Messias gezocht

Waar begin je een verhaal? Daar waar je bent?

Ik zit in de zetel, de voeten op een salontafeltje, mijn laptop op schoot. Door het raam waaien de geluiden van het einde van een schooldag naar binnen. Auto’s stoppen, ouders stappen uit, kleuters komen aangestormd, een dag wordt in enkele woorden samengevat, nog niet opgehaalde kleuters rennen joelend over de speelplaats. Alles gaat met de nodige decibels gepaard, maar dat geeft niet. Het zijn de geluiden van het leven in dit dorp. Ik woon er middenin, maar maak er geen deel van uit. Ik ben een toeschouwer.

Daarnet was het rustig en straks keert die rust wel weer. Het is slechts een golf van drukte die komt en gaat.

Daarnet wandelde ik door de velden. Zonder jas, zonder muts, zonder sjaal. Alles lag er nog kaal bij en toch was het warm en ademde de lucht al lente uit. Drie honden liepen voorbeeldig voor me en alles was perfect, precies zoals het hoorde te zijn. Er was rust, een golf van rust die komt en gaat. Als straks iedereen thuiskomt, keert de drukte weer.

Ik merk dat ik aan het neuriën ben. En neuriën wordt zingen.

“Ik ben op zoek naar een messias

man of vrouw heeft geen belang

die mijn ziel wat heil kan geven

want dat zoekt mijn ziel al lang”

Dat spreekt me wel aan zo’n Messias, iemand die je blindelings kan volgen om op je eindbestemming toe te komen. In het verleden heeft het me ook wel geïntrigeerd, het idee van een meester, mijn persoonlijke Mr Miyagi die me zegt dat ik de vloer moet schrobben, de ramen moet lappen, de honden moet uitlaten en waarbij ik dan aan het eind van de rit als beloning verlichting vind. Dat lijkt zo makkelijk. Of een meester die me op queeste stuurt, de wijde wereld in, als het even kan naar ergens waar het warm is.

Maar mijn weegschaalaard staat dat niet toe. Ze wikt, ze weegt, ze wil het iedereen naar zijn zin maken, en eigen aan haar aard alles in evenwicht houden, alle levensaspecten.

En toch… toch is er af en toe dat stemmetje dat fluistert dat er meer is, meer dan alles in evenwicht houden en daardoor eigenlijk niets doen.

Zodra die stem zich manifesteert, keert de onrust weer en dan ga ik op zoek naar iets nieuws. En in die zoektocht naar het nieuwe kom ik vaak weer bij het oude terecht. Zo ook nu. Morningpages, Anthony Robbins, Release Technique, Byron Katie, Vipassana, … zowat alles wat ik jaren geleden gedaan heb, komt terug, in golven. Sommige dingen pik ik weer op. Andere laat ik weer gaan.

Een gratis Kindle abonnement gaf me afgelopen week toegang tot een hele hoop boeken: The Ultimate Guide to To-Do Lists, How to Stop Procrastinating, The 7 Habits of Highly Effective People, 10-minute-Declutter, 23 Procrastination Habits, Reinvent yourself, Novice to Expert, The 21 Day Miracle: How to Change Anything in 3 Short Weeks, S’organiser avec un Bullet Journal,…

Deze week las ik meer over To-Do lijsten en uitstelgedrag dan in de afgelopen 47 jaar. En heeft het me iets bijgebracht? Eigenlijk wel. De lijsten werken. Migraine zorgde voor de noodzaak, de vraag. En de to-do lijsten geven me het antwoord.

Dus tot er zich een betere aandient, ga ik mijn eigen Messias zijn, maak ik mijn eigen lijstjes. Wax on, wax off…

29 januari 2018

Lijstjes, zeigarnik en de kunst van het procrastineren.

