Stapvoets verkeer

Tui – O Porriño

We naderden de laatste 100 km voor Santiago en dat viel op.

Om in aanmerking te komen voor de ‘compostela’ of het pelgrimcertificaat moet je minstens de laatste 100km van een camino-route wandelen. Heel wat pelgrims starten de Portugese variant daarom in Tui.

We wisten dit, toch was het even schrikken toen we bij het verlaten van de stad plots in een file terecht kwamen, op een voetpad vol pelgrims. Met een miniatuurrugzak op de rug en sneakers aan de voeten liepen ze keuvelend van pijl naar pijl. De typische sneldrogende ‘mix and match’ wandeloutfits maakten plaats voor ‘mismatched’ vrijetijdskledij, uitgekozen door een kleurenblinde of door iemand die plots toegang krijgt tot een wat ruimer kleurenpalet na jarenlang, dag in dag uit een grijs maatpak te hebben moeten dragen. Een van hen had bovendien een paarsrood, gewafeld bobkapsel. Enkel de clownsneus ontbrak nog om het plaatje compleet te maken.

Zoals over alles, is er online heel wat gemopper over dit fenomeen. Tourigrino’s worden deze wandelaars smalend genoemd. Wat mij betreft hebben ze evenveel recht om hier te zijn, we bewandelen allemaal hetzelfde pad, ongeacht het vertrek of eindpunt. Voor de een kan vijf dagen wandelen veel meer inspanning vergen dan een maand voor iemand anders. Niet iedereen kan zich trouwens wekenlang vrijmaken of kan dit fysiek aan. Vergelijken is dus zoals steeds zinloos. Iedereen is welkom op de camino. Toch versnelden we onze pas, om de massa voorbij te steken zodat we terug in alle rust van het pad en de natuur konden genieten én om bij het eerstvolgende café nog een plekje te kunnen hebben. Zelfs met dat versnellingsmanoeuvre was het er file, aan de toog en aan het toilet.

Ook vandaag was het weer een relatief korte dag. Toen we halverwege de kans kregen om te kiezen tussen een iets langere weg tussen de bomen of een kortere in de brandende zon langs een drukke baan, was de keuze snel gemaakt, de langere, de benen waren nog niet uitgestapt.

Onderweg en bij aankomst veel nieuwe gezichten, maar ook vertrouwde gezichten die oplichten bij de herkenning. De vanzelfsprekendheid om vreemden aan te spreken is er nog steeds, zelfs al maken ze deel uit van een groep, enkel de diepgang van die gesprekjes is anders. Maar dat is oké. Zoals alles op de camino.

16 september 2022

Buen camino

Fontoura – Tui

Als je honderden kilometers wandelt, zie je een land langzaam veranderen. Dicht bij Lissabon liep ik vaak door spookdorpen, half leeggelopen, met prachtige staaltjes architectuur in de meest erbarmelijke staat. Alles ademde vergane glorie uit en toch was het in zijn afgetakelde toestand nog steeds mooier dan de zielloze blokkendozen die wat verder opdoken. In de oudere dorpen werd de dorpswasplaats nog gebruikt, zag je in de namiddag mannen op de bankjes onder de bomen zitten, klonk de bel van de visboer door de straten en legde iedereen spontaan het werk neer om voorbijgangers te begroeten. In de nieuwere wijken, stonden dure wagens voor de hoogomheinde voortuin, werd kunstgras besproeid om het stofvrij te houden en keek niemand op als je langsliep.

We kunnen niet terug in de tijd, maar lopend door dat stukje nog levend verleden, kon ik me niet van de indruk ontdoen dat we met de komst van meer comfort ook heel wat zijn kwijtgespeeld. Misschien is de camino een poging om dit, stap voor stap, te hervinden, dat stukje gemeenschap. Je merkt het aan de hartelijke begroetingen als je een medepelgrim herkent, aan het gemak waarmee levensverhalen gedeeld worden en aan de grote bereidheid om een wildvreemde te helpen.

Als je lang genoeg door een land wandelt, voel je ook wanneer het ‘op’ is, niet meer helemaal zichzelf en dan stap je een grens over. In ons geval de grens tussen Portugal en Spanje. We staken de Rio Minho over, om onze eerste stappen in Tui te zetten, maar niet voordat we wat rondkuierden in het mooie, maar ontzettend toeristische Valença en een laatste Porto dronken op Portugese bodem.

