De zak is te klein in verhouding tot… het object.

Open brief aan de tentzakingenieur van D#@$#/@N

Geachte tentzakingenieur,
Bij deze wil ik mij bij voorbaat verontschuldigen mocht ik uw titel verkeerd hebben ingeschat. U ontwerpt tentzakjes, zoveel is zeker en aangezien we tegenwoordig allemaal overgekwalificeerd zijn, ga ik er van uit dat u de trotse bezitter bent van een ingenieursdiploma.
In de eerste plaats wil ik u bedanken voor uw inzet. Het kan niet makkelijk zijn voor u, dat begrijp ik ten zeerste, om na al die jaren studeren uw talent te grabbel te moeten gooien als zakjestekenaar. Dit was vast niet uw kinderdroom, de carrière waarvoor u de beste jaren van uw leven vergooide.
Ondanks mijn begrip voor uw penibele situatie wil ik u toch -op constructieve wijze- op enkele mankementjes in uw ontwerp wijzen. Het door u op de markt gebrachte zakje is te klein.
“U vergist zich, ” hoor ik u al opwerpen. “Toen u de tent kocht, zat hij in het zakje. Hij past er dus weldegelijk in. “
Daar heeft u een punt en in ideale omstandigheden beschik ik over voldoende behendigheid om een dergelijke taak tot een goed einde te brengen. Maar, beste tentzakingenieur, ideale omstandigheden doen zich zelden voor tijdens het kamperen. Ik schets u een mogelijke situatie die zich onlangs pas heeft voorgedaan: U wordt wakker van een ritmisch getik tegen het tentzeil. U herkent het meteen. Regen. Stortregen. Nu komt het op snelheid aan! U dient al uw materiaal uit de tent, en dus in de regen te leggen, de haringen te verwijderen, alsook de van elastiek voorziene staafjes. Tenslotte dient u de twee zeilen op te rollen. En nog voor u met dat laatste klaar bent, bent u drijfnat en beseft u dat die rol nooit in dat zakje past. U probeert het tegen beter weten in. In het beste geval steekt er na veel zwoegen nog een stukje nat zeil uit het zakje. In het slechtste geval scheurt het zakje. Het resultaat is echter in beide gevallen hetzelfde, de inhoud van uw rugzak wordt nat.
Één centimeter extra zou volstaan om het ons een stuk makkelijker te maken. Één!
U krijgt wellicht de opdracht zo zuinig mogelijk met materiaal om te springen, dat begrijp ik. Maar hooggeachte tentzakjestekenaar, uw loyaliteit dient bij ons te liggen.
Nu ik er bij stilsta is er natuurlijk nog een tweede mogelijkheid, u veracht ons en uw werk en kijkt reikhalzend uit naar de dag dat u tot tenttekenaar gepromoveerd wordt. In afwachting van dat heuglijke moment maakt u uw dagen draaglijker door met voorbedachte rade uw te kleine ontwerpen richting atelier te sturen.
Ik heb alle begrip voor dergelijke verkneukelarij, doch wil u vriendelijk verzoeken hiervoor professionele hulp in te schakelen. Mocht u geen therapeut kennen, dan kan ik u de mijne ten zeerste aanbevelen. Het compulsieve schrijven van klachtenbrieven heb ik dankzij zijn niet aflatende steun tot een minimum kunnen beperken. Maar dit geheel terzijde.
Verder wou ik u vragen wat het nut is van het touwtje aan de zak? Dit is geen retorische vraag, ik wil het echt begrijpen. Op geen enkele -mij bekende- manier is het mogelijk het aan te spannen zodat de zak gesloten kan worden, zelfs niet mocht er geen drijfnat tentzeil uitsteken.
Gelieve dit euvel bij een volgend ontwerp te verhelpen.
Tenslotte wil ik u, om met een positieve noot te eindigen, feliciteren met uw materiaalkeuze. Het zakje past perfect bij de tent. Waarvoor dank.

Mocht u toevallig in de loop van de dag contact hebben met uw collega-ingenieur, de medicatie-bijsluiterontwerper, zou u hem dan vriendelijk willen verzoeken in de toekomst plooi-instructies toe te voegen?
Dank bij voorbaat.

