Inge groet ’s morgens de deuren

Azinhaga – Tancos

‘De paden op, de lanen in, vooruit met flinke pas. Met stralend oog en blijde zin en goed gevulde tas.’

Het liedje galmde door mijn hoofd toen ik vanochtend door de poort van de herberg in Pombalinho een nieuwe dag tegemoet stapte. Het was niet bepaald een laan waarop ik liep en de flinke pas werd regelmatig onderbroken. Een foto hier, nog eentje daar, wat bessen plukken, een sproeisysteem waar ik toch even onder wou lopen, … Ik stuiterde vandaag over de camino zoals Teigetje door het Honderd Bunder Bos, alleen maar niet eenzaam.

Sommige mensen maken foto’s van dieren, andere van bloemen, ik heb een voorliefde voor oude deuren, verweerd en vermolmd, sprekend voor wie luisteren wil.

Misschien luisterde ik net iets te aandachtig. Door een gemiste pijl zag ik meer van Golega dan voorzien. Het fototoestel werd weggeborgen en de flinke pas werd hernomen, voor even, tot bij een volgende deur, een volgend kunstwerk,….

Mijn 6e wandeldag volgde aanvankelijk wel de hoofdroute maar boog halverwege af in een soort toeristisch zijspoor. Het viel meteen op, mooiere landschappen en niet één pelgrim. Pelgrims zijn vreemde wezens. Een dagtocht van 35 kilometer? Geen probleem! Zes kilometer extra na een dag van 20 kilometer én kunnen genieten van al dat moois? Geen denken aan!

Dus onttrok ik me in mijn eentje voor een dag aan de dictatuur van de pijl. Ik hoorde niet één keer ‘bom caminho’, maar had wel een goeie weg gekozen.

Als bonus heb ik een slaapzaal helemaal voor mezelf. Geen wachtrij bij de douche, geen gesnurk en gestommel. Dat ik morgen eerst een uur terug moet wandelen, dat neem ik er graag bij.

Tot morgen, opnieuw op de camino.

Op zoek naar geluk

Santarem – Azinhaga

Van vreemde naar vriend in 3 stappen : Hoe heet je? Waar kom je vandaan? Waarom wandel je de Camino?

Kan je het je voorstellen? Dat je morgen op straat een vreemde zou aanspreken en hem zou vragen waarom hij doet wat hij doet? Kan je het je voorstellen? Dat die persoon dat niet vreemd zou vinden en vrijwel onmiddellijk – zoals alleen een beste vriend dat zou doen – de tijd zou nemen om je uit te leggen wat hem diep van binnen drijft? Dat hij zijn pijn, verdriet, angst, twijfels, vreugde en hoop zou delen? Zijn zoektocht naar geluk. Kan je het je voorstellen? Dat je zou luisteren, zonder oordeel?

Het gebeurt, hier, elke dag.

De dag begon om 6u met gestommel in het bed naast me. Ook dat gebeurt hier, vrijwel elke dag. Wie van plan is een lange etappe te wandelen, wil vroeg de deur uit. Ik had maar 23 km op de planning dus was van plan om uit te slapen. Niet dus. Rugzakken werden zo stil mogelijk ingepakt, wat nog steeds véél luider was dan mijn wekker op trilstand een uur later zou klinken. Wakker dus, klaar voor een nieuwe wandeldag. De vroege start werd rijkelijk beloond met een prachtig uitzicht.

Tussen start en aankomst waren er nauwelijks huizen te zien, enkel maïs, druivenstokken, braambessen en hier en daar een boom die voor wat schaduw zorgde. Halverwege kreeg ik gezelschap. We hadden elkaar op dag één en twee al gezien, de draad werd snel opgepikt. Red Bull geeft je misschien wel vleugels, maar goede gesprekken laten je vliegen. Voor ik het goed en wel besefte waren we aan mijn ‘afslag’. Hij liep nog wat verder tot de volgende stad. “Bom caminho’!” Je weet vooraf nooit of de paden nog eens gelijk zullen lopen.

Mijn nieuwe huis voor één nacht was er eentje mét zwembad. Een geschenkje na een warme wandeldag.

“Waar vind je de tijd om te schrijven na een dag stappen?!”