Wat onafgewerkt of onderbroken is, blijft door ons hoofd spoken. Dat ontdekte Zeigarnik bij het in de gaten houden van kelners en dat ontdekte ik ook ooit tijdens een examen. Het was laat, mijn hoofd zat vol en er moest nog één blad geleerd worden. Ik bekeek het even maar besloot meer nood te hebben aan slaap dan aan de wijsheid op papier. Hoe groot was de kans dat ik over die ene bladzijde een vraag zou krijgen? De cursus telde honderden bladzijden… De volgende ochtend kwam ik uitgeslapen het examenlokaal binnen, begroette de professor en koos een van de strookjes papier die voor hem uitgespreid lagen. Terwijl ik naar een lege bank liep, vouwde ik het open en als vloekwoorden tot mijn woordenschat hadden behoord, zou er toen vast en zeker een of meerdere aan me ontsnapt zijn. Op het briefje stond de titel van die ene bladzijde. Uiteraard! May the odds be ever in your favor. Maar het vreemde was dat ik zo goed wist dat ik het niet wist, dat ik het wel bleek te weten. Ik zag het blad voor me en kon haast zin voor zin “lezen” wat er stond. Een onafgewerkte taak…

De afgelopen jaren zijn er uiteraard wel vaker onafgewerkte taken geweest, ik duwde ze meestal een poosje naar een comfortabel hoekje in mijn hersenen en hield me onledig met wat dan ook, behalve dat. Waarom? Faalangst, perfectionisme, de opdracht te groot vinden, de tussenstappen niet zien, het te weinig uitdagend vinden, impulsiviteit,…. Procrastinatie tot kunst verheven, alles uitstellen, tot op het allerlaatste ogenblik, tot de noodzaak te hoog werd en de pijn van niet doen groter dan het plezier van iets anders te doen.

“Maak lijstjes,” stelde men me voor. “Dat werkt echt.”

Dus maakte ik lijstjes. Ik was er goed in. Urenlang kon ik plannen! Mooi gestructureerd, desnoods met kleurcodes volgens prioriteiten. Het probleem was dat het maken van zo’n lijstje me dan het valse voldane gevoel van verrichte arbeid gaf, terwijl ik nog niet eens een eerste echte stap had gezet.

“Gebruik een app! Dat werkt super.”

Dus besteedde ik eerst enkele uren aan het uitzoeken van de voor mij meest geschikte app, installeerde hem en zette er de eerste lijst in. Et voila! Daarna was het tijd voor een kopje thee, de beloning na al dat harde werken. Die app bleek inderdaad zeer super praktisch! Taak vandaag niet volbracht? Met één klik werd het doorgeschoven naar morgen. Of naar overmorgen…

Het enige wat echt werkte om mij te laten werken was het mes op de keel, een deadline. Maar hier in Frankrijk is er niemand meer die zegt dat de tijd dringt. Hier heb ik alle tijd en net daardoor raakt er buiten de dringende en noodzakelijke dingen nauwelijks iets gedaan. Enkel wat moet, niet wat ik eigenlijk wil, niet waar ik van droom. Hoe kom ik van willen en dromen naar moeten? Daar is een andere motivator voor nodig en die kwam er onder de vorm van hevige migraine-aanvallen. Meestal leggen ze me een poosje lam, maar net daardoor zetten ze me in beweging. De tijd waarin je iets gedaan krijgt is weer beperkt, dus moet hij nuttig gebruikt worden en dat vraagt planning. Bovendien drukt het je met de neus op je sterfelijke feit, het laat je je leven in vraag stellen. Ben ik tevreden met wie ik ben en wat ik doe? Heb ik ergens spijt van?

Blijkbaar vooral van dingen die ik niet gedaan heb. Dus maak ik toch weer lijstjes. Lijstjes met moetjes en lijstjes met magjes. Lijstjes met projecten en lijstjes met taken. Is de taak te groot om in één keer te doen? Dan wordt het in haalbare, hapklare brokken verdeeld. En plots werken die lijstjes wèl. Elke dag begint met wat ik al jaren uitstel. Er wordt afgevinkt en er wordt bij morgen bijgeschreven, niet omdat het vandaag niet gedaan is, maar omdat ik het morgen verder wil zetten.

Het Zeigarnik-effect in actie. Zodra de eerste stap gezet is, doet de taakspanning de rest.

26 januari 2018

 

 

Makkelijk onder voorbehoud

 

“Mama, mijn tas is stuk.”

