I feel the need, the need for meat

“Dag dames, lekker weertje he.”

Als ik ga lopen kom ik hen altijd tegen, een groepje dames, af en toe vergezeld van een heer. Ik groet hen. Ze kijken op met een vriendelijke blik in de ogen, welwillend maar zonder al te veel interesse. Nog voor ik er langsgelopen ben, hebben ze hun activiteiten al hervat. Heel anders verloopt het als de honden bij me zijn. Die dames en Seth, dat is liefde op het eerste zicht, elke dag opnieuw. De hele groep komt naar hem toe, nieuwsgierig, haast speels. Hij snuffelt, hapt en springt. Ze deinzen soms even terug, Seth is nu eenmaal een beetje bruut in het uiten van zijn liefde. Maar hun vertrouwen is groot genoeg om weer voor hem te komen staan, snuit tegen snuit. Ze volgen ons zo lang ze kunnen.

“Dag Bella, tot morgen schoonheid.”

Even later zijn het de schapen en geiten waar hij van naderbij mee wil kennismaken. Een enkeling is dapper genoeg om naar de omheining te komen. Ze zijn schichtiger. Zal ik, durf ik, kan ik… En dan overwint nieuwsgierigheid de angst en beginnen ze te spelen, ondanks de schrikdraad.

Voor velen staat er voedsel in die weiden. Levend, voelend, intelligent voedsel. Voedsel dat speelt, voedsel dat nieuwsgierig is, dat bang is en toch vertrouwen schenkt. Voedsel dat je aankijkt met prachtige ogen. Liever niet mijn voedsel.

Vanochtend tijdens het lopen luisterde ik naar Butcher’s crossing. Ik moest het uitzetten, want net op het ogenblik dat ik onze lieve buurvrouwen ging begroeten kwam het hoofdstuk waarin honderden bizons gedood en gevild werden. En dan is het geen pretje meer om een auteur te beluisteren die een situatie zo haarscherp weet te beschrijven dat je het gevoel hebt er middenin te staan. Kruitdampen die longen doen branden, de hete loop van een te vaak geladen geweer, de weerstand van de huid onder het mes, nog warme darmen die uit de snede gulpen en de sterke metalige geur … Fictie en toch misselijkmakende realiteit.

Goed bezig? Ik denk het niet. Ik weet wel zeker van niet. De aarde zou er mooier uitzien zonder de mens.

Er zijn veel redenen om minder of geen vlees te eten, je eigen gezondheid, het welzijn van dieren, ontbossing, broeikaseffect, watervervuiling, biodiversiteit, een efficiënte voedselverdeling,… Kies er af en toe eentje uit, en doe het met wat minder.

Misschien, wellicht… is minder zelfs nog veel te veel.

25 september 2015

Op het ritme van Stoner

“Nog even dit hoofdstuk uitlezen en dan…”

Dan kom ik eten, dan ga ik slapen, dan kom ik uit bed, dan trek ik de gordijnen van mijn bewustzijn weer open en mag de buitenwereld weer bij me naar binnen. Sinds de dag dat letters betekenisvolle woorden werden, hebben boeken mijn dagen en nachten beïnvloed, maar ik had nooit kunnen vermoeden dat ze op een dag zelfs mijn looptijd zouden bepalen.

Ik loop op het ritme van Stoner, een (luister)boek van John Edward Williams. Een half uur wordt moeiteloos een uur. De voordeur komt in zicht maar het eind van het hoofdstuk nog niet, dus maak ik nog een rondje langs dezelfde veldweg, dezelfde beek, dezelfde bomen. Ik zie ze niet, ik loop door zijn stad, zijn campus, zijn huis. Hij schets een wereld, zo scherp dat de geur van boenwas en bestofte manuscripten me vergezeld.

Meestal maakt lopen mijn hoofd leeg, mijn zinnen licht. Niet nu. Een boek als een mokerslag, ondraaglijk mooi. Elke zin zout op een wonde en toch blijf ik luisteren. Luisteren en lopen. Ik weet dat ik het beter kan uitzetten, dat deze woorden iets in me raken dat bij het naar beneden schuiven van het knopje niet mee zal uitschakelen, een droefgeestigheid door het besef dat dit de bestemming was die ik mezelf gedroomd had, en dat ik -vooralsnog- niet aangekomen ben en wellicht ook nooit zal aankomen.