Inge D.
Ervaringsdeskundige

1 juli 2020

Allemaal de boom in

Een donderdagochtend in 1988, de stoelen stonden in een U voor het debatuurtje (waar ik trouwens een hekel aan had) en de discussie liep hoog op. Er werd vurig gepleit voor kernenergie maar de tegenstanders hadden meer en betere argumenten. In een poging het debat terug naar zich toe te trekken vroeg een voorstander: “Moeten we dan allemaal terug de bossen in? Moeten we dan weer in bomen gaan leven?”

De rest van die dag heb ik me afgevraagd of dat inderdaad niet de enige juiste conclusie was.

Maar denken leidt zelden tot antwoorden en als het antwoord al komt, is het haast nooit het juiste en als het al juist is voor ons, is het dan ook juist en goed voor iedereen?

30 jaar later kijk ik op mijn wekker. 4h23 en het is weer debatuurtje, in mijn hoofd. Ik heb er nog steeds een hekel aan. Het thema: ons denkvermogen. De tegenstander – ook al is hij een product van dat denkvermogen –  roept het luidst. Denken heeft de wereld nog nooit fundamenteel beter gemaakt, op geen enkele manier. Alles wat ooit een goed idee leek, is schadelijk gebleken en alles wat ooit briljant leek, ronduit verwoestend. Het denkvermogen is dus geen succesverhaal, niet voor het collectieve en al evenmin voor het individu. Weg ermee! Het doet ons piekeren, hunkeren, verlangen, veroordelen, verwoesten… onszelf en de wereld.

De voorstander is het er niet mee eens. Denken is wat ons onderscheid van de dieren. En wat dan met alles wat het leven kleur en zin geeft? Geen denken, geen kunst. Geen denken, geen filosofie. Geen denken, geen poëzie, geen literatuur. Geen denken, geen muziek. Geen denken, geen…

De tegenstander slikt… Geen woorden meer!? Is de pijn van het mens zijn de prijs die we moeten betalen om schoonheid te kunnen ervaren? Of … hebben we die vormen van schoonheid bedacht als pleister op de denk- wonde? Een pleister die we niet nodig zouden hebben zonder dat denkvermogen en die we dus niet zouden missen? Niet eens zouden kunnen missen. Geen denken, geen gemis.

De voorstander voelt dat hij het debat aan het verliezen is. In een wanhoopspoging roept hij: “Moeten we dan allemaal terug de bossen in?”

30 jaar later ben ik er eindelijk zeker van. Ja! De hele mensheid de boom in!

8 juni 2018

Home sweet home

De reis zit er op…

“Back to reality”, zei onze chauffeur in Agra.

“Een andere realiteit”, antwoordde ik want je gaat na een reis niet terug naar exact dezelfde plek waar je vertrok. Of juister, je gaat misschien wel naar dezelfde plek, maar de reis heeft je veranderd waardoor je die plek anders ervaart. Bij deze reis geldt dat in ieder geval maar daarover later meer.

Nu even uitrusten en genieten van het feit dat we weer compleet zijn én van de heerlijke vegan bananenwafels die Y2 voor ons gemaakt heeft. Dank je lieverd!!!

8 mei 2018

Stormachtig

Vanochtend, bij het openen van Facebook verscheen er een veiligheidscheck op het scherm. Waren we veilig?

Ik keek even om me heen, de bedden stonden nog steeds op dezelfde plaats en mijn reisgenoten lagen te slapen. Niets aan de hand dus. Ik klikte op “Ja.”

Pas daarna zag ik wat er zich de dag voordien had afgespeeld, een stof-storm die tientallen het leven had gekost. We hadden het wel horen waaien en regenen, maar van de omvang van deze storm waren we ons niet bewust.

Ook buiten was er in de stad niet veel meer van te merken dan een heleboel omgewaaide bomen. Stof ligt er altijd… een beetje meer of minder valt hier niet zo op. Een gelijkaardige ramp in een stad in België en er was een nationaalrampenplan afgekondigd. Hier werden de monumenten geveegd en de stad hervatte de drukte. Een mensenleven lijkt hier minder waard.