Ondanks de hoofdpijn kwamen de tandwielen van het raderwerk langzaam in beweging. Een tas? Ja, dat was nog wel haalbaar.

“Ok liefje, kies maar stof uit. Je weet waar ze liggen. Welke tas wil je? Een boekentas, een bowlingtas, een clutch, een omslagtasje of een dokterstas? Met rits, magneetsluiting of koffersluiting? En wil je een schouderband uit stof of uit tassenband?”

“Nee, ik wil een gewone tas.”

“Een gewone tas?” Het raderwerk viel prompt stil. “Bedoel je zo’n tas zoals ik er voor mezelf altijd maak?”

“Nee, veel gewoner. Je weet wel… een zak.”

“Met een rits dan toch.”

“Nee mama, een zak, meer niet.”

Het werd dus de meest gewone tas, in principe omkeerbaar, maar nu niet meer omwille van de twee binnenzakken, die mochten nog nèt.

“Wanneer is ze klaar?”

“Patroon tekenen, stof knippen, naaien,… over een uurtje heb je je tas.”

Ze liep de kamer uit en kwam even later met twee stofjes terug. Niet te dun, maar ook niet heel dik.

“Zal ik er misschien een beetje versteviging tussen…”

“Nee! Een gewone tas.”

En die gewone tas, die zelfs voor een beginner haalbaar is, heeft langer onder het tornmesje gezeten dan onder de naaimachine! Tot twee keer toe kwam ik er bij het omkeren achter dat ik de schouderbanden verkeerd aan elkaar had gezet. Was het te makkelijk? Te vanzelfsprekend waardoor ik er met mijn aandacht niet bij was? Of lag het aan de hoofdpijn? Hoe dan ook, haar gewone tas is klaar en ze is er blij mee.

Maar nu maak ik een poosje niets meer voor iemand anders! Ik herinner me vaag dat ik dat enkele maanden geleden ook al eens gezegd had… voor de pyama’s voor Y2, voor de kussenslopen voor Y2, voor de pennenzak voor Y1, voor de bermuda’s voor H…

25 januari 2018

Stijl gezocht

“Kan je iets doen met deze patronen?” vroeg men me enkele weken geleden. Zonder mijn antwoord af te wachten werd er een pakketje oude burdapatronen in mijn handen geduwd. “Ja, dank je,” stamelde ik en plots was er de geur van Sunlight zeep, Elnett haarlak en stoofvlees. Ik kromp een halve meter en stond in een andere keuken, in een andere tijd.

“Dag marraine, hoe gaat het met je? Doe bompa de groeten van me.”

Of hoe een tekening van een kledingstuk je terug kan werpen in de tijd… De schortjurk, met Remy stijfsel gladgestreken en een katoenen zakdoek in de zak, ze droeg hem altijd, het uniform van de volwassen vrouw.

Ik dacht er opnieuw aan toen ik afgelopen week in een pashokje stond. Ik ergerde me er aan het licht en de spiegel. Haast net zo erg als het licht en de spiegel bij kappers! Waarom kiezen ze toch zulke meedogenloze marteltuigen? Dat is toch onverstandig! Nu herken je jezelf er haast niet in. Er lijken instant kilo’s bij te komen. En dan die gordijnen! Die stoffige, haast altijd net te smalle, nauwelijks beweging in te krijgen gedrochten scheiden je amper van de rest van de winkel en van die opdringerige winkelmeisjes. Wie wil daar geheel vrijwillig tijd in doorbrengen als het niet echt noodzakelijk is? Ik denk dan al gauw: “Heb ik dit echt nodig? Nee toch… Ik vind nog wel wat in mijn kleerkast. Of beter nog, ik maak het gewoon zelf. Mijn kast puilt uit van de stof!”

Maar de stof blijft in die kast zitten en komt er enkel uit om iets voor de meisjes te maken. En in mijn kleerkast vind ik bij nader inzien toch niets geschikts.