De eindmeet van de marathon daarentegen, dat lijkt nog steeds een haalbare kaart. Vooral met trainingen als deze. Butcher’s Crossing staat al klaar op de mp3-speler. Tegen beter weten in…

18 september 2015

Gezocht: leraar vloeken voor beginners

Met haar blik op onweer stapt ze uit de bus. Haar jas moet het ontgelden. Ze sleept hem achter zich aan, alsof het een onwillig en onwelkom kind is dat bij de arm meegetrokken moet worden. Ze praat niet. Ze snauwt, ze grauwt, ze kat. Waarom? Dat weet ze niet meer. Ze weet alleen dat ze boos is. Y2 heeft er talent voor, voor boos zijn.

Vandaag benijd ik haar er om. Ik ben ook boos. Zeer boos. Wegens onheuse behandeling, valse beschuldiging. Je ziet het niet aan me, je hoort het niet, enkel de geur van schoonmaakproducten is de stille getuige van mijn verbolgenheid. Ik heb het nooit geleerd. Meer nog, in mijn jeugd was het een verboden emotie. Je stem verheffen was het ergste wat je kon doen ten huize D. Nooit hoorde je er gevloek, gegrom of gebrul. Bovendien meenden mijn ouders dat het mij ontzeggen van een plastische taal mijn ontwikkeling ten goede zou komen. Ik werd zoals veel leeftijdsgenoten opgevoed in wat toen nog Algemeen Beschaafd Nederlands werd genoemd, iets wat niet eens de moedertaal van mijn ouders was. En geef toe… “Ik ben boos”… daar raakt toch niemand van onder de indruk. Men gaat nog eerder antwoorden met “Pluk een roos, zet hem op je hoed, dan ben je morgen weer goed” in plaats van zich te verontschuldigen.

Het is niet zo dat ik in geval van onvrede mijn mening niet geef maar ik kom nooit veel verder dan “Ik vind dit echt niet fijn.” In mijn wereld zou dat moeten volstaan. Maar ik leef niet in mijn wereld, het volstond niet. Het bleef binnenin kolken en branden. Vuur dient geblust te worden, dus werd er water aangevoerd. Emmers vol water. Zelfs de spinnen moesten er vandaag aan geloven terwijl die anders ongestoord onze hoeken mogen bewonen. Sorry dames! Jullie zullen een nieuw onderkomen moeten maken.

Het mocht niet baten, zelfs na al dat poets/bluswerk bleef de onvrede groot. Dan maar de sportschoenen aan en de deur uit, zonder hartslagmeter, die zou toch maar voor frustratie zorgen. En daar was het, onderweg, de ene voet voor de andere zettend dat ik mijn ritme hervond en mijn innerlijke rust. Lopen en boos blijven gaan blijkbaar niet samen. De stemmen verstilden, de blik richtte zich weer naar buiten, naar konijnen, slakken, maïskolven en wandelaars, vloekende wandelaars, duidelijk zeer ontdaan over het afval dat in de beek was gegooid.

En plots is het me duidelijk dat er voor alle gedupeerden van een AN opvoeding gratis tweedekansonderwijs moet komen, met vloeken als hoofdvak. Ook wij verdienen een tweede kans om ongeremd koleirig te kunnen zijn.

We hebben immers niet altijd de tijd om onze woede weg te lopen.

11 september 2015

A reason to live, a reason to run

Voor de trouwe lezer is dit geen nieuws, bij het uitdelen van zelfdiscipline stond ik vast ergens achteraan in de rij te keuvelen, me niet bewust van het belang van deze eigenschap.

Als gevolg van die inschattingsfout moet ik, als ik iets wil volhouden ervoor zorgen dat de externe motivatie voldoende groot is. Pas dan slaag ik er in. Gelukkig heb ik een gezin, dat houdt me op het rechte pad. Elke dag een gezonde, verse maaltijd op tafel toveren? Geen probleem! Man en kinderen hebben dat immers nodig. Als ik alleen zou leven zou een pak chocolade al volstaan als maaltijd. Liefst tijdens het lezen van een goed boek.