Het was een prachtige zonnige dag (met een enkele bui), we hadden weinig kilometers af te leggen en konden rustig genieten, van het wandelen, de mooie straten en pleintjes, van lekker eten en vooral van het gezelschap van mijn camigas.

Morgen een nieuwe dag op de camino. Het zal een vreemde worden want we moeten al afscheid nemen van W.

Jammer dat het er al op zit, maar ontzettend blij dat je er toch een week bij kon zijn. The Camino provides… friends. Dank je!

15 september 2022

We’re going up up up

Labruja – Fontoura

Op een dag als vandaag ben ik blij dat ik ’s avonds even terug in de tijd moet/mag reizen zodat ik dit blog kan schrijven. Het zou verleidelijk zijn om hem af te schrijven als een mindere dag, maar daarmee zou ik de dag onrecht doen.

Hij begon met een iets te karig ontbijt, maar met het mooiste uitzicht dat je je in een berglandschap kan dromen. Hoewel … een prachtige zonsopgang was misschien nog mooier geweest, maar het ochtendlicht dat gefilterd werd door lagen van mist gaf de berg iets feeërieks. Meerdere foto’s werden gemaakt om die sfeer vast te leggen, geen enkele slaagde er in om de bijzonderheid zelfs maar te suggereren. Het werden kleurloze beelden zonder diepte. Sommige beelden, ervaringen en emoties kan je niet tweedehands krijgen, die moet je zelf zien en voelen. Ik kan je door een dag gidsen, je bij de hand nemen en je tonen hoe het was om een bergpad te beklimmen, de stokken achter grote keien te klemmen om me op te duwen, de spanning in beenspieren te voelen toenemen en loslaten, het hart te voelen pompen, zweetparels langs een quasi wenkbrauwloos voorhoofd in mijn ogen te voelen lopen, het zout te voelen branden en dan met een laatste inspanning van armen en benen de top te bereiken. Je moet echter zelf die stappen gezet hebben om de euforie te kunnen voelen. Bij zo’n heroïsche klim hoort een beloning, een wijds zicht bijvoorbeeld, of zoals vandaag, een kruis omgeven door stenen, bidprentjes, foto’s, brieven waarvan de letters al lang niet meer leesbaar zijn. Het is op zich niet mooi, maar je weet waar het voor staat, voor achtergelaten pijn en verdriet. Ik hoop dat iedereen die hier stond en nog zal staan iets lichter de afdaling kan beginnen. De steentjes in mijn zak mogen nog wat verder reizen, tot aan het eind van de wereld, Finisterre, daar vliegen ze de rand over, beloofd is beloofd.

Onze inspanningen werden even later op een andere manier beloond, met een pop-up bar langs de kant van de weg. De eigenaar was net toegekomen en nog druk bezig met het uitladen van zijn artisanale producten. Ik kon hem wel zoenen toen op de kaart een vegan muffin bleek te staan. Een bananenmuffin heeft nooit heerlijker gesmaakt.

Het paard dat vlakbij stond kreeg de appel die ik voor na de klim had bewaard. Op de camino deel je wat je hebt, of het nu met een pelgrim is of met een paard.

Het was trouwens weer een welles-nietes-regendag, maar dat kon de wandelpret niet drukken.

De regen zorgde er wél voor dat we na aankomst in de herberg niet geneigd waren om nog veel naar buiten te gaan. Daar liep het ‘fout’. Met elf mensen in een kleine ruimte met weinig anders om handen dan de rest van de dag te vullen met bier en gebabbel. Voor sommigen was elke inspanning plots teveel, zelfs de paar stappen naar de douche. Het voelde als een verloren namiddag en avond. Een beetje ondankbaar van me, als ik nu overloop wat de dag allemaal al geboden had.

14 september 2022

Na regen komt…nog meer regen

Vitorino dos Piães – Labruja

De eerste stap is vaak het moeilijkst. Dat geldt ook voor de eerste stap vanuit een droge slaapruimte in de gietende regen, vooral als die stap gezet moet worden in schoenen die nog steeds nat zijn. De droge-sokken-vereiste moet quasi onmiddellijk losgelaten worden, dus streef ik op een dag als deze naar zo droog mogelijk want lekker warme, droge exemplaren slorpen als uitgedroogde sponzen het vocht van de schoenen op en geven het gewillig door naar de voeten. Benen worden nat, je regenjas plakt tegen je armen en je kan amper naar links of rechts kijken door een kap. Eerst is het even balen maar elke volgende stap wordt makkelijker, de gelijkmoedigheidsfase treedt in, je bent nu toch nat, waarom je dus nog langer druk maken om de regen. Net dan stopt het met regenen, waarschijnlijk om hoop te zaaien. Kappen gaan af, er wordt voorzichtig gedacht aan het uittrekken van de jas en zodra je de stokken tegen een muurtje zet om de rugzak te kunnen uittrekken – je raadt het al- begint het opnieuw te regenen. Die fout maak je geen tweede keer, vanaf dan blijft het een kat-en-muis-spel tussen regen en kap.