De vraag werd me daarnet gesteld tussen de soep en de salade. Ik dacht eerst dat het een grap was, maar het gezicht van de vraagsteller was bloedernstig.

“We hebben hier toch alle tijd.”

“Maar we wandelen het grootste deel van de dag!”

Hij begreep niet dat ik aan het schrijven was, papierloos, terwijl ik de rimpels tussen zijn wenkbrauwen dieper zag worden, dat ik schreef toen ik ’s nachts wakker werd door het gesnurk van andere pelgrims, toen ik schilfers roest in mijn hand had na het sluiten van de herbergpoort of even later toen ik de nevel over het water zag hangen. Ik schreef ook toen ik een glazen fles aan mijn lippen zette en het perziksap me terug bracht naar een andere tijd met dezelfde smaak. Ik schreef bij het voorzichtig dalen, stok-voet-stok-voet, en ook bij het achterom kijken, naar de berg waar ik vandaan kwam, zelfs toen ik hoorde hoe een wortel vermalen werd tussen mijn tanden. Schrijven is niet alleen woorden op papier of op een scherm zetten. Het is -voor mij- je zintuigen wagenwijd open zetten, je door alles laten raken en dan vol verwondering toekijken hoe je wezen daarop reageert. Aan het eind van de dag moet ik enkel nog schrappen wat ik niet wil houden.

Als ik er hier de tijd niet voor zou hebben, dan nergens.

30 augustus 2022

Over slakken gesproken

Valada – Santarem

Ze waren er weer, de kamikazeslakken, op palen en pijlen, vastgelopen en opgedroogd. Ze deden me denken aan de gastheer van de vorige herberg. Hij, de vleesgeworden vriendelijkheid, zou alles doen voor zijn gasten. Zijn huis was hun huis. Toch brandde er geen vuur in zijn ogen. Vanochtend bij het ontbijt was één vraag voldoende om een stortvloed aan opgestapelde frustratie uit te lokken. Hij zat vast op een pad dat hem leeg zoog. Elke avond veel te laat gaan slapen op een plooibed in de woonkamer, om elke ochtend veel te vroeg wakker te worden in een dag die een exacte copy is van de vorige. Elke dag hetzelfde ontbijt, dezelfde vragen en dezelfde verhalen. Elke dag andere gezichten, maar elke ochtend vertrekken ze, uitgerust en opgeladen en hij… hij blijft achter, alleen. Hij opende zijn huis voor pelgrims, verloor elke vorm van privacy en creëerde zijn persoonlijke oneindige ‘Groundhog day’. Wat een droom leek, bleek een nachtmerrie.

“Misschien moet je zelf een camino wandelen”, zei ik. Hij lachte, bijna echt.

Onderweg kom je naast pijlen ook wel eens deze tekens tegen:

Je vindt ze af en toe op plaatsen waar je je zou kunnen vergissen. Als je ze ziet weet je dat je moet stoppen en achter je op zoek moet gaan naar een pijl. Het leven geeft ons ook pijlen en stoptekens. Ze zijn jammer genoeg niet altijd even makkelijk te herkennen.

Om terug te komen op de slakken, vanochtend leek ik er zelf een te zijn, niet omdat ik de behoefte voelde een doodlopend slijmspoor te volgen, maar omdat mijn wandelgenoot van de dag zoveel sneller wandelde dan ik. De dame in kwestie was de zeventig gepasseerd en ik moest stevig doorstappen om haar tempo te kunnen aanhouden. Ik had me nooit eerder gerealiseerd dat ik een trage wandelaar was. Je leert jezelf dus echt wel kennen onderweg. Gelukkig kon ik haar met een zakje lupini overtuigen om tussendoor een pauze te nemen. Ik leerde die verrukkelijke bonen dertig jaar geleden kennen tijdens trektochten door Portugal en heb er mijn missie van gemaakt om op deze tocht medepelgrims tot de gele boon te bekeren. Ik heb tot dusver al drie nieuwe volgelingen.

De temperatuur was vandaag aangenaam en de gesprekken boeiend. We liepen langs tomatenvelden, wijngaarden, pompoenbergen en vijgenbomen. Geen vervelende geuren, geen verkeer, geen spierpijn en geen blaren. Perfect dus !