Dus deze keer had ik echt wel iets nodig. Een mooi kleedje. Ik ben blijkbaar conservatief, ik grijp steeds spontaan naar dezelfde kleren, boots met een hak, strakke zwarte broek of jeans, zwart gecentreerd hemd, jeansvestje of (nep) leren jasje. Mijn garderobe kent geen seizoenen, ze merkt het verstrijken van de tijd niet. Tijdloos is echter niet het juiste woord. Ik pas ze wel eens, de tulp, A-lijn en kokerrokken, de frivole jurkjes, de mantelpakken, maar geen enkele bevalt me. Ik voel me verkleed, alsof ik niet naar een sterrenrestaurant maar naar een carnavalsfeestje moet. Ik kleed me nog steeds zoals ik me kleedde als tiener, twintiger, dertiger… terwijl ik echt wel richting 50 aan het wandelen ben.

Gisterenavond stuitte ik op een foto van 20 jaar geleden maar de rimpels buiten beschouwing gelaten, had dit een foto van vandaag kunnen zijn. Dezelfde kleding, hetzelfde kapsel, dezelfde passie… en ik weet niet of dat nu goed of slecht is. 

Ik moet dringend op zoek naar een nieuwe stijl. Maar hoe kleedt een bijna vijftiger zich? Als ik om me heen kijk, krijg ik geen eenduidig antwoord. Het lijkt alsof er zoveel stijlen zijn als er mensen zijn en tegelijk lijkt iedereen er hetzelfde uit te zien. Of is dat net een uiting van gebrek aan stijl? Vroeger was het makkelijker. Je had de zondagse kleren en je had de schortjurk. Je had de tijdsgeest en je kleedde je ernaar.

Loop ik hopeloos achter, of heb ik gewoon geluk en heeft de tijdsgeest mijn stijl terug opgepikt? Hoe dan ook, ik kwam buiten met een comfortabele kaki trui met kraag, twee jurkjes voor op reis en een strakke kaki broek. En voor dat etentje? Daarvoor vind ik misschien nog wel iets in mijn kast…

24 januari 2018

 

Het zit in je hoofd

Een poosje geleden schreef ik over migraine en de zoektocht naar het kleine waarom. 11 dagen later sta ik aarzelend naar een doosje medicijnen te kijken. To take or not to take, that is the question…

Whether ‘tis nobler in the mind to suffer
The slings and arrows of outrageous fortune,
Or to take arms against a sea of troubles,
And by opposing, end them. To die, to sleep;
No more…

De vraag is minder prangend dan die van Hamlet. Maar toch… Ik aarzel, omdat de nevenwerkingen niet gering zijn. Dik, depressief, suf, slaperig,… of migraine. Waar gaat mijn voorkeur naar uit?

Ik start mijn computer op en typ enkele zoektermen. Migraine, behandeling, medicatie, nevenwerkingen,…  Het levert geen nieuwe informatie op, maar alles is wel zo herkenbaar dat ik me even onder begripvolle vrienden waan. En dan vraag ik me af waarom ik zo lang met een probleem rondloop zonder er echt hulp voor te zoeken. Ik heb er natuurlijk wel eerder iets over opgezocht maar kwam toen op mogelijke andere oorzaken die uitgesloten moeten worden en aangezien een van die elementen hersentumoren bleken, heb ik de computer toen afgesloten en ben iets anders gaan doen. Struisvogel… dus toch. En angsthaas… dat ook ja. Het zit in de familie. Niet de struisvogel, noch de angsthaas, maar die tumoren. En daar heb ik geen zin in. Wie wel?!

Maar teveel is teveel, dus ben ik afgelopen vrijdag eens naar een dokter gestapt om over het probleem te praten. Niet omdat ik er toevallig voor iets of iemand anders was, en dan langs de neus weg zeggen dat ik “oh ja, af en toe wel eens last heb van hoofdpijn.” Maar eerder een “dokter, alstublieft, u moet me helpen, ik word gek en depressief van die constante pijn.”