Het werd ondanks de regen een fijne dag, door het mooie landschap dat extra groen kleurde, door de zuurstofrijke lucht, door het gezelschap, de kennismakingen en de hernieuwde kennismakingen, maar ook door het eenvoudige plezier van het wandelen.

Grappig, om de eerste wasserij die niet, maar toch bijna op je pad ligt, binnen te stappen tijdens een lunchstop en er een rijtje bekenden op een stoel te zien zitten, dat kan alleen op de Camino.

Fijn, om iemand waar je een uur geleden mee sprak, een café te zien uitrennen om te zwaaien.

Bijzonder, om na een wandeldag aan een lange tafel aan te schuiven en al je zorgen en Zorgen even de kant te schuiven bij een bord soep en een glas wijn.

‘Ken je die mop van die Belg, Engelsman en Duitsers…. ‘ Ze liepen de camino en trokken zich niets aan van de verschillen, ze waren allemaal onderweg.

13 september 2022

De camino is …

Barcelos – Vitorino dos Piães

opgetogen zijn met een kleine kamer waar elke vierkante centimeter wordt ingenomen door de bedden en de rugzakken, omdat het alternatief een overvolle slaapzaal was geweest. Het is glimlachen als je merkt dat er geen lakens zijn omdat je dan niet voor niets al weken een slaapzakliner meezeult. Het is wakker worden bij elke beweging die je zelf maakt omdat je in een gammel, metalen stapelbed ligt. Het is ontbijt op bed met wat er toevallig nog in je rugzak zit, niet omdat je zoveel honger hebt, maar om minder gewicht te moeten dragen. De camino is ook plassen achter bomen of muurtjes, het is zwaaien naar een man onder een plastic zeil, zittend op een kar, getrokken door een tractor, bestuurd door zijn vrouw die het stuur loslaat om enthousiast naar ons te zwaaien. Het is beseffen dat je niet buiten de tijd wandelt omdat er plots kastanjes op de weg liggen terwijl ze de eerste dagen van je wandeling nog in groene bolsters zaten. Het is herfst proeven in de zomer en niet weten of je blij of een beetje triest moet zijn. Soms is het een buienradar raadplegen.

Een gewaarschuwd man moge er misschien twee waard zijn, een gewaarschuwde pelgrim wordt nat als hij geen rekening houdt met de waarschuwingen van die buienradar. Dat het zou regenen vandaag, dat lag vast, vermoedelijk niet of minder tussen 9u en 15u, maar daarop konden we niet wachten. 100% kans is zelfs voor een optimist moeilijk te negeren, dus vertrokken we uit de ‘albergue’ in Barcelos met regenjas aan en regenhoes over de rugzak. Nog voor we het stadje hadden verlaten, was de jas alweer weggestopt. Het regende op dat ogenblik nog een beetje maar het was te warm, we werden natter met dan zonder.

Wat volgde was een wandeldag door een mooi landschap, af en toe wat klimmen, dan weer dalen maar nooit kuitentergend. We namen pauzes in cafeetjes waar je een tweede keer vroeg hoeveel je moest betalen omdat het bedrag dat je meende te horen belachelijk laag was. Het was opnieuw een dag gehuld in een eucalyptusgeur, met korte ontmoetingen en regelmatige sokwissels. De laatste was om drie voor drie.

“Kijk daar,” zei W. “We gaan ons moeten haasten.”

We waren snel, maar niet snel genoeg. Donkere wolken stapelden zich aan een nooit eerder geziene snelheid boven ons op en nog voor we de kans hadden gekregen om sokken en schoenen aan te trekken begon het te stortregenen. Van zon naar stortvloed, in enkele tellen, zonder waarschuwing. Nu ja, behalve dan de waarschuwing van de buienradar.