Halverwege de klim naar de herberg in Santarem kregen we bovendien de kans om onze warmgelopen voeten een opfrisbeurt te gunnen. Geen betere manier om een wandeldag af te sluiten.

Niet veel later ontmoette ik een man die zichtbaar uit zijn humeur was.

“Geen goeie dag gehad?” vroeg ik totaal overbodig.

Hij had het niet naar zijn zin op deze camino. Te veel asfalt, lelijke, saaie landschappen, te veel fijn stof op de weg, te weinig café’s, te dure herbergen en te weinig pelgrims.

Bijzonder toch, dat iedereen een andere camino wandelt over dezelfde weg.

29 augustus 2022

Over paden

Vila Franca Da Xira – Valada

Al drie dagen op rij begint de ochtend met heerlijk wandelweer, licht bewolkt, koel zonder koud te zijn. Perfect! Zoveel geluk, dat is blijkbaar niets voor een pelgrimstocht, dat moet in evenwicht gebracht worden met een onaangename omgeving. Vanochtend was het niet anders, urenlang wandelen door dorre industriezones, naast een spoorlijn en langs grote, stinkende waterpartijen. Begrijpelijk dat velen hun ‘camino portugues’ pas starten in Porto in plaats van in Lissabon.

Als dit een idyllisch beeld lijkt, kan ik je verzekeren dat het dat allerminst was. Het stilstaand water vormde op zich al een aanslag op mijn reukzenuw, maar deze miljoenen belletjes zorgden voor een nog betere verspreiding van de geur van rotte eieren en dode vissen. Misselijkmakend, letterlijk. Wat later werd er een nieuwe aanslag gepleegd toen ik langs tomatenvelden liep waar de achtergebleven tomaten lagen te rotten in de namiddagzon. De zoetzure geur hangt nog steeds in mijn neus.

Maakte dit alles het tot een slechte dag? Nee, absoluut niet! Het was een prachtige dag, in al zijn extremen. 36 kilometer was net iets te lang, de geuren te sterk, de namiddag te warm, maar ik genoot van elke kilometer. Misschien hebben we een beetje lelijkheid nodig om de schoonheid beter te kunnen zien.

Soms leek het zelfs alsof de camino me uitdaagde. Drie keer stuurde de gele pijl me een station in om me dan, via trappen en een wandelbrug, aan de andere zijde van de spoorlijn te brengen. Het zou zo makkelijk zijn geweest om daar een trein te nemen tot bij de volgende herberg maar dan had ik mezelf zoveel kleine momenten van geluk ontzegd: het frisse water uit de fonteinen, de schouderklopjes van een paar nonnen, de vrachtwagenchauffeur die stopte om te vragen of ik voldoende water had, de mooie veldwegen en heldere beken,… en het plezier van eenvoudigweg de ene voet voor de andere te zetten, opnieuw en opnieuw. Het leven onderweg is makkelijk. Je drinkt als je dorst hebt, je eet voor de honger die sowieso komt, je rust als je moe bent, je praat als er woorden zijn en loopt alleen als je je eigen gedachten wil horen. Alles is prima, je hoeft alleen de pijlen te volgen.

En toen waren er de slakken die er aan struiken leken te groeien. Waren ze ook op pelgrimstocht en volgden ze de pijl iets te letterlijk? Werden ze het slachtoffer van hun volgzaamheid? Robert Moor zou er vast een goede uitleg voor hebben. Hij schreef een fascinerend boek over dergelijke fenomenen : On trails. Maar dit geheel ter zijde.

Na een lange wandel/filosofeer-dag was het heerlijk om toe te komen in Valada. De tijd lijkt hier wat te hebben stilgestaan, maar de herberg Dois Caminhos is voorzien van alle comfort. Ik hoef geen slaapzak uit mijn rugzak te nemen, geen multifunctionele zeep of de vervelende maar superlichte handdoek. In de badkamer ligt zelfs alles wat men nodig zou kunnen hebben om blaren te verzorgen, wat gelukkig (nog) niet hoeft.

Zoveel om dankbaar voor te zijn vandaag… obrigada !

