For women only!

Beste mannelijke bloglezer, elke andere dag is het me een waar genoegen uw nieuwsgierige blik over mijn woorden te weten glijden, doch vandaag wil ik u vriendelijk verzoeken ander leesvoer te zoeken. Mocht de titel u onvoldoende duidelijk gemaakt hebben dat dit stukje blog niet voor uw ogen bestemd is:

Zo, nu we onder vrouwen zijn wil ik toch even uiting geven aan mijn teleurstelling en verontwaardiging.

Waarom hebben jullie me niet gewaarschuwd? Waarom laten jullie een beginnende loopster in onwetendheid? Waarom moet ze het warme water opnieuw uitvinden? Onder mannen was dit nooit gebeurd. Die hadden elkaar al lang in geuren en kleuren ingewijd in de frequente, de occasionele en zelfs in de hoogst zeldzame fysieke ongemakken die gepaard gaan met lopen.

Waar ik het over heb?

Wel… vrijdag was het er plots, dat wittebroodswekengevoel. Nee, niet die heerlijke/verschrikkelijke verliefdheid, het te opgefokt zijn om te eten, het elke seconde van de dag in zijn nabijheid willen zijn. Het ging over dat andere, meer zuidelijk gelegen prille-relatie-gevoel. De zwelling, jeuk, irritatie van te vaak, te lang, te hevig…

Lag het aan de aard van de stof? Lag het aan de naden? Ik tastte in het duister en regelmatig op discrete wijze naar mijn kruis, de stof wegtrekkend in de hoop even pijnvrij te zijn.

“Heb je al gehoord over runnerslippen,” vroeg ik H, wat wijdbeens lopend.

Dat had hij niet, maar hij bood meteen aan om er bij zijn vrouwelijke collega’s eens naar te informeren. Toen ik zei dat sommige vrouwen dit wel eens ongepast zouden kunnen vinden, schudde hij ongelovig het hoofd. Bij deze zijn jullie dus gewaarschuwd dames. Als hij morgen tijdens de koffiepauze vraagt of je wel eens last hebt van gezwollen schaamlippen, haal dan niet meteen je dienstwapen of je agenda tevoorschijn. Hij vraagt dit enkel uit behulpzaamheid.

Niet één boek had me gewaarschuwd voor een dergelijke irritatie terwijl ze wel tips gaven ter voorkoming van pijnlijke oksels en schurende dijen (vaseline, talkpoeder en strakke loopbroeken). Google had aanvankelijk evenmin een bruikbaar antwoord en ik vreesde even dat ik abnormaal was. Bij het wielrennen bleek het gelukkig vaker voor te komen. Niet voor de dames in kwestie, maar voor mij, ik voelde me al iets minder witte raaf met vuurrode lippen. Maar toch, Nederlandstalige loopsters schenen er geen last van te hebben. Werd er echt online in alle talen over gezwegen? Nee, Engelse zoektermen boden verlichting. Mijn vrees werd definitief weggenomen, ik was niet de enige!

Dus dames… als het kriebelt moet je sporten. Maar als je sport en het kriebelt, ga dan hier eens een kijkje nemen. Je bent echt niet de enige!

23 augustus 2015

Lui op doktersvoorschrift

Ik was niet zeker of ik hier wel aan het goede adres was.

Nog glimmende en toch gedateerde medische marteltuigen naast medicijnen die niet bepaald hebben bijgedragen tot het verbeteren van de volksgezondheid…

Aan welke middeleeuwse test zou de eigenaar van deze horrorkast mij onderwerpen om mij geschikt te verklaren voor het beoefenen van deze intensieve doch niet-lucratieve bewegingsvorm? Een psychische test onder het mom van ‘je moet een beetje gek zijn om dat te willen doen’? Een uurtje tredmolenlopen? Of zou de aanwezigheid van borsten volstaan om mij rechtstreeks terug naar huis en haard te sturen?

Niets van dat alles, gelukkig. De man neemt mijn vraag ernstig, neemt zijn tijd, wikt en weegt en besluit tenslotte dat er geen medische reden is om het niet te doen.

