Estafette

Mijn dochters deden een ontdekking die hun en mijn leven voorgoed zal veranderen: mijn kleren en schoenen passen hen. Een half uur na dit –in hun ogen- heuglijke moment was 1/4 van de inhoud van mijn kleerkast al van eigenaar veranderd. Y1 loopt rond in een topje dat mij toebehoorde maar dat haar (het moet gezegd) beter staat. Even later komt Y2 met veel lawaai en een streepjestrui de kamer in. Ik herken hem meteen, derde lade, links onder. Binnenkort moet ik in hun kasten op zoek naar mijn favoriete outfit. Je kan er donder op zeggen dat die dan net in de was zal liggen als ik er nog eens zelf mee wil pronken. Gisteren kropen ze rond in rompertjes en vandaag doen ze mijn kleren weer schitteren door de glans van hun jeugd… Het zijn dit soort mijlpalen die je ‘ouderdom’ in kaart brengen, meer nog dan je leeftijd.

Aansporingen tot een medische check-up helpen ook niet bepaald om je jong en vitaal te voelen. Maar de afgelopen maanden stak er één mijlpaal met kop en schouder bovenuit in het rijtje “geef Inge het gevoel dat ze geen 20 meer is”. In dezelfde maand dat mijn dochter toetrad tot het rijk der vruchtbare vrouwen werd ik vriendelijk doch beslist de deur gewezen. De fakkel werd doorgegeven.

Als je “vrouw wordt” bij je eerste menstruatie, wat betekende het dan om de laatste gehad te hebben? Was ik dan vrouw af? Nu al? Mijn huisarts spande de kroon in botheid: “Je moet gewoon aanvaarden dat je oud, lelijk en stijf wordt.” Heel mijn wezen protesteerde hiertegen. Dat moest een vergissing zijn. Ik was toch nog lang geen 50… Ik zocht in de spiegel naar tekenen van ouderdom. En vond ze. Natuurlijk! Rimpels, grijze haren, slappere huid, … En dat terwijl ik overal om me heen jeugdige schoonheid als ideaal zag.

De fysieke ongemakken zijn een lachertje in vergelijking met de plotse onzekerheid. Ouder worden in dit tijdperk… zou het moeilijker zijn dan pakweg 30 of 50 jaar geleden? Had mijn grootmoeder ook moeite om haar jeugd los te laten? Keek mijn moeder met een mengeling van trots en spijt naar haar opgroeiende dochter? Ze zijn er nog, ik kan het hen nog vragen. Ik weet dus met zekerheid dat er nog leven is na de menopauze. Maar is dat leven nog even interessant, boeiend, opwindend? Vast wel, zodra ik de knop heb omgedraaid…

Vandaar misschien deze uitdaging? Om mezelf te bewijzen dat 44 niet gelijk hoeft te staan aan oud, lelijk en stijf.

31 juli 2015

To Do

Lopen, de goedkoopste, eenvoudigste en meest natuurlijke sport. Als je eraan wil beginnen volstaat het om loopschoenen aan te trekken en te starten, ongeacht je leeftijd. Dat dacht ik. Niets is minder waar. Elk artikel over lopen dat ik onder ogen krijg, lijkt te zijn geschreven met het doel een bestraffende vinger naar me op te steken en me de 25 jaar quasi inactiviteit na te dragen. Ik ben blijkbaar een herstarter.

En wat nog veel erger is, een 40+ herstarter in volle menopauze-ergernis, met kraakbeenletsel én hartkwalen op het familiepalmares. Daardoor is gaan shoppen sterk gedaald in de rangorde op mijn to-do-lijst. Op 1 staat nu het veel minder aanlokkelijke bezoek aan de huisarts voor een bloedanalyse, gevolgd door een bezoek aan een sportarts voor een sportmedische keuring en een stresstest (wat uiteraard niet op dezelfde dag kan). Pas op de 5e plaats na een looptest en analyse van mijn versleten loopschoenen komt het kiezen van nieuwe loopschoenen. Mijn versleten loopschoenen?! Dat moet een grapje zijn. Een herstarter met versleten loopschoenen, een contradictio in terminis, even makkelijk te vinden als een rond vierkant.

Ik had mijn oog op deze schatjes laten vallen, maar ik vrees dat ze niet door de sportmedische keuring zullen raken…

Als het voornemen een marathon te lopen enkel zon- en alcoholgestuurd was, zou de zin me ondertussen al lang vergaan zijn. Er is gelukkig wel een nieuwe motivatie bijgekomen: zo snel mogelijk de herstarterstatus van me afschudden.