28 augustus 2022

Vind de pijl

Alverca – Vila Franca Da Xira

De dag begon als een spel, een beetje zoals Waar is Waldo, maar in plaats van op zoek te gaan naar rode en witte streepjes, moet je hier de gele pijl zien te vinden. Wat valt er te verdienen? Tijd, want een pijl missen kan je wandeling onnodig langer maken, dat ondervond ik nadat ik op een rotonde eentje over het hoofd had gezien. Het zorgde voor een gedachte die even bleef kleven. Hoeveel uur plezier zouden Portugese schavuiten kunnen beleven aan één enkele bus gele verf! Ik zag ze al in de struiken zitten, achter een electriciteitcabine of op een bankje langs de kant van de weg, gniffelend van leedvermaak bij elke pelgrim die ze zagen aankomen.

Niet veel later passeerde ik een man die daar in zijn jonge jaren vast toe in staat was geweest. Ik hoorde hem voor ik hem zag, luid lachend. Hij waggelde over een landweg, in de ene hand een lege fles bier in de andere een gsm. Zodra hij me zag, veranderde hij in een gentleman, de vuile kleren en het gelal buiten beschouwing gelaten. Hij zou me de weg wijzen, links, rechts, links, rechts,… Een beetje zoals hij op dat ogenblik aan het lopen was. In andere omstandigheden zou ik me misschien onveilig hebben gevoeld, maar niet hier. Zelfs in zijn beschonken toestand wou hij er voor zorgen dat ik op mijn bestemming zou toekomen. Mooi toch. Of hij er zelf geraakt is, is me een raadsel.

Niet dat ik denk dat je hier onkwetsbaar ben hoor. Vooral niet als de pijl je langs een baan stuurt waar nauwelijks plaats is tussen de berm en het drukke verkeer. Gelukkig waren die stukken vandaag van korte duur en leidde de pijl me door een gezellig stadje met huizen in snoepjeskleuren. De ideale plaats voor een lunchstop.

Zo grijs als de eerste helft van de wandeling was, zo kleurrijk was de namiddag. Het water, de bloemen, de muurschilderingen,… alle kleuren leken intenser, sprekender. En ik voelde me dankbaar dat ik daar mocht zijn.

Maar het meest bijzondere waren de ontmoetingen. Gesprekken op de camino zijn anders dan op andere plaatsen. Ik ging haast schrijven ‘in het echte leven’, maar dit voelt echter want de koetjes en kalfjes worden overgeslagen. Heerlijk voor iemand die zich de kunst van small talk nooit heeft kunnen eigen maken. De pijl wijst niet alleen de weg naar Santiago maar ook naar binnen en dat stuk deel je met elkaar. Op dag twee is het me al duidelijk, de camino, dat is niet de grond waarop je loopt. De camino, dat zijn wij.

27 augustus 2022

Lissabon – Alverca do Ribatejo

Bij een ontbijt met een muesli-koek en wat water bekeek ik de kaart. De tocht zou volgens de Camino-bijbel van John Brierley starten bij een kerk. De eerste gedachte die zich aandiende was: hmm, die kerk ligt aan de andere kant van de stad en daarna loopt de route hier zowat langs, waarom niet meteen hier beginnen… Het absurde van die gedachte drong zich al even snel op. Als het de bedoeling was om zo snel mogelijk in Santiago te geraken, had ik beter een rechtstreekse vlucht genomen. Ik zocht en vond -na enkele valse starts door problemen met een app- mijn weg tot aan de kerk.

Geen startceremonie, geen toeters en bellen, zelfs geen gele pijl om me de weg te wijzen. Ik stond voor een gesloten deur. Als de Camino roept, moet je blijkbaar wachten tot 9.30u, maar ik had geen zin om kostbare koele ochtenduren te verspelen, wachtend op een stempel.

Wat meteen opviel was het gebrek aan gele pijlen. De eerste zag ik pas na een uur wandelen. Zonder app zou ik regelmatig het noorden kwijt zijn geweest. Eens Lissabon uit werd dat gelukkig een stuk beter.