Moet ik nu opgelucht zijn of net niet? Ik twijfel…

De volgende dag neem ik zijn goede raad ter harte en bouw een dagje rust in. De man heeft wel meer gezegd dan dat, maar van het 45 minuten durende gesprek is me toch vooral die ene zin bijgebleven. Ik doe een dag niets en hoef er me niet eens schuldig om te voelen. Dank je dokter!

Aan het einde van de dag haal ik de stappenteller uit mijn broekzak, 216. Ik zet mijn bril op omdat ik mijn ogen niet geloof. Ik kijk vast over enkele nullen heen. Tweehonderdzestien, het staat er nog steeds, zelfs met leesbril. Dat zijn er 9784 te weinig. Mijn dagje nietsdoen voelt plots niet meer zo gezond ook al was het op doktersvoorschrift. Het cijfer is zo beschamend laag dat ik even de drang voel om mijn loopschoenen aan te trekken en de deur uit te gaan. Maar de drang is net niet sterk genoeg om de luiheid te overwinnen, ik kruip in bed en open mijn e-reader. Waar was ik gebleven…

Om het goed te maken staan er de dag nadien 20245 stappen op de tellen, acht kilometer wandelen met de honden gevolgd door een half uur lopen zonder. Een paar uur later staat de teller op 76. Blijkbaar springt dat ding na 24u gebruik weer op 0. Heb ik voor niets een extra inspanning geleverd!

18 augustus 2015

Start to run, with dogs & children

Als je dacht dat rennen met honden een uitdaging is, probeer het dan eens met honden en kinderen! Hen zover krijgen is al een heuse krachttoer.

“Wie mee gaat lopen hoeft vandaag niet te vaten.”

Y1 kijkt naar het aanrecht en maakt een berekening: vier borden, zes glazen, twee pannen en een handvol bestek… hooguit een kwartiertje werk, dus een tijdswinst van minstens vijfenveertig minuten, met als bonus even het rijk voor haar alleen.

“Ik blijf wel hier,” zegt ze terwijl ze de kraan opendraait.

Y2 maakt een andere berekening: weg van de zus is gelijk aan honderd procent van onze aandacht voor haar alleen.

“Ik ga mee!” Ze stuitert de trap op, trekt haar sportiefste outfit aan, dendert de trap weer af, huppelt naar buiten en rent vervolgens ver voor ons uit, mateloos, in haar jeugdig enthousiasme.

“Doe maar wat rustiger, je moet dit nog een poosje volhouden,” waarschuw ik. Tevergeefs.

Enkele minuten later loopt ze naast me, zwaar ademend, rode wangen en witte kringen om de ogen.

“Dunja heeft wat rust nodig,” zeg ik. “We moeten dat lopen rustig opbouwen voor de honden. Zodra we bij die paal zijn, gaan we wandelen.”

Ze spurt tot aan de paal en staat ons dan triomfantelijk op te wachten, blij dat niet zij degene is waarvoor we vaart minderen.

Rennen wordt wandelen; de grote lus wordt met enkele kilometers ingekort.

De honden schijnen het niet erg te vinden. Wij ook niet. Morgen is er een nieuwe dag… die loopschoenen, die gaan niet lopen, zonder ons.

14 augustus 2015

Start to run, with dogs

Je traint voor een marathon, je bent de -overwegend trotse, occasioneel geërgerde -eigenaar van twee honden die nood hebben aan beweging en je hebt een netwerk van perfect onderhouden veldwegen in je achtertuin. Logisch dat je op een bepaald ogenblik een link tussen die drie meent te moeten leggen. Je bindt je honden de riem aan en loopt vrolijk fluitend de deur uit. Je goede humeur heeft vooralsnog niets te maken met een runner’s high, wel met het vooruitzicht: een uur zicht op de billen van je partner (want hij loopt met de grootste hond voor je) én een namiddag met slapende honden.