Blijkbaar helpt dat wel. Dokters reageren beter op rechtstreekse vragen. Ze tonen meer medeleven, ze zijn zelfs bezorgd op het randje van beangstigend en ze verwijzen je door voor verdere onderzoeken om andere dingen uit te sluiten. Daar was het weer, die ‘andere’ dingen! MRI, cardioloog en bloedananlyse… Ik sta voor de onderzoeks-molen. En pas bij het uitstappen komt er een conclusie en een aangepaste behandeling. Tot die tijd dus de voorlopige medicatie waar ik dik en depressief van kan worden. 1 kans op 10 zegt de bijsluiter. Dat is best veel, lijkt me. Nu ja, van de hoofdpijn zelf lijk ik ook depressief te worden en vandaag is de kans op migraine hoger dus waarom niet… Ik spring op de molen, klamp me vast aan een glimmend paard en slik.

“Je mag slapen”, zei hij, “als je moe bent”. De tranen sprongen me spontaan in de ogen. Ik kreeg de toestemming om te slapen! En dat deed ik gisteren, van 22h tot 10h en van 13h tot 16h. Maar toen was mijn eigen begrip opgeslapen. Waarom zo lui? Waarom niet iets nuttigs doen? Zet je erover! Zo moeilijk kan dat toch niet zijn. Je kan wel, maar je wil niet. Het zit gewoon in je hoofd. En daar schrik ik van, want de pijn is echt, de misselijkheid is echt, de vermoeidheid weegt zwaar. Waarom zouden anderen er begrip voor moeten opbrengen, als ik dat het zelf amper doe?! Dus bij deze, een welgemeende ‘Slaap lekker Inge. Sweet dreams!

22 januari 2018

De wil, de weg en de getuige

Er zijn dagen als hemden. Je trekt het ’s ochtends aan, loopt er uren in rond, trekt het net voor je gaat slapen weer uit en gooit het in de wasmand. Klaar. Morgen een schoon hemd, een nieuwe dag.

Er zijn echter ook dagen als vlekken. Je morst, al dan niet per ongeluk en maakt een vlek. Je wast en schrobt wel maar ze verdwijnt niet. Niet helemaal. Er blijven sporen achter die slechts langzaam vervagen.

Zo’n dag was gisteren. Ik morste een druppel en die kleurde mijn dag. Opgesloten in een lichaam lag ik willoos urenlang stil. Letterlijk. Niet kunnen bewegen? Nee, dat was het niet. Niet willen bewegen? Nee, dat ook niet. Niet kunnen willen.

Zelfs het optillen van een pink vraagt blijkbaar wilskracht. En als die ontbreekt, blijft de pink liggen…

De dag eindigde, een nieuwe begon, maar de vlek is nog steeds een beetje zichtbaar. Vandaag moet ik nog steeds moeite doen om te willen, een vreemde vaststelling. Maar het maakt ook iets duidelijk; er zijn reflexen en er zijn wilsgestuurde bewegingen, meer niet.

Wat heeft me gisteren in beweging gezet? Mijn honden, ze moesten naar buiten. Zij activeerden mijn wil. En dat brengt me toch weer bij het thema van de afgelopen dagen, goede voornemens. Zo veel mensen maken voornemens voor het nieuwe jaar en toch zetten maar enkelen ze blijvend om in daden om hun resultaat te bereiken. Waarom? Als de wil er is om de weg af te leggen, waarom komen we dan niet allemaal aan op die eindbestemming?

Zijn de voornemens te vaag? Maken we er te veel ineens? Zijn ze onrealistisch? Dat kan… Maar er is nog een reden. Om tot die goede voornemens te komen hebben we ons analytisch vermogen nodig. We reflecteren, merken op dat het huidige leven niet overeenkomt met het droomleven en menen die discrepantie te kunnen wegwerken door het maken van een to do lijst. Jammer genoeg is het niet datzelfde vermogen dat de desbetreffende lijst dagdagelijks moet afwerken. Nee, onze handelingen worden gestuurd door iets wispelturigers, iets inuïtievers. En daar loopt het dan mis.