We waren gelukkig amper 3 kilometer van onze volgende pelgrimshaven en Maria Fernanda was de ideale gastvrouw om natte, verkleumde pelgrims op te vangen. Ze bood ons een gezellig onderdak, een warme douche, bedden die niet kraakten, wijn en porto, en een uitgebreide, lekkere maaltijd. Met tienen aan een tafel, de grote tafel in haar huis… De perfecte manier om een perfecte dag af te sluiten.

12 september 2022

Re-bom-caminho

Vairao – Barcelos

Het is geen zeldzaamheid meer in het landschap, de homo peregrinus. Afgelopen weken konden er uren, soms dagen voorbijgaan zonder er eentje te spotten overdag. Soms hielp het om stilletjes langs de kant van de weg te gaan zitten, iets te eten of sokken te wisselen om er te kunnen zien. ’s Avonds was het altijd makkelijker om er te vinden, herbergen waren dan hun natuurlijke habitat.

Vandaag zag ik er meer dan tijdens alle voorgaande weken samen. Je begroet hen, maakt met sommigen een praatje, ze wandelen verder, wat later kom je voorbij een café, daar zitten ze, een biertje in de hand en je begroet hen opnieuw.

In navolging van het Franse rebonjour (of ‘re’ voor wie iets minder klanken wil gebruiken) wil ik een lans breken (niet mijn wandelstokken) voor het invoeren van re-bom, al dan niet gevolgd door een naam. Het zorgt enerzijds voor wat variatie onderweg en anderszijds is het een vorm van beleefdheid. Je geef ermee aan dat je je herinnert dat je hen al eens eerder zag die dag. Dat geldt uiteraard enkel voor de wandelfase van de camino-dag. Post-douche herken je immers vaak niet eens de mensen waarmee je urenlang samen hebt gewandeld, laat staan degenen die maar even je pad kruisten. De invoer van deze versie zou trouwens een goeie manier zijn om tijdens je camino je geheugen te trainen want na een paar dagen onderweg worden je hersenen lui. Je weet amper nog welke dag het is, in welk dorp je twee dagen geleden was en waar je die prachtige kerk met de blauwe-witte tegeltjes had gezien. Of makkelijker, waar niet.

Dagen versmelten met elkaar, maar vandaag zal er vast blijven uitspringen, denk ik nu, zoals haast elke dag.

Vanochtend hing er mist in de kloostertuin en op het kerkhof. Een mooi startshot en startschot voor een prachtige dag. Ondanks de voorspelde regen liepen we toch de hele dag onder een brandende zon en een blauwe lucht die elke foto bewerkt liet lijken. Ik was…op pad, langs maïsvelden, door dorpjes, over water, onder eucalyptusbomen, tussen vrienden, in beweging, en genoot.

11 september 2022

Camigas of camigansjes

Porto – Vairao

Deel twee van het avontuur startte vanochtend in Porto, de tweede grootste stad in Portugal. Porto heeft werkelijk alles om een toerist enkele prachtige dagen te bezorgen, een gezellige haven, porthuizen, musea, zowel een oud als een nieuw stadscentrum, het allermooiste station, markthallen, prachtige architectuur, charmante vervoersopties en streetart die via foto’s loskomt van de muren en over de hele wereld bekend is. Wij zagen er vandaag niets van, niet één bezienswaardigheid. We stapten vanuit ons guesthouse rechtstreeks op het bewegwijzerde pad dat ons langs de achterdeur de stad uit leek te jagen. Op smalle voetpaden waggelden we als een troepje bepakte ganzen achter elkaar richting Vairao. Was er onderweg veel te zien? Ik vermoed van niet, het was een typische N-weg, maar door het praten heb ik veel minder op de omgeving gelet dan de afgelopen weken. Wat ik er van zag waren nietszeggende huizen, met overwegend vriendelijke mensen, hier en daar een mooie betegelde kerk, heel veel blaffende honden en een eenzaat die minutenlang luide gesprekken voerde met zichzelf, zijn demonen of God.

Aangekomen in het klooster waar we de nacht zouden doorbrengen, volgde niet meteen het gebruikelijke ritueel. Geen race naar de douche maar wachten, bovenaan een klamme stenen trap, als pubers voor de deur van de directeur. Even leek het of we op audiëntie moesten om de puurheid van onze wandelintenties aan te tonen. Het bleek eerder om een verkoopspraatje te gaan. Wil je een bed in een ruimte die naar wierrook, zweet, nat metaal en schimmel ruikt voor 10 euro? Of wil je een gelijkaardige ruimte mét lakens en een prachtig uitzicht voor 15 euro? We kozen voor het uitzicht en de privacy.