Dat merk je ook in het verkeer. Meer dan de helft van de chauffeurs rijdt zonder rijbewijs of verzekering. Helmen, veiligheidsgordels of lichten zijn slechts opties en een brommertje is een vervoersmiddel voor een hele familie. Laatst zagen we nog een baby op de benzinetank van een motor liggen. De motor reed!

Er zijn zo van die momenten dat India je bij de keel grijpt. Dat je de inwoners bij de schouders wil nemen om ze eens stevig door elkaar te schudden. “Waarom doen jullie dit met jullie prachtige land? Waarom niet samenwerken en er iets moois van maken? Jullie zijn met genoeg. Als iedereen een beetje doet is het zo gedaan.”

Hier zou ik een ‘libertarian paternalist’ worden denk ik, een keuze-architect die mensen stuurt om die keuze te maken die hun leven beter maakt. Maar wat is beter? Alsof het in Europa allemaal zo goed gaat… Alsof het volk daar zijn kennis en macht aanwendt… Alsof we niet allemaal ingedommeld zijn door de moderne versies van brood en spelen… Wie zijn wij dus om te denken dat hun manier de foute manier is? Hoe zouden we zelf leven als we hier geboren waren? Het leven is een loterij en wij hebben toevallig een heel goed lotje getrokken. Wie hier geboren wordt, heeft veel minder geluk… Aan het eind van een dag ben je hier moe, moe van machteloosheid. En van de uitstappen!

Vandaag stond Fatehpur Sikri op het programma.

Eerst Sikri, een domein dat leest als een roman over een heerser met meerdere vrouwen (eentje van elk geloof) en verkeerde keuzes. Hij negeerde de 3 belangrijkste wetten van de vastgoedwereld: locatie, locatie, locatie.

Geen water? Geen leven!

    

 

    

Daarna richting Fatehpur. Over deze moskee was H lyrisch na een vorige reis. De verwachtingen waren dus hoog gespannen. De vele verkopers en nepgidsen maakten het bezoek net iets minder aangenaam. Vragen staat vrij. Maar na tientallen nee’s zou het toch duidelijk moeten zijn. Ze blijven je volgen en hebben het dan over respect, maar respecteren noch ons antwoord, noch hun eigen heiligdom. Toen werd het opnieuw stormachtig, in mijn hoofd.

En dan voel je je schuldig als je lichtelijk geïrriteerd raakt…

Een mens zou voor minder al beginnen dromen over naar huis gaan. Of beter nog, over een volgende reis, maar dan naar Thailand, of Bali, of Nieuw-Zeeland, of…

     

 

4 mei 2018

 

Taj-Time

Het was 5h30 toen we het hotel uitstapten, helemaal klaar voor het spectaculairste zicht dat Agra te bieden heeft. Lege straten!

Nee, die waren best wel spectaculair, maar daarvoor waren we niet zo vroeg opgestaan.

Wel voor dit:

 

    

Toen ik gisteren aan de andere kant van de rivier stond en deze richting op keek vroeg ik me eerlijk gezegd af of het wel de moeite zou lonen om vandaag terug te keren. Voor de tuinen betaal je 200 roepies, voor de Taj 1000. Het blijft tenslotte hetzelfde gebouw, alleen sta je er dan 200 meter dichterbij. Kan 200 meter zoveel verschil maken?

Ik was sceptisch, ik beken.

Maar zodra ik bij zonsopgang de poort doorliep en ze plots in al haar pracht zichtbaar was (Y1 en ik zijn het er over eens dit gebouw is vrouwelijk), werd het me duidelijk. Zo hoor je de Taj te zien! Niet vanop een andere oever, niet vanop afstand. Je moet je door haar laten verrassen om de magie ervan te begrijpen.

Bovendien had H me 7 jaar geleden al beloofd dat we haar ooit samen zouden komen bewonderen. Hij hield woord. Dank je H, voor deze reis, maar vooral voor 7 prachtige jaren!