Eigenlijk hebben we dus allemaal honden nodig om ons in beweging te zetten en in beweging te houden. Getuigen. Niet de soort getuigen die handtekeningen zetten op officiële documenten, ook niet de soort die je bij rechtszaken vindt. We hebben allemaal nood aan één of meerdere levensgetuigen. Een vriend waar we respect voor hebben, waar we een compliment van geloven en kritiek van pikken. Iemand voor wie we de best mogelijke ik willen zijn.

Misschien kunnen jullie dat voor jezelf zijn. Ik (nog) niet, ik heb ze nog nodig, honden die kwispelen en blaffen.

18 januari 2018

 

Nu is later.

Belofte maakt schuld. Eergisteren zei ik dat ik het later ging hebben over de voordelen van ouder worden. En ook al is het nog vroeg, nu is later.

Soms hoor ik mensen wensen om terug jonger te mogen zijn. 16, 20, 30,… Een dergelijke wens heb ik nog nooit gehad. 16 was ok, 20 was waardeloos, 30 was een ramp. 47 is … perfect.

Als ik Y1 zie, herinner ik me weer hoe vermoeiend het soms was om puber te zijn. Om te denken dat de hele wereld naar je kijkt. Hoeveel vermoeiender moet het in deze selfie-tijd zijn! Eén verkeerde foto en de hele wereld kan naar je kijken, letterlijk. Geen wonder dat er ’s ochtends een half uur vroeger wordt opgestaan om haren te föhnen, de perfecte outfit te kiezen en om eventuele pukkels angstvallig te verstoppen onder een laagje crème.

47 is zoveel makkelijker. Bad hair Day? No problem! Koud buiten? Lekker warme jas, handschoenen, sjaal én muts.

Mannen kijken niet meer om, er wordt niet meer gefloten, maar dat geeft niet. Ik krijg nu complimentjes van vrouwen. Enkele dagen geleden bijvoorbeeld in de plaatselijke supermarkt: “Mevrouw, u bent een waar zonnestraaltje. U komt glimlachend binnen en u gaat glimlachend buiten. Ik word er zelf vrolijk van.” Wel, dan liever zo’n compliment dan een geile blik. Aan uiterlijk heb ik zelf immers geen verdienste. Het is slechts een lot uit de dna-loterij.

Als ik Y2 zie, herinner ik me weer hoe eenzaam het soms was om puber te zijn. Om je anders en onbegrepen te voelen. Hoeveel eenzamer moet het in deze gsm-tijd zijn! Een speelplaats vol jongeren, de duimen in beweging, glimlachend om iets op het scherm, maar geen contact.

47 is zoveel makkelijker. Je weet ondertussen dat iedereen zich alleen en anders voelt. En je kiest er enkele personen uit die een beetje hetzelfde anders zijn om samen met hen alleen te zijn.

En dan hoor ik mezelf tegen hen zeggen dat ze zich geen zorgen hoeven te maken, dat ze perfect zijn zoals ze zijn, dat het nu wat moeilijk en verwarrend is omdat iedereen zoekend is. En dan staan er nog woorden klaar, woorden van begrip en troost, woorden om hen te helpen begrijpen dat het allemaal niet zo belangrijk is. Maar ze stokken, die woorden, want ik hoor er andere, uit het verleden.

“Later zal je het wel begrijpen!”

En nu, nu is later.

Het is alleen jammer dat we een leven leven als een boek, van voor naar achter. Maar dat het begrijpen eerder een manga is.

16 januari 2018

Angsthaas en struisvogel

Sommige films blijven bij omwille van het verhaal, andere door een geweldige acteerprestatie. Uitzonderlijk blijft er eentje hangen door één enkele zin. Zoals The circle. Tijdens een sollicitatiegesprek vraagt men Mae naar haar grootste angst. “Unfulfilled potential,” is haar antwoord. Ik kreeg het koud bij het horen van die woorden.

Misschien is die angst een product van mijn opvoeding, de tijdsgeest, de cursussen die ik volgde of de boeken die ik las. Allemaal droegen ze bij tot een onbestemd gevoel bijzonder te zijn. Maar als dat bijzondere zich niet materialiseert… dan is er iets mis, dan leef ik niet mijn Leven met grote l, dan word ik geleefd door het dagdagelijkse.