Met lopen was het niet anders. Ik werd niet gemotiveerd door gezondheidsmotieven, noch door het vooruitzicht op het strakkere lijf. Ik begon met lopen omdat ik het afgesproken had. Een woord is een woord…

Enkele weken geleden kwam er een nieuwe loopmotivatie bij: prachtige blauwe ogen, een trotse, mannelijke uitstraling, glanzende haren en spieren die uitnodigden om er uren in een adoratietrance naast te lopen. Ik zag het al voor me, hoe we samen tussen de velden de zonsopgang tegemoet zouden lopen. Regen, wind of sneeuw zouden me niet deren zolang ik maar met hem buiten kon zijn. Zaterdagochtend werd ik zelfs filmgewijs wakker, slaapdronken naast me tastend om dan teleurgesteld te ontdekken dat hij niet mijn bed maar slechts mijn droom had gedeeld.

Al was het liefde op het eerste zicht, toch hadden we nog niet de kans gekregen om echt met elkaar kennis te maken. Je kent dat wel, je ziet zijn foto op het internet, valt als een blok en probeert vervolgens een afspraakje te versieren. Door een reisje en niet-compatibele uren werd dit vooruitgeschoven.

Zondag was het eindelijk zover, met het hele gezin de wagen in richting M waar hij al een half jaar op een nieuw baasje zat te wachten.

“Zou je dat wel doen,” vroeg H nog voor vertrek. “Een husky heeft veel beweging nodig.”

Ik twijfelde niet. Ik zou met plezier een uur vroeger opstaan om hem te geven wat hij nodig had.

Er was maar één obstakel. Nee, twee. Seth en Dunja. Het moest uiteraard klikken tussen hen en Mishka. Dus als pedagogisch verantwoorde ouder prentte ik de kinderen in dat ze er beter niet van uit konden gaan dat we met een derde hond naar huis zouden komen, om de pijn van een eventuele teleurstelling tot een minimum te beperken.

Halverwege W en M toch even een telefoontje naar het asiel gepleegd, om te zeggen dat we onderweg waren. Was er op dat ogenblik net een ander gezin adoptie aan het overwegen! Ze zouden ons een half uur later laten weten of het zinvol was om door te rijden. Een half uur werd een uur. Toen viel het verdict… Mishka had een nieuwe thuis gevonden en het was niet bij ons.

Ik had beter naar mezelf moeten luisteren toen ik de kinderen aanraadde om vooral niet te hopen. In de wagen was er maar eentje die tranen probeerde weg te slikken…

En wat gebeurde er een kwartier later in het hondenlosloopbos? We werden de hele wandeling vergezeld door twee prachtige husky’s. Een troostend gebaar van het universum? Of zout op de wonde?

7 september 2015

Je prioriteiten kennen

Los van elke andere manier waarop mensen zich van anderen willen onderscheiden kan je de mensheid in twee groepen onderbrengen. Je hebt de snoozers en zij die zich in naam van de liefde elke ochtend op een onzalig uur laten wekken. En opnieuw laten wekken en opnieuw… om uiteindelijk genoodzaakt te zijn hun snoozende partner met zachte dwang uit bed te werken omdat het toestel dat daartoe al een half uur irritant staat te wezen er niet in lijkt te slagen.

Dus bij deze een warme oproep aan alle fervente snoozers: Als je toch van plan bent om pas om 6u30 of 7u op te staan, zet je wekker dan niet om 5u20! Je krijgt er ruim een uur vaste slaap voor in de plaats. En je zal op miraculeuze wijze genezen van die mysterieuze bloeduitstortingen.

Er is maar één ding vervelender dan door de agressieve toon van een wekker uit een droom weggerukt te worden op een vrije dag en dat is herhaaldelijk uit die droom weggerukt worden. Ik had er geen zin in vrijdag.

“Schatje, wat denk je van een dagje samen thuis?” Meer was er niet nodig om H over te halen tot het uitschakelen van het helse apparaat en het nemen van een snipperdag. Een man die zijn prioriteiten kent! Heerlijk toch, want wie verwijt zich op het sterfbed te weinig tijd op zijn werk te hebben doorgebracht? Vast niemand. Net zomin als je vrouwen vindt die zich aan het eind van de rit beklagen te weinig gepoetst te hebben. Ik voel me dan ook absoluut niet schuldig als ik de was, de strijk en de vaat laat voor wat ze zijn. Ook ik ken mijn prioriteiten: de kinderen van een ontbijt en lunchpakket voorzien, hen met een veelplezierentotstraks-zoen op de bus zetten, mijn echtgenoot wakker maken en sportschoenen aantrekken.

Een wandeling tot in T? Prima!