Al gauw merk je dat het perfect mogelijk is om met honden te lopen, als er geen andere wandelaars, honden, tractoren, fietsers, paarden, herten, konijnen of fazanten in de buurt zijn, als je je eigen ritme weet te negeren, als je op het koelste moment van de dag gaat en zoveel mogelijk in de schaduw loopt, als je hen op tijd en stond laat plassen, drinken, zwemmen, snuffelen, plassen, drinken… Zoals ik al zei, het is perfect mogelijk!

De 10 geboden voor de beginnende cani-crosser

Bovenal weet: ge zijt goed zot

Het wordt een uur van gevloek en (zelf)spot

Opgepast voor fietsende heren

Bij zonnig weer moet je een crèmeke smeren

Laat trekken niet zorgen voor ergernis

Anders loopt het met je humeur vast mis

Mond goed toe voor hordes vliegen

Over het aantal km zult ge niet liegen

Een koekje op zak houdt de honden zoet

Besef steeds dat je dit uit vrije wil doet

14 augustus 2015

Door het oog van de loper

Wat je ziet is niet de totaliteit van wat er te zien is, je ziet enkel (of hoofdzakelijk) wat er al in je hoofd zat. Je kent dat wel… De dag dat je trots met je nieuwe Porsche de garage uitrijdt zie je ze overal. Nee, slecht voorbeeld. Sorry A, met elk ander automerk zou dat waar zijn, maar niet met een Porsche. Ander voorbeeld… Als je zwanger bent, zie je een wereld vol bolle buiken. Voordien waren ze er niet, nadien verdwijnen ze geleidelijk naar de achtergrond om weer in groten getale de straten te vullen op het ogenblik dat je zelf niet meer in staat bent tot reproductie. De smiechten…

Met lopen is het net zo. Plots lijkt de hele wereld aan het lopen te zijn. Elke ondergrond wordt op veerkracht beoordeeld. Kleding krijgt een mentaal ‘niet-geschikt-om-mee-te-lopen-label. En de eerste gedachte toen ik daarnet bij de kapper mijn nieuwe kapsel zag was: “Dat is makkelijker om mee te gaan lopen.” Bovendien vind ik de ene na de andere uitnodiging voor een loopevenement in mijn virtuele en andere brievenbus. Vandaag was het een aansporing om deel te nemen aan een estafetteloop. 13 categorieën bleken er te zijn, ingedeeld volgens leeftijd:

heren: +110 / +90 / +70 / -70

dames: +110 / +90 / +70 / -70

gemengd: +110 / +90 / +70 / -70

jeugd: -36

Ik snapte er niets van. Was het een estafetteloop in een bejaardentehuis? Een poging om de oudjes sneller het hoekje om te laten gaan? Werd het gesponsord door het plaatselijke uitvaartcentrum? Of was het een uitwisseling van wandelstokken ipv loopstokjes?

Dat een 110 jarige een eigen categorie krijgt, daar kon ik begrip voor opbrengen. Ik zou de heer of dame in kwestie al een prijs geven om een stap uit bed te zetten, laat staan om een estafette te lopen. Maar dat alles tussen 36 en 70 over één kam geschoren werd, dat was toch wat kort door de bocht.

Het kon natuurlijk ook zijn dat die grote groep het lopend moest afleggen terwijl de overige beroep mochten doen op hulpmiddelen: rollators voor de +70, een elektrische rolstoel voor +90 en tenslotte een verrijdbaar bed voor +110.

En toen las ik de kleine lettertjes en werd die estafetteloop plots een heel stuk saaier. De som van de leeftijden… hoe verzinnen ze het?

7 augustus 2015

Ren voor hun leven

Het is pas middag en ik heb er al 110 minuten sport opzitten. 110 welbestede minuten zou een arts vast zeggen. Waarom bekruipt me dan telkens ik de TGS sleutel in een nieuw toestel stop het gevoel dat ik eigenlijk iets nuttigs zou moeten doen. Soms luister ik naar muziek om de tijd te doden, vaker dicht ik mijn medesporters een totaal nieuw leven toe (zoals die man die maandag rechtstreeks na de moord op zijn vrouw kwam sporten in de hoop dat wij hem een alibi zouden bezorgen), meestal denk ik echter aan wat voor heerlijks ik later op de dag zal klaarmaken.