Dus op regelmatige basis duikt dat gevoel weer op dat ik niet doe wat ik hoor te doen. Dat ik niet uit het leven haal, wat er voor mij in zit. Of juister, dat ik het leven niet geef wat er in mij zit. Dan knaagt het ongenoegen zo hard dat ik voornemens maak, programma’s volg, oefeningen doe of iets nieuws ga leren. Het is ondertussen een patroon geworden. Ongenoegen, cursus volgen, afhaken, ongenoegen,… Ik start enthousiast, maar zodra er om welke reden dan ook enkele dagen tussenuitvallen is het voorbij. Weg met de flow, weg met de motivatie, weg met het voornemen en dus weg met het resultaat. Zonde… Maar waarom stop ik? Is het omdat ik het gevoel heb dat het niet werkt? Dat kan ik moeilijk zeggen als ik het niet eens heb beëindigd. Waarom dan? Bang voor wat er zich aan de andere kant bevindt? Is het zoveel makkelijker om te denken dat het ooit wel zal komen dan tot de vaststelling te komen dat ik het niet kan? Ben ik een angsthaas of een struisvogel?

In het ‘minimale iets‘ had ik het over onze noodzaak als mens om iets te creëren. L. kwam hier op terug en voegde één woord toe, werkelijk creëren.

Heb ik dat eigenlijk ooit al gedaan? Zijn niet al mijn creaties kopieën, hetzij van een ander, hetzij van mezelf. Misschien is dat wel het probleem. Tijdens het leerproces moet je noodzakelijkerwijze kopiëren. Maar zodra ik de basis beet heb, is het interessante er voor mij af. Het zou onmiddellijk iets authentieks moeten zijn, kunst haast, anders heeft het geen waarde. Dus als dat niet snel komt, voel ik me een na-aper en ga over naar een ander medium om mijn creativiteit in uit te drukken. Maar op die manier geef ik mezelf niet de tijd om de taal van dat medium te leren spreken en kunnen het nooit mijn woorden worden.
Idem met een taal trouwens. Het moet eigenlijk meteen perfect zijn. Perfect spreken, perfect schrijven. En als dat niet kan, dan maar liever niet… Te laf om fouten te maken, te bang voor imperfectie. Terwijl ik de meisjes voortdurend zeg dat het ok is om fouten te maken, sta ik mezelf niet toe om hetzelfde te doen en dus echt te leren, me iets meester te maken.

Ik zeg vaak dat ik ervan hou om nieuwe dingen te leren. Maar als ik het zo bekijk klopt dat niet. Ja, ik wil leren, maar ik wil geen fouten maken, ik wil het met andere woorden meteen kunnen. Ik wil ergens toekomen. Ik wil creëren, niet na-apen. En daar komt de aap uit de mouw. Wat als… ik aan het eind van de rit niets te zeggen heb. Wat als ik niemand blijk te zijn. Wat als het nadat alles geleerd is, niet goed genoeg is. Wat als ik niet goed genoeg ben…
De koude keert weer. De cirkel is rond. Ik ben aangekomen bij de angst der angsten. Wat als ik niet goed genoeg ben?

Maar voor wie? Voor mezelf? Voor mijn kinderen? Voor H? Voor mijn vrienden? Voor mijn buren? Voor de wereld?

Wat een zware last! Hoe kan ik weten hoe of wat ik voor deze wereld moet zijn? Laat me beginnen bij ‘voor mezelf’ en daarna zien we wel verder. Hoe kan ik er achter komen of ik goed genoeg ben voor mezelf? Door het te vragen? Het antwoord blijkt nee te zijn. Niet goed genoeg. Gefaald voor de test.
Misschien beter om het in hapklare brokken te verdelen? Uur per uur, dag per dag, week per week. Ben ik tevreden over wat ik het afgelopen uur gedaan heb? Niet geheel. Ik had meer moeten doen. Veel meer. Maar wat dan? Poetsen, honden uitlaten, kookboek maken, Duits leren, boodschappen doen, lopen,… Mmm, blijkbaar is mijn oordelende ik niet erg realistisch. Ik zal haar eens wat tijdsbesef moeten bijbrengen. En bij deze schrap ik alle voornemens voor 2018 en vervang ze door ééntje: ik ga mezelf toestaan te leren leren. Met vallen en opstaan.