Ik had je nog een hilarisch verhaal kunnen vertellen over misverstanden op restaurant waardoor er voor mijn camigas niet een heerlijk bord pasta met vongole op tafel verscheen maar kippemaagjes met olijven, maar de dames staan te trappelen om op pad te gaan.

Tot morgen!

10 september 2022

De ene Camino is de andere niet

Malaposta – Porto

Verwachtingen kleuren je beleving, ook hier. Na een vluchtige blik op de kaart had ik de indruk gekregen dat er een lange, saaie dag in het verschiet lag. Ik bereidde me mentaal voor op me voortslepen op asfalt met het zenuwslopende geraas van zwaar verkeer vlak naast me. Ik werd er al moe van nog voor ik de eerste stap uit het hotel had gezet, geen wonder dat het al 8u was tegen dat ik mijn rugzak aantrok. Hij leek zwaarder dan de vorige dagen.

De man aan de uitcheckbalie wenste me een ‘bom caminho’ en het klonk als ‘liever jij dan ik’.

Groot was mijn verbazing toen de gele pijl me na amper vijf meter een wegje deed inslaan, weg van de drukke baan, weg van wat ik verwachtte.

Het was mistig en ik had het gevoel een sprookjeswereld in te stappen. De lucht leek luchtiger, het groen groener, het bruin bruiner, en ik … was blij met mijn nieuwe wandeldag.

Omwalde mossige paden, dorpstraten, veldwegen, zelfs drukke banen…. het maakte vanaf dat ogenblik niet uit waar ik liep, ik had niets verwacht en zoveel gekregen.

Nog voor ik Porto bereikte, begon het duidelijk te worden dat het vanaf dan een nieuwe camino-ervaring zou worden, om meerdere redenen. Meer café’s, de ene pasteleria na de andere, hogere prijzen voor eenzelfde flesje perziksap en minder vijgenbomen. Vanaf Porto starten veel meer mensen hun camino, op zich niet bepaald een leuk idee, máár het fijne is dat twee van die mensen mijn camigas zijn. Vanaf morgen stappen we samen, ik verheug me er nu al op.

Een camino loop je trouwens nooit echt alleen, de thuisblijvers lopen in gedachten met je mee, de bloglezers, soms het gezelschap voor een dag, een uur of enkele stappen en iedereen op straat die je een goede reis wenst en hoopt dat die wensen een stukje meegedragen worden tot in Compostella.

Aankomen in Porto, daar werd ik minder vrolijk van. De brug naar de stad stond vol toeristen en in de anders zo gezellige straten van Porto werd het er niet beter op. Ik houd sowieso niet van drukte, maar na twee weken wandelen door quasi verlaten dorpen was dit te veel. Te veel mensen, te veel lawaai, te veel wagens. Ik liep niet eens richting kathedraal maar rechtstreeks naar mijn guesthouse om zweet, vermoeidheid en drukte van me af te kunnen spoelen.

Daarna was ik klaar voor een hapje en een drankje in goed gezelschap, medestappers van het eerste uur. Bij een fris, zurig biertje en de lekkerste vegan maaltijd die ik op deze reis at, werden er herinneringen opgehaald en afscheid genomen, van het eerste stuk Camino en van elkaar. Bom caminho!

Niet veel na ‘vaarwel’ kwam hallo’.

We zijn er klaar voor. De nieuwe route is ingesteld, de credentials liggen klaar. Santiago, we komen er aan!

9 september 2022

Relativi-tijd

Pinheiro da Bemposta – Malaposta

Je hebt verschillende types pelgrims. Je hebt de racers, vroeg op, met gezwinde pas het landschap doorklievend om zo snel mogelijk op de nieuwe bestemming te kunnen aankomen. Je hebt ook de lanterfanters, ze slapen wat langer, nemen voor alles hun tijd, vooral voor hun café con leiche (hier in Portugal um galão) en komen tegen de avond in hun herberg toe. En dan heb je natuurlijk ook alle varianten ertussenin.

De eerste dagen op de Camino was het wat zoeken naar mijn ritme, naar mijn plaats op het spectrum. Al gauw merkte ik dat er een gevaar op de loer lag, de bestemmingsvalkuil, het willen toekomen terwijl het net de bedoeling was om onderweg te zijn. Sommige apps dragen daar toe bij door aan te geven hoeveel km ik nog te gaan heb, ook lieve, goedbedoelde vragen werken dat wel eens in de hand.

