Goed, beter, best. Deze trappen van vergelijking hebben we ooit klassikaal opgedreund. Ze doen vermoeden dat beter superieur is aan goed. Maar dat is het niet. Soms is enkel goed goed en is beter en best nog steeds beschamend mensonwaardig. Alles hangt af van het vertrekpunt.
Een betere wereld is niet perse een goede wereld.
Sommige reizen hebben meer impact op je dan andere. Een weekje aan een Spaans costa kan aangenaam en ontspannend zijn, maar je gaat er nadien niet van wakker liggen, tenzij je er een zwangerschap, een geslachtsziekte, een lange afstandsrelatie of een combinatie van alle voorgaande aan overhoudt. Een reis naar India daarentegen kan de gemoedsrust ernstige schade toebrengen.
Bij elke stap die ik ginder zette, werd ik met de neus op de feiten gedrukt: We zijn met z’n allen gebuisd voor de kleuterklas! Wat leerden we daar? Eerlijk delen, niet liegen, niet pesten, niemand pijn doen, iedereen laten meespelen, je rommel zelf opruimen en beleefd zijn. Wel… geen kus van de juf, geen bank vooruit. Iedereen 0/10.
Als ik dan thuis kwam en de kranten las werd ik er niet bepaald vrolijker van. Dierenleed, oorlog, armoede, stranden en zeeën vol plastic,… de lijst eindeloos en ik moedeloos, want die goede wereld, die is duidelijk niet voor morgen. Je zou er haast apathisch door worden en je tevreden stellen met aan huis geleverde maaltijdboxen, een abonnement op Netflix en een doorlopende opdracht aan Artsen zonder Grenzen, Animal Rights en Vluchtelingenwerk Vlaanderen om het bevoorrechte-Europeaan-schuldgevoel af te kopen. Maar ik capituleer niet.
Ik ga opnieuw op reis en ik neem mee : hoop.
25 mei 2018



