15 januari 2018

 

 

Ze zei mevrouw tegen me

Vandaag wordt D 50. 50! Mijn grote broer heeft de middelbare leeftijd bereikt. Dat klinkt zo onwezenlijk, zo…. oud. En wat maakt mij dat dan? Bijna oud?

Zo voelt het niet. Tenzij mijn gewrichten protesteren of kleine letters toch wel erg klein worden.  Of op die post-migraine dagen, als mijn bed ’s ochtends voelt als drijfzand.

Er zijn natuurlijk wat rimpels en grijze haren, maar meestal zie ik het niet, het verstrijken van de tijd. Behalve als ik een foto van mezelf zie. Of die ene keer dat ik in een winkel haast tegen een dame opliep en me met een ‘sorry mevrouw’ wou verontschuldigen en pas een fractie van een seconde later mezelf herkende in de spiegel.

Soms zien anderen het blijkbaar ook niet. Zoals afgelopen week, toen een dame aanbelde en naar ‘the lady of the house’ vroeg omdat ik onmogelijk de moeder van die meisjes kon zijn. Misschien had ze die dag net haar bril niet op, of was het een verkooppraatje… Hoe dan ook, het was fijn om te horen. En net daaraan merk ik het ook, aan mijn reactie op een dergelijk compliment.

Maar ouder worden is niet alleen kommer en kwel, er is gelukkig ook een groter vermogen tot relativeren en een heldere kijk op wat echt belangrijk is.

Maar daarover een andere keer meer. Nu eerst wandelen. Bijna-oude botten moeten in beweging blijven.

14 januari 2018

Op zoek naar het kleine waarom

Er was een tijd dat ‘migraine’ slechts een woord was, een synoniem voor erge hoofdpijn. Ik meende de betekenis wel te kennen, maar het behoorde niet tot mijn actieve woordenschat. Daar is -jammer genoeg- verandering in gekomen. Het begon enkele jaren geleden op geniepige wijze. Hoofdpijn bij het ruiken van javel of ammoniak, hoofdpijn bij fel licht, hoofpijn bij veel drukte, hoofdpijn net voor de maandstonden… Vervelend, maar niet onoverkomelijk. Een half uurtje slapen en de pijn was meestal weer verdwenen.

Na verloop van tijd werden de symptomen erger en de aanleiding steeds minder duidelijk. En net dat laatste maakt het moeilijk. Ik wil weten waarom. Het kleine waarom in het hier en nu. Waarom déze aanval? Omgevingsfactoren? Stress? Voeding?

Soms denk ik dat ik het gevonden heb. Een maand aanvalvrij na het schrappen van suiker. Enkele weken aanvalvrij na het schrappen van gluten. Enkele dagen aanvalvrij na wat meer nachtrust. Een nieuwe matras, een nieuw kussen…Telkens kraai ik victorie, maar het resultaat is nooit blijvend. Helaas… pindakaas.

De afgelopen dagen had ik weer bezoek van deze ongenode gast. Elke prikkel is er dan één teveel. Het licht op een bewolkte dag te fel, het gelach van de kinderen te luid, zelfs een zachte knuffel te hard. Dan wil ik wegkruipen, uit mijn hoofd, uit mijn lichaam. Wegkruipen, ergens diep in de aarde waar alles donker, zacht en warm is. De volumeknop van de wereld dichtdraaien en wachten…

En dan, wanneer licht weer gewoon licht is en een lach weer een lach, dan ben ik moe. Te moe om te praten, te moe om te denken, te moe om te koken.

Dus maak ik sapjes en soepjes van groenten en fruit. Koud, rauw… En langzaam voel ik de energie terugkeren. Mmmm, rawfood misschien… zou dat een antwoord kunnen zijn? Er wordt voorlopig nog niet gekraaid. Daar heb ik de fut nog niet voor. Maar de interesse is wel gewekt.

11 januari 2018