“Ben je er al?”

Ja, ik ben er, al dagen, ergens op de Camino tussen Lissabon en Compostella, precies op de goeie plek.

Het blijft een constante evenwichtsoefening, hier en nu wandelen, al dan niet genietend van de omgeving, en ginder willen toekomen. De ene dag lukt dat wat beter dan de andere. Je wandelt van herberg naar herberg, maar je beweegt je vooral tussen hier, ginder, binnen en buiten.

Het was me ook al snel duidelijk dat ik in een andere tijdzone was terechtgekomen, in camino-tijd, en dan heb ik het niet over het uur tijdsverschil tussen België en Portugal. Camino-tijd is als een accordeon induwbaar en uittrekbaar. Sommige uren en kilometers spreiden zich breed uit, andere verdichten, al naargelang het gezelschap, de ondergrond, de temperatuur, het uitzicht of je wat er in je omgaat. Toch lijk je altijd op ongeveer hetzelfde uur een herberg te bereiken, ongeacht de af te leggen afstand. Het is onmogelijk en onzinnig om te berekenen hoeveel kilometer per uur je hier stapt. Als de afstand wat korter is, treuzel je wat langer ’s ochtends, neem je wat meer foto’ s, maak je sneller een praatjes met de lokale bevolking en krijgen de katten en honden wat meer aandacht. Bij een langere afstand, wordt alles wat compacter.

Vandaag zette ik mijn eerste stappen in het donker, op zachte bosgrond, de regen in. Het was niet het soort regen waar je echt nat van werd, eerder regen als tintelende massage, gegeven door duizenden minuscule druppels die openspatten op je huid. Het was precies wat ik nodig had om mijn hoofd leeg te maken en het te laten vullen met impressies van een nieuwe caminodag.

8 september 2022

Veerkracht

Agueda – Pinheiro da Bemposta

Tegen de tijd dat ik mijn gsm neem om een nieuwe stukje te schrijven, weet ik ongeveer wat het thema van de dag zal worden. Het dient zich meestal al wandelend aan. Vandaag had ik dat niet. Geen blog dan maar, dacht ik. Op de camino hoeft niets.

Ik lag al onder een deken in een gezellige kamer in een oude watermolen, licht net uit, klaar om de dag eens vroeg af te sluiten en toen waren ze er, de woorden. Morgen schrijf ik jullie wel, dacht ik en draaide me op mijn andere zij. Maar ze lieten zich de mond niet snoeren.

Het leek een bhwa-dag, niet slecht, niet geweldig. Tot ik spontaan dacht aan het ritueeltje dat ik vroeger had bij het naar bed brengen van de kinderen.

“Wat was er fijn vandaag?”

“En wat nog?”

Mijn hoofd volgde het ritueel en vond de antwoorden. Ik had gisteren een upgrade gekregen van een slaapzaal naar een persoonlijke kamer waardoor ik vanochtend rustig de tijd had om me te douchen. Er stond een ontbijt voor me klaar, genoeg om ook de honger onderweg te stillen.

Zoveel fruitsap, dat was vragen om problemen, maar toen de nood hoog was en er geen bomen in de buurt waren, vond ik niet alleen een café, maar ook fijn wandelgezelschap voor de dag. Rond het middaguur kwamen we voorbij een supermarkt, de perfecte plek om een maaltijd te vinden. Als kers op de taart stonden er tafeltjes om het comfortabel te kunnen opeten. De temperatuur was ideaal voor een wat langere wandeldag. We liepen langs mooie plekken, vreemde plekken en plekken vol vriendelijke mensen. Er werd ons in de namiddag zelfs een tros heerlijke druiven in de handen geduwd.

Er was afwisseling tussen hardere en aangename wegen en aan het eind van de wandeldag was er een fijne slaapplek in een bos, knuffelkat inbegrepen.

Het meeste fascinerende was de plek waar er onlangs een brand had gewoed. Zwarte bomen, zwarte aarde, verschroeid gras en toch overal al nieuwe toefjes frisgroene eucalyptusblaadjes. De veerkracht van de natuur is wonderbaarlijk.

Het is soms makkelijk om niet te zien wat een prachtige dag het eigenlijk is. Hoe was jouw dag? Wat was er fijn?

7 september 2022