Je zou denken dat alles wat je na de Taj ziet in het niets verdwijnt, (dat is dan ook de reden waarom we ermee gewacht hebben tot het einde van onze reis) maar eigenlijk viel dat nog mee.

Het Agra fort was mooi, indrukwekkend en vooral heel groot.

     

 

    

Onze chauffeur stelde ons voor om lokale kunst te gaan bekijken. Hij bedoelde eigenlijk winkeltjes met tapijten, stoffen of juwelen (om een commissie te kunnen opstrijken). Daar hadden we geen zin in.

Breng ons maar naar Akbar’s tomb,” flapte H er uit. De chauffeur zuchtte, maar zette de tuk-tuk toch in beweging. We hadden de rit bijna afgeblazen toen we merkten dat het behoorlijk ver was, maar dat zou zonde geweest zijn. Eigenlijk was dit de grootste verrassing van de dag, omdat we er niets van verwacht hadden. Wat een kleuren!

     

 

     

Ditjes en datjes:

-Geloof het of niet, maar H. is ditmaal blij dat de reis er bijna opzit. Hij verlangt naar de rust in de Elzas.

-De computer doet het weer 🙂

-Soms is het hier zo druk dat je in zombie-mode moet gaan om na de tuk-tuk-rit nog mentaal gezond te kunnen uitstappen. Verstand op nul, blik op oneindig en vooral niet te diep inademen…

3 mei 2018

Een voorsmaakje

Gisteren doorkruisten we het platteland, vandaag zitten we weer midden in de verkeerschaos en uitlaatgassen.

Agra,  de stad waar we het meest naar uitkeken…  niet omwille van zijn verstikkende geur,  niet omwille van de bergen afval,  niet omwille van de straatkinderen.  We komen voor de Taj Mahal, uiteraard. En daar hadden we een treinreis van meer dan 12 uur voor over.  Voor zulke afstanden is een nachttrein het ideale vervoersmiddel.  Rond 22h stapten we op in Udaipur en om 11h30 kwamen we -min of meer uitgeslapen – toe in Agra. Het duurde echter nog tot een eind in de namiddag voor ik terug stevig op de benen stond en niet meer het gevoel had in een schokkende trein te zitten.  Zoals bij elk station stonden ook hier een heleboel chauffeurs te wachten op reizigers.  We kozen een wat oudere man uit.  De kans was dan iets kleiner dat we opnieuw bij een snelheidsduivel instapten.  Hij reed inderdaad veel langzamer dan al zijn voorgangers en zijn filosofische levensbespiegelingen maakten de rit net iets aangenamer.  Voldoende redenen om hem in te huren voor de komende dagen.

Hij bracht ons naar de baby taj (Itimad-ud-Daulah). Een mini versie zou je kunnen zeggen,  maar het bezoeken zeker waard.

     

Even later zette hij ons af bij Methab Bagh.  Deze tuinen zijn de ideale plek om de Taj vanop een afstand te bewonderen bij zonsondergang.

Zinnige en onzinnige weetjes:

-Elke hotelkamer heeft zoveel lichtschakelaars dat je er onmogelijk wijs uit raakt.  Zelfs het personeel slaagt er niet in meteen de juiste te kiezen.

-Vrouwen doen hier het zware werk.  En de mannen,  die staan er bij en kijken er naar.

-Een paar keer per dag valt de elektriciteit hier uit.

-Je hebt winter en zomer,  maar in India heb je nog een seizoen: het huwelijksseizoen.  We zitten er midden in.  Regelmatig zien we mannen te paard op weg naar hun bruid.

2 mei 2018

De regel: geen regels

Ik denk dat mijn beschermengel vandaag overuren gedaan heeft.

Onze laatste dag in Udaipur brachten we niet in Udaipur door. We huurden een wagen met chauffeur en reden naar Kumbhalgarh fort en de Ranakpur Jain tempel. Alleen op vakantie doe je de moeite om twee uur te rijden om een fort te bekijken en vervolgens nog een uur voor een enkele tempel.  Nu ja…  Het was dan ook niet zomaar een fort en zeker geen alledaagse tempel.  Bij het fort was vooral de omgeving indrukwekkend.