Vandaag was het anders. Het was Shazi die mijn gedachten beheerste, een Shar-Pei die er erg aan toe is, maar nu gelukkig in goede handen bij Hondenbrokkenmakers. Hans toonde me gisteren de beelden en mijn hart bloedde voor haar en alle andere Shazi’s en Cecillen in de wereld. Ze hebben geen stem, maar wel gevoelens. Wij hebben die stem wel, maar hebben we ook een hart en een geweten?

Wat is het doel van het dierenrijk? Ons voedsel zijn? Nee toch. In spektakel en vermaak voorzien? Vast niet. Een bliksemafleider zijn voor haat en woede? Nee! Misschien is het doel van dieren ons te leren wat menselijkheid is.

Als ik een dier was, zou ik rennen voor mijn leven zodra er een mens in mijn buurt kwam. Maar ik ben mens… ik kan rennen voor hun leven, zodat het zweten en zwoegen niet nutteloos meer voelt. Ik weet nog niet hoe, wat of waar, maar die marathon zal voor hen zijn. Voor Shazi, Cecil, Lieva, Linky, Willem, Jozefien…

Loop je mee voor hun leven?

Of steun hen op een andere manier. Neem even een kijkje op Hondenbrokkenmakers of bij een asiel in je buurt. Er zit vast ook een Shazi die jouw hulp nodig heeft.

 

6 augustus 2015

Op cruise control

“Begin langzaam,” zei hij. “Doe het de eerste weken rustig, forceer je niet.”

Het wordt kinderspel, hoorde ik.

“Schaf een hartslagmeter aan,” zei hij.

Ga eens gezellig snuisteren tussen de loopgadgets, hoorde ik.

“Beginners maken allemaal dezelfde fout,” zei hij, “ze lopen veel te snel, krijgen pijn en keren dan terug naar hun zetel en een zak chips.”

Bewijs me het tegendeel, hoorde ik.

Nee, ik zou niet in die val lopen. Ik was gewaarschuwd, in veelvoud. Ik zou mijn lichaam eerst langzaam laten wennen aan de kilometers en pas daarna aan het tempo. Ik zou mezelf op cruise control zetten -140- en genieten van de zon, het briesje, de kabbelende Gete en het eventuele gezelschap. Like a walk in the park… zo makkelijk zou het zijn.

Maar het was niet makkelijk, het was zelfs verdomd moeilijk om zo te lopen dat dat vermaledijde ding niet begon te piepen.

Te traag. Natuurlijk, ik ben de deur nog aan het dichttrekken! Te traag. Wat dacht je, dat ik meteen uit de startblokken zou schieten? Dunja moet ook nog kunnen volgen hoor. Aha, geen gepiep. Heerlijk toch, dat lopen op zaterdagochtend. Zo rustgevend. Te snel. Wat! Is dit te snel?! Ik ben nog aan het opwarmen. Te snel. Zeg, ik ben geen 80 hoor. Ik kan heus sneller dan dit. Te snel. Ja, ja, het is al goed. Doktersvoorschrift, ik weet het. Aha, dit is het. Stilte. Heerlijk, de bomen, het veld, de koeien. Te snel. Verdorie, als ik nog trager moet ben ik aan het wandelen. Te snel. Straks steken de slakken me zelfs voorbij!

Het lijkt onmogelijk om het juiste piepvrije ritme te vinden. Dunja die wat harder trekt, H die op Seth vloekt, een kleine versnelling, een scherpe bocht,… Alles geeft aanleiding tot gepiep. En de irritatie hierover uiteraard ook.

Ik probeer afleiding te zoeken en bedenk wat ik straks zal schrijven. En dan loopt het pas echt mis. Een leuke titel? Te snel! Een spitsvondige woordspeling? Te snel! Een zin die me spontaan doet glimlachen? Te snel!!!

Een ding is me vandaag wel duidelijk geworden, schrijven doet mijn hart sneller slaan.