Ga er trouwens niet van uit dat de Camino je langs de mooiste bezienswaardigheden stuurt. Ik had in al mijn bezoeken aan deze stad nooit eerder die lelijke kant gezien. Maar een pelgrim is geen toerist dus negeerde ik zo veel mogelijk de lokroep van de gezellige pleintjes, de fonteinen en de prachtige betegelde gevels. Ondanks de smoezelige, naar urine ruikende straten, de bouwwerven en industriezones liep ik voortdurend rond met een brede glimlach. Er is iets met de Camino waardoor het mensen meer mens maakt. Je wordt voortdurend begroet, er wordt gezwaaid en medepelgrims zijn altijd te vinden voor een praatje. Iedereen volgt zijn eigen ritme waardoor je soms een stukje samen wandelt en dan weer alleen. Als je ze enkele uren later op een terrasje ziet zitten, lijkt het alsof je oude vrienden terug ziet. Toen een vrouw een drukke straat over schuifelde om me een ‘bom caminho’ te komen wensen, sprongen de tranen me in de ogen. Op dat ogenblik begreep ik waarom sommige mensen verslaafd zijn aan deze tochten en jaar na jaar terugkeren.

Op de mooiste stukken zag ik niemand, het landschap volstond dan.

Toen ik dorst kreeg en mijn water al op was, kwam ik voorbij struiken met de zoetste braambessen die ik ooit at en niet veel nadat ik vond dat de zon toch wel een beetje aan het overdrijven was, liep ik langs een schaduwplekje met een drinkfontein. Men zegt wel eens: ‘The Camino provides’. Uit wat ik net schreef zou je kunnen concluderen dat dat inderdaad lijkt te kloppen. Maar niet alles loopt zoals je wil. Ik had willen overnachten in een herberg op 20km van het startpunt, maar pelgrims zonder boosterprik waren er niet welkom. Daardoor werd mijn eerste wandeldag 12km langer. Dat was geen ramp. Mijn benen zagen het nog wel zitten en nu lig ik in een kamer voor mezelf in plaats van in een slaapzaal.

Er zijn natuurlijk ook de moeilijkeden waar een pelgrim zelf verantwoordelijk voor is… Ik ga bijvoorbeeld géén boodschappen meer doen als ik honger heb en nog meerdere kilometers te wandelen heb tot mijn eindbestemming. Die extra zak zorgde er vandaag voor dat ik besefte dat er naast de alom bekende gevoelstemperatuur ook zoiets bestaat als een gevoelsafstand. Mijn uurwerk zei 5km, mijn lichaam geloofde er niets van.

Dank je voor de vele aanmoedigen! Jullie maken deze tocht nog specialer.

Tot morgen.

26 augustus 2022

De bus en de trein, altijd een beetje reizen…

maar vooral wachten, hopen, ergeren en vloeken.

Alles was nochtans goed voorbereid. Een belbus zou me naar Neerlinter brengen waar ik de bus kon nemen naar het station van Tienen om daar de trein te nemen naar Zaventem voor een vlucht naar Lissabon. Bij stap één liep het al mis. De belbus kwam niet opdagen. Het zal zijn dagje niet zijn geweest. Kan de besten overkomen…. Gelukkig was een behulpzame buurman zo vriendelijk me naar het station te brengen. Ruim op tijd liep ik even later de stationshal binnen en meteen viel mijn oog op het bord dat rood oplichtte. Dat kon geen goed teken zijn. Problemen met één trein bleek het treinverkeer te hebben lam gelegd. Net nu! Ik vroeg me af of het universum me iets te zeggen had. Kon ik beter rechtsomkeer maken? De wegen van het universum zijn notoir ondoorgrondelijk maar ik zou het toch de raad willen geven om geen gebruik te maken van de Lijn en de NMBS als sijngevers. Moet elke pendelaar bij een vertraging of staking concluderen dat hij beter een snipperdag zou nemen? Vast niet. Dus hield ik het bij toeval en/of wanbeleid en een verouderde infrastructuur en wachtte geduldig op een trein die min of meer in de juiste richting reed. Twee overstappen later stond ik in Zaventem, klaar voor het avontuur.