     

De tempel was mooi.   Zo mooi zelfs dat het me pijn deed dat de vele toeristen de plek met gelach en geroep ontheiligden.

     

Wat ons echter het meest zal bijblijven van 1 mei 2018 is de rit. Onze chauffeur heette Prim wat volgens hem liefde betekent.  Dat kan niet misgaan,  denk je dan.  Maar wat als hij vooral een liefde voor snelheid heeft ?

“In India in het verkeer geldt er maar een regel,  namelijk dat er geen regels zijn,” zei hij niet zonder trots.  Machopraat,  want onderweg merkten we dat er weldegelijk regels golden.  Voor een bocht toeter je,  als er een tegenligger komt op een baan smaller dan een eenrichtingsweg, dan vertraag je.  Ga je onvoldoende opzij,  dan worden ramen opengedraaid, wordt er naar elkaar gescholden en moet uiteindelijk een van de twee het onderspit delven en toch opzij gaan. Onze chauffeur leek dit niet prettig te vinden. Een deuk in zijn ego…  Ter compensatie maakte hij van onze tocht een ritje op een rollercoaster met als decor het dorre platteland van India. Bergen en bochten genoeg ! Landschappen die in het regenseizoen van prachtig zijn zoefden aan ons voorbij.

Alleen heb je geen tegenliggers in een pretpark… Een brommer waar 3 mannen opzaten werd op een haar na gemist.

Een paar minuten later kwamen we in een dorpje en moesten we even vertragen.  Voor we het goed en wel beseften stond datzelfde brommertje voor ons en werd het portier van de chauffeur geopend.  Drie boze mannen werden algauw veel boze mannen. En onze chauffeur kreeg een lesje in verkeersregels.  Rijd je te dicht tegen een brommertje ?  Dan sneuvelt je buitenspiegel en krijg je klappen in je gezicht. Als wij niet in de wagen hadden gezeten was het daar vast niet bij gebleven.

“Enkele rit,” vroeg een van de mannen.

Echt geruststellend was die vraag niet. Maar uit het feit dat je dit kan lezen kan je opmaken dat we een heen-en-terugrit achter de rug hebben. Zodadelijk stappen we op de nachttrein richting Agra.  En met een beetje geluk werkt de computer morgen weer.

Weetjes:

-Het is warm, heel warm

-Udaipur is tot hiertoe de mooiste,  vriendelijkste en  netste stad die we bezochten.

1 mei 2018

 

Friet met mayonaise

H wil zijn woorden van de eerste dagen graag terugnemen. Of beter, bijsturen. Indisch eten is inderdaad lekker, maar… je vindt hier zo weinig restaurants waar ze het lekker kunnen klaarmaken. Dat hebben we slechts twee keer meegemaakt en dat was toevallig in het begin van de reis. Het gevolg… hij zit al een paar uur te zingen: “friet met mayonaise, friet met mayonaise, ik wil, ik wil friet met mayonaise”. Het werd een Indische curry. Ik denk dat we volgende zondag voor we naar Frankrijk rijden eerst even langs een frituur zullen passeren.

Wat wel gezegd moet worden, het is hier in India ontzettend makkelijk om veganistisch te eten. Welk restaurant je ook binnenstapt, er zijn meer vegetarische en veganistische schotels dan schotels met vlees.

Genoeg over eten, anders krijg ik weer honger…

        

Vanochtend stonden we het meer te bewonderen bij Gangaur Ghat toen we aangesproken werden door een jongeman die beweerde kunstenaar te zijn. Beide elementen verwonderden ons niet, je wordt hier immers voortdurend aangesproken en Udaipur staat bekend om zijn miniatuur-schilderijtjes dus elke straat telt tientallen galerijen (lees winkeltjes) en kunstscholen.

“Where do you come from?”

“Belgium.”

Wat volgde was wèl verrassend. De jongen begon Nederlands te spreken met een grappig accent. Hij zei dat hij komende maand naar Amsterdam zou gaan voor een kunsttentoonstelling en nodigde ons uit om zijn werken te komen bekijken.

“Kijken, kijken, niet kopen,” voegde hij er aan toe.