22 augustus 2015

Slecht voor de lijn

Gesport vandaag? Natuurlijk!

wandelen: 50 minuten (met honden)

fitness: 65 minuten

lopen: 30 minuten

gewicht: +1 kilo

Sporten is -het spijt me dat ik deze mythe moet doorprikken- absoluut niet goed voor de lijn. Misschien is dit geen algemeen geldende regel, maar bij mij blijkt het in ieder geval niet tot gewichtsverlies te leiden, integendeel.

Meer spieren, dus meer gewicht hoor ik je denken. Dat kan… Toch ben ik niet zo naïef ervan uit te gaan dat ik op die twee weken al zoveel spiermassa heb gekweekt. Ik denk eerder dat er een andere wetmatigheid aan de basis ligt. Meer chocolade, dus meer gewicht; meer taart, dus meer gewicht; meer snoep, dus meer gewicht.

Als ik nog maar aan sporten denk, vind ik dat ik goed bezig ben en dat een chocolaatje dus zeker geen kwaad kan. Met het loopschema dat op de keukentafel voor me klaarligt, heb ik vast wat extra voedingsstoffen nodig. Die wafel loop ik er morgen wel weer af en die extra portie worteltaart natuurlijk ook. Nog een samosa? Waarom niet? Ik ga straks toch naar de fitness!

Er is dus een nieuw voornemen bijgekomen:

4 augustus 2015

Oeps

“Heb je de afgelopen dagen al veel gelopen,” vraagt H. Hij kent me…

Ik moet diep nadenken. Heb ik gelopen?

Ik heb over lopen gelezen, ik heb enkele filmpjes bekeken, ik heb vaak gewandeld, nog vaker gedanst (Dank je voor de heerlijke swingrock-week!), een enkele keer ook effectief gelopen, maar het meest van al heb ik erover nagedacht en erover geschreven.

Ik vrees dat het pathologisch is. Ik slaag er in om van elk project een reden tot schrijven te maken, behalve van mijn voornemen om een boek te schrijven… Dat was de oorspronkelijke reden waarom ik met dit blog begon. Het boek kwam er niet, wel een ander, een kookboek, maar geen roman.

“Je moet proberen met dit soort schrijven je geld te verdienen,” zegt hij. “Dat boek van je gaat er nooit komen.” Hij kent me veel te goed. Maar ik ken mezelf ook… als ik me voorneem om professioneel blogger te worden, begin ik vast een kantkloscursus of lijkt een carrière als schoorsteenveger misschien bijzonder interessant.

Het is niet dat ik dat wat ik ‘moet’ doen niet wil doen, het is gewoon dat er ondertussen zoveel andere dingen plots met veel overtuigingskracht om mijn aandacht vragen. En dat leidt soms tot zeer vervelende situaties. Zoals vanochtend, toen ik de honden zag spelen met een stukje stof. De ‘kijk-eens-hoe-lief-ze-spelen-glimlach’ vervaagde toen ik de stof herkende. Zwart met witte en grijze strepen. Een fractie van een seconde was er nog hoop, het kon een restje zijn. Maar restjes hebben geen met overlock afgewerkt naden, geen zakken en zeker geen rits. Het was een broek, geweest, voor onze varkens er hun tanden in hadden gezet. Of juister, een broek in de maak, klaar voor een pasbeurt. Van een broek was er helaas geen sprake meer, van een glimlach ook niet. Of toch, heel even, toen ik bedacht dat het maar goed was dat er nog geen billen in de broek zaten op het ogenblik van de feiten.

Ik kon mezelf wel voor het hoofd slaan dat ik er niet weken eerder aan begonnen was, dan zou er bij een gelijkaardig rampenscenario tenminste nog een zee van tijd zijn om een nieuwe te maken. Nu kan ik enkel hopen dat het een weekend met tropische temperaturen wordt zodat het gerechtvaardigd is om in short op een trouwfeest te verschijnen. Of dat iemand van jullie een fantastisch pak in zijn kast heeft hangen, in de juiste maat, zonder bijtsporen.

Ik heb mijn lesje geleerd, vanaf nu stel ik niets meer uit tot het laatste ogenblik. Ik begin er meteen aan. Maar eerst…

3 augustus 2015