkennen dat je vooroordelen hebt. Véél vooroordelen.

Als kind leren we etiketjes kleven op voorwerpen (en jammer genoeg ook op personen). Dit is een stoel, dat is een tafel en ginder staat een kast. Het etiket is geldig ongeacht vorm of kleur. Dat is natuurlijk handig om te communiceren, maar het probleem is dat we -zodra we een etiketje hebben leren plakken- stoppen met echt kijken. Kijken, we hebben er zo vaak de mond vol van.  Iemand op de vingers kijken, iemand scheef aankijken, iets met argusogen bekijken, in je kaart laten kijken, je ogen uitkijken, kijken hoe de hazen lopen, kijken alsof men het in Keulen hoort donderen, kijken alsof men water ziet branden, koffiedik kijken, met scheve ogen aankijken… zo kan ik nog een poosje doorgaan. En toch… toch doen we het zo weinig.

Ik pleit eveneens schuldig.

Dus vanaf nu ga ik wat verder kijken dan mijn neus lang is. Ook naar tekenhulpmiddelen. Ik had behoorlijk snel een oordeel klaar over de 30-dagen methode van Kistler. Of juister, niet zozeer over zijn methode maar over de manier waarop hij te pas en te onpas reclame maakt voor zijn boeken. Maar ondanks de dingen waar ik me aan ergerde, kwam ik na enkele uurtjes tekenen toch altijd weer bij hem uit. Ik negeer dus de : “Nee he mama, toch niet wéér die stem!” en teken rustig verder. Waarom? Omdat het leuk is! Hij brengt het op een zodanige manier dat je er plezier aan beleeft èn resultaat ziet. De perfecte combinatie om gemotiveerd te blijven. Dus om het goed te maken… Weet je amper hoe je een potlood moet gebruiken maar wil je toch leren tekenen? Dan moet je dit zeker uitproberen:

     

 

  

17 maart 2018

Door andere ogen

   

Leren tekenen verandert je blik.  Je denkt dat je weet hoe iets er uit ziet tot je het probeert te tekenen. Je stopt met zien, je kijkt. En dan merk je dat de lucht helemaal niet blauw is, planten niet gewoon groen, cirkels zelden rond en rechthoeken eerder ruiten.

Eigenlijk is het een vorm van meditatie, een manier om je met de wereld om je heen te verbinden. Voorwerpen worden weer uniek in plaats van tot een abstracte groep te behoren. De pot conditioner op de badrand wordt een magisch object waarop licht en schaduw een uniek spel spelen. Een leeggeknepen tube tandpasta wordt een fascinerend voorwerp, enig in zijn soort. En mijn eigen hand, iets wat ik elke dag voortdurend zie, wordt een vreemd landschap van putten en lijnen. De verwondering heeft iets kinderlijks. De onbekwaamheid de juiste lijnen op papier te krijgen ook… En wat doe ik dan om dat gevoel van me af te schudden? Cartoonfiguurtjes tekenen! Dat zijn voorlopig zowat de enige dingen die er na het tekenen ‘echt’ uitzien.

9 maart 2018

10 dagen tekenen

   

 

Vandaag teken ik al wat beter dan gisteren, maar minder goed dan morgen. Zoveel is me al duidelijk geworden na 1/3 van de vooropgestelde 30 dagen tekenen.

Het begon allemaal met de Ted-talk van Josh Kaufman. Hij beweert dat het 20 uur duurt om iets nieuws onder de knie te krijgen. Goedgelovig, maar toch enigszins sceptisch van aard wou ik de proef op de som nemen met een vaardigheid waar ik veel bewondering voor heb, maar waar ik absoluut niet over beschik. Nog niet…

Hoe begin je er aan? Wat heb je ervoor nodig? Boeken? Tekenmateriaal? Even aan Google vragen!

Leren tekenen, learn to draw, apprendre à dessiner,… om het even welke zoekterm geeft je een overvloed aan informatie. Er zijn online zoveel instructiefilmpjes te vinden dat je makkelijk enkele weken (maanden zelfs) zoet bent met kijken. Maar kijken alleen gaat me niet beter leren tekenen. In die valkuil ga ik niet trappen. Been there, done that! Ik neem me voor één reeks uit te kiezen en meteen aan de slag te gaan.

‘You can draw in 30 days’ van Mark Kistler, de perfecte titel voor mijn uitdaging! Op dag 2 zit ik al aan dag 5 en heel even heb ik het gevoel dat het inderdaad gaat lukken op 30 dagen.  Maar op dag 6 kom ik er achter dat de reeks vroegtijdig eindigt op dag 13. Om eerlijk te zijn was ik daar niet rouwig om. Teveel reclame voor zijn boeken, teveel nodeloze herhalingen, en vooral teveel gelach met zijn eigen grappen.

Dan maar op zoek naar andere tekeninstructies… Als leek is het moeilijk om een keuze te maken. Iedereen lijkt een uitgesproken mening te hebben over wat je als beginner precies moet doen maar jammer genoeg spreken die meningen elkaar vaak tegen. De ene zweert bij potlood, de andere bij balpen. Volgens de ene begin je best met basisoefeningen, anderen raden aan om meteen het echt leven te tekenen.

Ik zoek al tekenend mijn eigen weg in die wirwar van meningen en ik krijg meer en meer het gevoel dat het echt niet gaat lukken op 30 dagen. Er komt teveel bij kijken! Maar met een beetje geluk heb ik de microbe tegen het eind van die 30 dagen te pakken en gaat het avontuur daarna verder. Al kost het me 3 jaar in plaats van 30 dagen. Of 13 jaar. Te lang ?  Of ik nu teken of niet, aan het eind van die periode ga ik sowieso 13 jaar ouder zijn. Met of zonder tekentalent.

8 maart 2018