Zijn werken waren prachtig en helemaal niet duur. We lieten ons verleiden er eentje te kopen.

Op weg naar de Jagdish tempel sprak een oudere man ons aan. Dezelfde vraag werd gesteld en we antwoordden wederom dat we uit België komen. Wat een toeval! Deze man had komende maand een tentoonstelling in Gent. Ook hij wou ons met plezier zijn atelier tonen. Er volgde een boeiende uitleg over zijn techniek om zelf verf te maken en om eekhoorns te vangen zodat ze enkele plukjes haar uit de staart konden knippen om een verfborstel te maken (zonder het dier te doden). Het zou nog interessanter geweest zijn als we die uitleg niet 5 minuten eerder in haast dezelfde woorden hadden gekregen.

Eenmaal buiten vroegen we ons af wat ze zouden zeggen als we uit Frankrijk komen. Dat ze een tentoonstelling hebben in Parijs? Of als we uit Duitsland komen? Misschien eentje in Berlijn? We kregen nog niet de kans het uit te testen.

      

Maar bij de ingang van The City Palace kwam er wel een gids naar ons toe. Het werd Duitsland. En jawel hoor, de man antwoordde in het Duits. Hij zei dat we geluk hadden, dat hij de enige gids in heel Udaipur was die Duits sprak. Het paleis was trouwens prachtig!

Wat later op straat was er een man die ons de weg wou wijzen naar een restaurant. En nu was ik voor de verandering een Française. Had ik weer even geluk, hij had 2 jaar in Nice gewoond en sprak een aardig mondje Frans. Ofwel zijn alle inwoners van Udaipur polyglot, ofwel zouden we vandaag beter een lotto-formulier invullen. Zoveel geluk… daar moet je gebruik van maken.

Wat deden we nog vandaag? Een tempel bezoeken.

Het was misschien niet de mooiste die we deze reis zagen, maar wel de meest bezielde. Er werd met veel vuur gezongen en gedrumd. Als het er in de kerken in Europa zo aan toe zou gaan zouden er misschien veel meer bezoekers zijn.

Het enige nadeel, de vloer rond de tempel was zo warm dat je je voeten haast verbrandde.

En verder…

H is opnieuw bij een kapper binnengestapt. Het Pushkar-kapsel was geen groot succes. Een geblinddoekte kleuter had het waarschijnlijk even goed geknipt met zo’n plakkerig minischaartje. Er zat dus niets anders op dan er de tondeuse in te zetten.

 The new and improved H!

29 april 2018

Udaipur

Een treinrit van meer dan 6u is ideaal om de e-reader uit de rugzak te halen en je zo comfortabel mogelijk te leggen. Comfort is relatief, we liggen dan wel in eerste klasse, maar je kan dat niet vergelijken met treinen in België. Maar klagen doen we in geen geval want we zitten veel beter dan de meerderheid in deze trein. In sommige treinen zijn er tot 10 verschillende klassen. Ik kan me voorstellen dat 6 uur op de allergoedkoopste plek minder prettig is.

Ik doodde de tijd met The Power of Habit van Charles Duhigg. Een zeer interessant boek over gewoonten en wilskracht.

Voor we het beseften stonden we in een nieuwe stad, met andere vibes en duidelijk andere gewoonten. Misschien heeft de burgemeester van deze stad het boek ook gelezen. Er ligt hier veel minder afval op straat, de straten zijn in betere staat, de gevels van de huizen zijn verzorgd en er is minder getoeter en minder smog.

Y1 was opgelucht toen ze merkte dat onze nieuwe kamer geen rieten dak had waar eekhoorns in nestelden. Die hadden we in Pushkar namelijk wel en ook al leek dat aanvankelijk schattig, de keutels die voortdurend in bed vielen waren net iets minder schattig. Hier ligt ze prins(es)heerlijk in een nis uit een sprookje van 1001 nachten.

      

Ook het avondeten in een restaurant waar je op grote kussens zat en uitzicht had op het water en het verlichte paleis was een succes.

Benieuwd of morgen onze positieve indruk bevestigd zal worden als we de stad bij daglicht zullen zien…

28 april 2018