In het pré-hondentijdperk had een vrijwillige wandeling van 20 kilometer gekkenwerk geleken. Nu heet dat samen genieten op een vrije dag. We zijn niet geheel doelloos, de wandeling brengt ons in het centrum, bij een cadeautje voor een jarige vriend (Maak er een schitterend jaar van A.), bij rumkogels en diepvrieszakjes.

Wat hebben die zakjes met lopen te maken? Niets en alles.

Overal waar je loopt langs Vlaamse wegen kom je heerlijke sleedoornbessen tegen.

Nee, dat is niet helemaal waar. Ten eerste is het waarschijnlijk enkel langs Vlaamse velden, dergelijke struiken deden vroeger dienst als natuurlijke omheiningen om vee tegen te houden. Ten tweede, de bessen zijn pas heerlijk na bewerking. Je hoeft je niet de moeite te getroosten dit na te gaan. Hans is zo vriendelijk geweest dat voor jullie te doen. Zijn gelaatsuitdrukking en de snelle spuwreflex getuigden van de hoge zuurtegraad van deze prachtige bes.

Om je nu al te verzekeren van een verrukkelijk drankje tijdens koude winteravonden kan je doen wat wij deden, maak een wandeling, neem plastic zakjes mee en vul ze met sleedoornbessen. Zodra je thuis komt stop je de zakjes in je diepvries. Enkele dagen later heb je nachtvorst nagebootst en zijn ze klaar voor hun transformatie van vies naar zalig. Neem een afsluitbare glazen pot en doe er de volgende ingrediënten in:

500 gram bessen, 4 kruidnagels, 1 kaneelstokje, 1 vanillestok, 2 steranijs, 5 cm gember, 500 gram kristalsuiker, 1 liter alcohol (jenever, brandewijn of vodka)

Na 6 weken kan je het drankje filteren en ervan genieten. Asceet en atleet mogen dan wel op elkaar lijken, het een is geen vereiste voor het andere.

6 september 2015

Op schema?

De veters van de loopschoenen geknoopt, stappenteller aan de rand van de trainingsbroek bevestigd, nog snel een glas sinaasappelsap leeggedronken en dan de deur uit. Niet de voordeur in W, maar de hoteldeur in Barcelona. Paco wuift ons uit, grijnzend. Waarschijnlijk ziet hij me nog steeds in die veel te kleine handdoek op de gang staan wachten op een slotenmaker. Maar dat is een heel ander verhaal, een verhaal van een goedkoop hotel, een gemeenschappelijke badkamer op de gang, een slecht slot en een nog slechtere timing.

Hier gaat het over lopen, de wil, de weerstand en de weg. Hebben we gelopen in de stad van Gaudi en Lluís Domènech i Montaner?

Nee. Er stond twee keer LSD op het schema, geen Lysergeenzuurdi-ethylamide maar een Long Slow Distance run. In de plaats werd het een Very Long Slow Distance stroll. We voelden ons geenszins afvalligen, tientallen kilometers slenteren was vast een goed alternatief voor een half uurtje lopen.

De eerste dag vonden we metro en roltrap voor watjes. Een marathonloper in spe draait zijn hand niet om voor een wandelingetje door de stad. De tweede dag leek de metro misschien toch nuttig om aan dat andere schema te kunnen voldoen, de door Hans opgestelde itinerary, net als bij een kleutermaaltijd met moetjes en magjes. Sagrada? Moet! Hospital de Sant Pau? Moet. De kathedraal? Mag. Restaurant Arume? Moet, vanwege de zalige Blackberry Mojito. Shisha Lounge Ziryab? Mag. Graag zelfs. Winkels? Laat maar, geen tijd voor.

Op de derde dag werd een duik in de metrocatacomben niet meer in vraag gesteld, het was een evidentie geworden. Die verplichte 10000 stappen haalden we zo ook wel, met gemak.

 

Moetjes: Park Güell, Palau de musica, Magic fountain of Montjuïc, een laatste keer La Rambla en dan met de Aerobus richting luchthaven, dat laatste moest jammer genoeg ook…

De volgende dag dan gelopen? Nee, wel naar Boerenrock. Een paar uur dansen op Clouseau en Les Truttes met Y2 op mijn schouders telt vast ook als training.

Vanaf morgen begin ik aan het echte loopschema. Vandaag eerst een andere marathon, een was-marathon. De nieuwe machine is eindelijk geleverd. Zij die gaan wassen en strijken groeten u.

2 september 2015