De vlucht verliep vlekkeloos onder het waakzame oog van mijn reisgenoot. Alleen jammer dat mijn oordopjes in mijn rugzak zaten en niet in mijn handbagage. Het lot had me een plekje gegeven naast een kleuter met een tablet en een duidelijke voorkeur voor één liedje :’Baby shark’. Wie het niet kent… luisteren op eigen risico! Als je het ooit hebt gehoord, zit het nu vast voor enkele uren in je hoofd, alleen al door het lezen van die twee woorden. Je kan je dus vast voorstellen welke schade drie uur ‘Baby shark’ bij mij heeft aangericht. Een oorwurm voor de rest van mijn Camino.

En dan stond ik plots in Lissabon. De stad voelde meteen vertrouwd. Er is openbaar vervoer zoals openbaar vervoer hoort te zijn, makkelijk, snel en toegankelijk, waardoor ik in een mum van tijd mijn eerste camino-slaapzaal betrad.

Een vrouw met een kleimasker op het gezicht begroette me hartelijk. Ze lag op de mij toebedeelde matras naar muziek te luisteren – net zoals de kleuter zonder oortjes, maar gelukkig minder irritant. Ze zei dat ze het bed al twee dagen had en dat ik een ander ‘mocht’ nemen. Bij elk woord leek haar huid te barsten. Hoe kan je daar dan kwaad op worden? Het werd dus het bed boven het hare. Ze toonde me foto’s van haar vrienden, vertelde honderduit over haar vakantieplannen en trok zich daarbij niets aan van het feit dat ik eigenlijk geen Portugees spreek. Vreemd genoeg begrepen we elkaar wel.

De toon is gezet. De reis kan beginnen.

Voor wie nieuwsgierig is naar de zak met eten….die zit in mijn rugzak, helemaal. Elke dag zal hij wat lichter worden, tot uiteindelijk alles verteerd is. Een mooie metafoor …

Buen Camino

25 augustus 2022

Ik ga op reis en ik neem niet mee…

In theorie weet ik perfect hoe het moet, ik heb de boeken gelezen, de vlogs bekeken, de podcast beluisterd. Iedereen die een lange wandeling heeft gemaakt, is het er over eens: alles wat overbodig is, laat je thuis.

Over twaalf uur trek ik de voordeur achter me dicht, maar de rugzak staat nog leeg naast me en de vloer ligt bezaaid met kleren die al dan niet mee zullen reizen. De vraag is niet wat neem ik mee, maar wat neem ik niet mee. Voor alles zijn er opties. Soms helpt de weegschaal om de knoop door te hakken. Een T-shirt van 260 gram of iets gelijkaardigs van 120 gram? Die keuze is snel gemaakt. Een vestje van 500 gram of eentje van 340 gram? Op het eerste zicht lijkt het logisch om het gewicht te laten doorwegen, maar zegt zo’n getal genoeg over de ware kwaliteiten van die vestjes? Wil ik sneldrogend? Zakken met rits? Een kap? Ik merk dat ik vooral niet te veel wil nadenken en stop gauw in de kast wat niet mee mag. Wat overblijft zijn twee sets kleren en 5 paar sokken.

Minder makkelijk is de zak met eten. Hij staat sinds gisteren nog steeds onaangeroerd op het aanrecht. Nog steeds 1227 gram. De warmte heeft het gewicht jammer genoeg niet doen afnemen. Al het vocht was er blijkbaar al uit. Notenrepen, koeken, elektrolyten, soy jerkey, havermelkpoeder,… Is dit overbodig of noodzakelijk om als vegan te overleven tijdens de camino? Hoe beslis ik wat er hier blijft? Iene miene mutte? Mijn buik blijkt de baas te zijn, alles blijft er in. Morgenochtend, na het ontbijt, zal ik een nieuwe halveringspoging doen.

Een rugzak pakken was nooit moeilijk. Het was altijd inpakken en wegwezen, meestal letterlijk een last minute klusje. Niets om je druk over te maken. Nu zie ik dat blauwe gedrocht staan – half ingezakt – en mijn maag krimpt samen. Ik kan me er niet toe brengen om hem te vullen. De moeilijkheid ligt niet in wat er mee moet voor een maandje wandelen, maar in wat er niet mee gaat. Of juister wie er niet mee gaat. Mijn lieverds, ik ga jullie missen! In gedachten zijn jullie er bij, elke stap, van hier tot aan het einde van de wereld 😉

En die rugzak… die vul ik morgenochtend wel. Nog tijd genoeg.

24 augustus 2022