30 juli 2015

Ver van mijn bad

Een verwittigd man is er twee waard, goed begonnen is half gewonnen, bezint eer ge begint… Het is ons met de paplepel ingegoten niet in zeven sloten tegelijk te lopen. Dus vooraleer aan de echte training te beginnen leek het me goed even een bezoekje aan de bib te brengen.

Vanmiddag vloog ik er in. De start verliep wat moeizaam, het duurde even om er in te komen. Was het de hitte? Een slechte houding? Hoe dan ook, ik hield vol en nam de ongemakken erbij. Een flesje frisdrank zorgde voor de nodige verkoeling. De noodreep chocolade -om de ergste honger te stillen – was naar goede gewoonte al op nog voor er van enig hongergevoel sprake kon zijn. De volgende 45 minuten waren zalig. Ik was één met mijn omgeving. Perfecte temperatuur, geen zeurende kinderen noch blaffende honden, niets kon me uit mijn ritme halen. Maar aan alle mooie liedjes komt een einde. Ik kreeg het koud, mijn lichaam begon te protesteren. Toch beet ik door en haalde uiteindelijk de eindstreep, het slotwoord, voor ik de stop uit het bad trok.

‘Loop je eerste (halve) marathon’ is uit. En wat heb ik vandaag geleerd?

Dat het een jaar lang hard werken wordt.

Dat ik discipline nodig zal hebben. (Misschien wordt het nadien een makkie om elke dag te schrijven).

En dat ik mag gaan shoppen! Want nieuwe schoenen zijn blijkbaar een must. En welke vrouw vind het niet fijn om nieuwe schoenen te ‘moeten’ kopen… al zijn het dan loopschoenen.

29 juli 2015

42,195

Van elke ochtend een eindje lopen om het toenemende gewicht van de namiddagcocktail(s) bij voorbaat weg te werken naar een marathon lopen… op een zonovergoten terras leek het een kleine stap. Veel kleine stappen als je net als ik korte benen hebt, maar toch, een kleine stap.

Eigenlijk begon het eerder, met een boek, dit boek:

Ik las het boek twee keer en telkens kreeg ik de onweerstaanbare drang om ook een lange wandeltocht te maken. Hoewel… zo onweerstaanbaar bleek het toch niet.

Dit jaar zouden we het eindelijk echt doen, een lange tocht met honden en kinderen. Rugzakken, tent en stevige stapschoenen, meer leek er niet nodig om de reis te starten na het dichttrekken van de voordeur. De voordeur werd dichtgetrokken, meerdere keren, maar niet voor die tocht. De kinderen haakten af nog voor we de zin “Wat denken jullie van een wandelvakantie?” hadden uitgesproken. Dan maar met z’n tweetjes. Maar de ene dag was het te warm voor de honden, de volgende dag werd er een storm voorspeld en tenslotte ontbrak het ook ons aan zin. We hielden het bij iets langere wandelingen in Meerdaalwoud. We genoten, maar het gevoel van overwinning bleef uit.

“Zullen we dit jaar de dodentocht meedoen?” stelde ik voor terwijl we in de koelte van het bos al een paar uur aan een gezapig tempo achter de honden kuierden.

“Haal het niet in je hoofd!”

Te laat, het zat er al in, in de vorm van een verhaal dat stap voor stap vorm zou krijgen. Het gevecht met de kilometers als metafoor voor dat andere gevecht, met het leven, de realiteit.

Kunnen ongetrainde benen en een slechte knie dat wel aan? Zou ik mijn gewrichten geen blijvende schade toebrengen? Is het haalbaar om zoiets alleen te doen? Waarom alleen? Ik zou onze lieve vrienden kunnen vragen om te mogen aansluiten. Ze hebben een goed geoliede machine van helpers die dag en nacht klaarstaan en geroutineerd zijn in het voorzien van drank, droge sokken, pleisters en troost op moeilijke momenten. Zou ik mijn trots opzij kunnen zetten en die hulp vragen? En nog veel moeilijker, zou ik anderen getuige kunnen laten zijn van mijn mogelijke falen? Misschien zou dat wel een grotere overwinning zijn dan Bornem uitlopen.

