
Azinhaga – Tancos
‘De paden op, de lanen in, vooruit met flinke pas. Met stralend oog en blijde zin en goed gevulde tas.’
Het liedje galmde door mijn hoofd toen ik vanochtend door de poort van de herberg in Pombalinho een nieuwe dag tegemoet stapte. Het was niet bepaald een laan waarop ik liep en de flinke pas werd regelmatig onderbroken. Een foto hier, nog eentje daar, wat bessen plukken, een sproeisysteem waar ik toch even onder wou lopen, … Ik stuiterde vandaag over de camino zoals Teigetje door het Honderd Bunder Bos, alleen maar niet eenzaam.
Sommige mensen maken foto’s van dieren, andere van bloemen, ik heb een voorliefde voor oude deuren, verweerd en vermolmd, sprekend voor wie luisteren wil.








Misschien luisterde ik net iets te aandachtig. Door een gemiste pijl zag ik meer van Golega dan voorzien. Het fototoestel werd weggeborgen en de flinke pas werd hernomen, voor even, tot bij een volgende deur, een volgend kunstwerk,….



Mijn 6e wandeldag volgde aanvankelijk wel de hoofdroute maar boog halverwege af in een soort toeristisch zijspoor. Het viel meteen op, mooiere landschappen en niet één pelgrim. Pelgrims zijn vreemde wezens. Een dagtocht van 35 kilometer? Geen probleem! Zes kilometer extra na een dag van 20 kilometer én kunnen genieten van al dat moois? Geen denken aan!
Dus onttrok ik me in mijn eentje voor een dag aan de dictatuur van de pijl. Ik hoorde niet één keer ‘bom caminho’, maar had wel een goeie weg gekozen.






Als bonus heb ik een slaapzaal helemaal voor mezelf. Geen wachtrij bij de douche, geen gesnurk en gestommel. Dat ik morgen eerst een uur terug moet wandelen, dat neem ik er graag bij.
Tot morgen, opnieuw op de camino.




