Bornem werd even vergeten, het zonnige strand lonkte. Maar het zou niet een en al geluier worden. We namen ons voor elke ochtend een eindje te lopen. Ik stemde toe, me mentaal voorbereidend op pijn, afzien, zweten, zwoegen en boven alles achteraan hinken, achter twee mannen met langere benen en een veel langer loopverleden. Maar het ging vooruit, het ging vooruit, het ging verbazend goed vooruit, met zoveel… nee, met vuur en stijl zou ik niet durven beweren.

Om eerlijk te zijn… het was heerlijk om die mannen met gemak voor te blijven, het was heerlijk niet de vragende partij te zijn voor een rustpauze. En het was heerlijk om eindelijk eens dat euforische gevoel te ervaren dat je zou kunnen blijven doorgaan. Het best van al was dat het geen moeite kostte. Geen spierpijn, geen krampen, geen gehijg. Enkel een rood hoofd, maar een kniesoor die daarover valt.

Misschien was die roes me naar het hoofd gestegen, eventueel een beetje geholpen door de gin-tonic die even zalig was als de zeebries en de zuiderse zon… wat het ook was, ik hoorde mezelf op een bepaald ogenblik voorstellen om een marathon te lopen. Ik?! Een marathon?! De vraag viel niet in dovemansoren. A. was wel in voor een uitdaging. Het was nu of nooit, voor het lichamelijk verval al te veel zijn tol zou gaan eisen.

De volgende dag had ik nog geen spijt van de handdruk die onze afspraak bezegelde. Het leek haalbaar, één jaar om mind en body klaar te stomen voor deze afstand. Ik had eigenlijk geen idee wat ik me op de hals had gehaald. Hoeveel km is dat ook alweer precies? Hoe lang doet de gemiddelde onervaren loper erover? Het is niet omdat 6 km een peulenschil bleek dat ik er met evenveel gemak ruim 40 achter de kiezen krijg. Maar de zin was er wel én de motivatie om voor één keer tot het uiterste te gaan en mezelf een waanzinnig fysiek doel te stellen. Op een bankje, op de dijk, met een mojito voor me was ik ervan overtuigd dat ik het zou kunnen. Een stem op de achtergrond vroeg of ik het ook nog zou zien zitten als het 20° kouder zou zijn. Ik nam een slok, keek naar de blauwe lucht en de nog blauwere zee en negeerde het stemmetje. Yes I can!

Ik sloeg het schrift toe en las:

Enkele dagen later, 20° kouder, starend naar takken die dansen in regen en wind ben ik er niet meer zo zeker van…

27 juli 2015

Trots, trotser, (t)rotst

“Mama, ben je niet trots op me? Ik heb toch mijn best gedaan op school.”

“Natuurlijk lieverd! Dat heb ik toch al vaak tegen je gezegd.”

“Maar het staat niet op FB.”

Nee, deze vraag is hier niet gesteld. Niet met die woorden. Niet door hen, live. Toch hoor ik ze af en toe, in mijn hoofd, zodra ik FB open.

Het moeten enerverende dagen zijn voor de kinderloze FB-gebruiker, als zelfs ik, die wel over een stel schoolgaande/vakantievierende kinderen beschik telkens met een lichte aarzeling de computer aanzet. Begrijp me niet verkeerd, ik juich elk A-attest met oprecht enthousiasme toe, maar kan me tegelijk niet van de indruk ontdoen dat het gerust iets minder mag. Iets minder ongevraagd het beste, mooiste, leukste uit je leven de anderen door de strot duwen. Want wat met al die ouders waarvan de kinderen –om welke reden dan ook- geen goede punten behaalden? Wat met al die ouders waarvan de kinderen naar onze normen niet succesvol zijn? Hebben zij dan geen reden om trots te zijn?!

Laat ons gewoon het leven van onze kinderen toejuichen, het feit dat ze zijn wie ze zijn. En laat ons dat in de eerste plaats aan die kinderen zelf duidelijk maken. En eventueel aan iemand die er belangstellend naar informeert…

Mocht je toch de onbedwingbare neiging tot mondiaal exhibitionisme voelen opkomen en je je leven online te grabbel wil gooien, doe dat leven dan eer aan door er alles op te zetten. Ook dat b of c attest, de aangebrande quiche, de miezerige tomatenplanten die staan te zieltogen in de serre, de stinkende, aangekoekte vaat op de ochtend na het feest,… Geef ons alles, of geef ons niets.

1 juli 2015